DELEN

Door Irene van Lippe Biesterfeld

Ik zat achter in de tuin en hoorde net voorbij de met klimop begroeid omheining de stemmetjes van een groep kinderen, begeleid door een leraar. Met zeer luide stem verzekerde hij de kinderen dat die gele bloem boterbloem heette en die ander dotter, te vinden op bladzijde zus en zo van je boek. Biologieles

Ik popelde om naar ze toe te rennen en ze uit te nodigen op hun buik te gaan liggen en het gras en de kleigrond te voelen met hun handen, hun lijfjes. Te ruiken hoe de aarde geurt, te proeven hoe het madeliefje smaakt, en de schakeringen van kleuren om hen heen te bewonderen en te ervaren. De namen, ach, die hebben wij op de bomen, dieren, bloemen geplakt. Leuk om te weten, handig soms, maar veel belangrijker is de eigen ervaring met de zintuigen en het effect daarvan op je gevoelsleven.

Hoe voelt het zand onder je voeten, hoe raakt het lied van de vogel? Dat is verbinding.

Louter kennisoverdracht, zonder de verbinding met de natuur; vervreemden kinderen van hun natuurlijke zelf, hun zintuigen, hun gevoelsleven. Ze komen in contact met hun niet weten, in plaats van hun natuurlijke weten. Een afstand wordt gecreëerd.

Maar hoe kan een docent het natuurlijke weten van de kinderen aanspreken? Hoe leer je kinderen zich niet te sluiten voor het wonder van het leven en het levende in zich en om hen heen? Hoe leer je kinderen het levende in zich en om hen heen?

Ik denk door ze het avontuur van de ontdekking, het wonder van het leven, het wonderlijke, het onvoorspelbare van de ander, het ander, voor te leven. Ik denk dat de innerlijke houding van de leerkracht bepalend is voor de wijze van overdracht.

Ik zal nooit de liefde voor literatuur vergeten van mijn lerares Frans. Door haar enthousiasme ontvouwde de pracht van poëzie zich voor mij en in mij en die is altijd gebleven. Zij wekte een houding van nieuwsgierigheid in mij op voor haar onderwerp en stimuleerde openheid om de poëzie te voelen en te ervaren in mijzelf, met respect en verwondering. De mens die de leraar zelf is, is het startpunt, in plaats van de leerstof. Het kind of de leerling is het eindpunt, niet het geleerde.

Een mens die nieuwsgierig en liefdevol en respectvol is naar zichzelf, heeft ruimte voor de ander, het ander. Die mens blijft zoeken naar het wonder, het avontuur van het leven. Hoe minder we onszelf kennen, hoe meer we onszelf ontkennen, vastzitten in onze angsten, hoe minder we open kunnen staan naar het naders zijn en denken van de anderen. Met ander woorden: als we zelf leerling durven blijven van het leven, zullen we de ander kunnen boeien, meenemen op de ontdekkingstocht.

Maar we zijn bang voor dat anders zijn. Wij zijn veelal angstig uit ons veilige holletje te kruipen, om met open vizier de ander te ontmoeten.

Wat is angst? Aan de ene kant kennen we de we de overleveringsangst: zoals de angst voor oorlogsgeweld, natuurrampen. En heb je de angst die we elkaar aanleren: angst voor een gesprek; angst om gezien te worden, angst voor liefde. Onze aarde wordt wel de ‘planeet angst’ genoemd. Deze aangeleerde angst is gebaseerd op verwachtingen waarvan je denkt dat ze werkelijkheid worden.

Toch blijft bij deze aangeleerde angst de vrije keuze altijd open, hoe moeilijk die soms ook te zien is, tussen de angst en liefde, De angst wordt al van heel jong ingebouwd. Onder ons proefstuk en werkstuk stond, liefst met rood potlood geschreven: ‘zoveel fout’. En dan stond er meestal nog bij: ‘beter je best doen’.

Het wonderlijke is dat in de natuur er geen ‘fout’ bestaat en je wordt geaccepteerd zoals je bent. In de natuur is geen oordeel. Waarschijnlijk is het daarom zo verkwikkend om een eind te wandelen in de natuur, of te varen op het water, waar je jezelf kan zijn, in je eigen natuur kan vertoeven. Waar je kan dromen.

Geven we de kinderen van vandaag wel genoeg ruimte en te dromen?

Te spelen, en te midden van de natuur, in hun eigen natuur op te gaan? Hoe open zijn we voor de natuurlijke wijsheid van het kind, de natuurlijk wijsheid om ons heen van de oude bomen en de wind? Hoe open zijn wij voor wat onze eigen natuur in ons te vertellen heeft?

Soms verschansen wij ons achter onze waarheden. Dat geeft een soort krampachtigheid, omdat het de dialoog met andersdenkend en levenden heel moeilijk maakt. Hoe soepel gaan wij als ouder of leraar om met dat wat wij geleerd hebben? Zogenaamd ‘weten’. Onze waarheden en overtuigingen.

Wie vraagt het kind naar wat het al van nature weet? Hoe zou een les voor jonge kinderen er uitzien die “wat leer ik van de dotter’ heet? Leren van elkaar. Wat weerhoudt je te leren van diegenen in de maatschappij die we als ”minder serieus’ zijn gaan bestempelen: het kind, de leerling, de oude, en al dat wij ‘de natuur’ noemen. Zijn dit niet vaak juist vergeten aspecten in onszelf?

Het zijn met name de andersdenkende die je kunnen openen voor kanten in jezelf die je nog niet kent. Angst houdt vast in oude patronen. ‘Fout’, onder aan het proefschrift, heeft ons geleerd het al-geleerde als kennis te accepteren. Het wordt een waarheid. Ons natuurlijke weten verzwijgen we maar al te vaak of we stoppen het weg. Er gaat vervolgens veel te veel energie en waardevole tijd zitten in het weer afleggen van de complexen die dit systeem oplevert, de onzekerheid over het eigen ‘weten’.

Er is durf voor nodig, vaak tegen de normen in, de eigen al-wetende natuur in ons open te houden’, of weer te ont-dekken. Toch is het veel belangrijker te leven vanuit de eigen innerlijke waarheid, hoe kwetsbaar je dat ook maakt, dan de waarheden of onwaarheden van anderen te volgen. De uitspraken van ouderen en opvoeders te onderzoeken naar eigen waarden en waarheden. Niet stil staan bij wat je wordt voorgelegd.

Hoe belangrijk is het niet dat het kind zelf op onderzoek uitgaat, in de natuur, in de eigen natuur, in gesprekken met anderen. Ik denk dat als we het natuurlijke weten ii het kind zouden meenemen in de ontwikkeling, en ruimschoots waarderen, we meer evenwichtige mensen zouden krijgen. Minder bang het fout te doen, het nooit goed genoeg te doen, Minder bang van binnenuit te leven. Maar in tegendeel blij te zijn wie we zijn en te durven leven vanuit eigen innerlijke waarheden.

De ons omringende natuur kan ons daarbij tot voorbeeld zijn, Kijk naar de ontluikende bloem, de wijdvertakte boom, het stormende water, de zon. Dit alles staat ons stralend te vertellen hoe heerlijk het is om te zijn die je bent. We zijn een onderdeel van die natuur, ieder mensenkind is uniek, laten we dat nooit vergeten. Het is niet voor niets dat we spreken van de natuur in onszelf, waarmee we bedoelen: onze eigen aard, onze kern. En hoe minder angstig we zijn en hoe meer we onze kern durven te laten zien, des te stralender ook wij daar kunnen staan. Hoe bevrijdend is het om te gaan met mensen die verantwoordelijkheid nemen om zichzelf te zijn., vrij van angst het is een geschenk aan je omgeving als je je angst loslaat. Door onze angsten te leren kennen door de moed te hebben deze aan te kijken, te accepteren, kan je hem loslaten.

Ga de natuur in en laat haar je oordeelloze therapeut zijn, ontdek haar eindeloze geduld. Bij haar kan je jezelf zijn, met al je angsten, verdrieten en problemen. Een wellicht kan je haar zachte vergeving in je toelaten en het kind in jezelf hervinden. Mijns inziens zit achter de angst altijd liefde. Maar angst blokkeert liefde. Ze is meestal verbonden met het ego, en je wilt vroeg of laat van die blokkade af, omdat die je afsluit, soms innerlijk opsluit. Haar in de ogen te kijken geeft je de mogelijkheid naar liefde toe te groeien en je weer te verbinden met je omgeving. We worden al gauw als arrogant bestempeld als we onszelf neerzetten voor wie we zijn met al onze talenten.

Maar is het juist niet arrogant niet te zijn die we zijn? Door bang te zijn jezelf te laten zien, ga je desastreus met jezelf om en darmee met je omgeving. Als wij mensen van onszelf houden en de natuur zien als een deel van onszelf, zullen we haar niet meer blijven uitbuiten en vervuilen, dat is de volgende stap die de bescherming van de natuur nodig heeft. Zou het niet opwindend zijn als we vanuit ons uniek -zijn, op zoek zouden gaan naar het unieke in de ander? In het kind, de volwassenen, de mens uit welke cultuur dan ook. De dieren en de planten en de bomen, de Aarde, de oeroude kennis opgeslagen in de stenen en de kosmos?

Al het leven heeft het eigen unieke verhaal te vertellen, het vraagt slechts open oren en harten om het te verstaan. Kinderen uit verschillende culturen hebben elkaar zoveel te vertellen! En, wij als volwassenen kunnen zoveel leren van het kind, van ieder levend wezen op deze aardbol. We kunnen niet zonder elkaar. Niet zonder de medewens met al diens verschillen, niet zonder de bomen, het water, deze zon, de vele soorten dieren en planten en struiken. We kunnen niet zonder de wind, nog zinder de wijsheid van een kind. Dat is het ecosysteem waarin we leven en dat aan alle kanten en op alle niveaus bedreigd wordt.

De verschillen zijn onze voeding, zowel in letterlijke als in figuurlijke zin:letterlijk: mens, dier of plant kan slecht dankzij de verschillen op aarde bestaan en leven. Dit lijkt een platitude, maar we gedragen ons er niet naar. Integendeel, we gedragen ons als waren wij volwassen mensen opperbevelhebbers over hemel en aarde, met een minachting voor onze natuurlijke omgeving.

Is dat niet een minachting voor onze wezenlijke, natuurlijke zelf?

Hoe meer we onze eigen natuur leren kennen, door al deze ontmoetingen, des te meer we beseffen wat we te bieden hebben aan de medemens en de rest van de natuur. Te leven vanuit je eigenheid, je schoonheid , is daarom een dienend uitgangspunt; wat is jouw unieke bijdrage als deze mens, ten opzichte van al het andere leven. Het is jouw cadeau aan al het ander leven. Het is verbinding met Al dat is. Door zelfkennis je te kunnen openen, zonder de angst voor het leven om je heen, is een daad van liefde. Want wat is liefde? Is dat niet jezelf accepteren, op de reis van je leven, met alle worsteling van dien?

Zo, vanuit dit principe van eigenwaarde, begeleiden we het kind door onze eigen angsten heen naar liefde toe. Liefde kent geen angst. Hoe helderder we het lichtje dat we in ons dragen, laten schijnen, des te meer verlichten wij al dat om ons leeft. Laten we als opvoeders het leven voorleven als een avontuur, vol waardevolle ontdekkingen en geheimen. Waar de pracht van de eigen natuur zich verbonden weet met al dat om ons groeit en leeft. Laten we voelende, kijkende, luisterende, proevende mensen zijn, open voor al dat de ander beweegt in het leven. Te worden die je in wezen bent, is dat niet de zin van het leven?

En is dit dan niet waar we het kind in eerste instantie de ruimte voor moeten geven? Het is je heel persoonlijke reis, die de gemeenschap dient. Kunnen we de grond hiervoor niet leggen vanaf de kleuterklas?

Misschien komt diezelfde leraar biologie deze lente weer langs en vind ik de kinderen allemaal met hun neus in de boterbloemen.

3 REACTIES

  1. Wat een mooi artikel over angst & liefde van Irene lippe biesterfeld .
    Haar liefde voor natuur heeft mij geraakt . ook de rest van haar verhaal.

  2. Mooi verhaal. Veel vragen. Ik mis daadkracht.
    “Zou het niet”, “Wat als”, “kunnen we niet”….

    Zo’n leraar eens vertellen hoe je vindt dat hij of zij het ook kan doen. Dat is het leukste. En met soortgelijke dingen op mijn eigen repertoir kan ik alleen maar bevestigen dat dit tot hele leuke resultaten leidt.
    Dromers hebben we zat. Nu gaan doen.

    V.w.b. die angst. In mijn oude woonbuurt is een wijk welke als ‘gevaarlijk’ (oh wat ben ik bang..) bekend staat.
    Dus…ik ben er eens doorheen gelopen. Tref ik een bejaarde vrouw aan welke in de deuropening staat te sjorren aan een gekanteld en loodzwaar boodschappen karretje. Zo’n (vreselijk) ding op 2 wieltjes.
    Na een vriendelijk woord, 2 gemikte grepen en een duw stond de kar over de drempel in haar gang.
    Ik kreeg spontaan een kus op mijn wang. Ik leek op haar schoonzoon, en zo fijn dat ik zo spontaan hielp.
    Verder iemand gecomplimeteerd over zijn waskunsten (de auto glom als een spiegel) en rustig doorgelopen terwijl ik onderzoekend werd bekeken door 2 druk dicussieërende jongens. Ik voelde geen kwaad, geen enkele bedreiging.

    Tot zover de gevaarlijke buurt. De gemeente mag daar wel wat vaker komen vegen. Dat wel.

  3. Een stap buiten onze comfortzone zetten en de moed hebben om de werkelijkheid in ogen te kijken, de pijn en angsten te voelen en erdoorheen te gaan…de maatschappij is nu eenmaal onze werkelijkheid, een spiegel en we moeten handelen en niet dromen!!!Die tijd is voorbij!!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in