Afbeelding puzzelstukjes….

Het begrip is geïntroduceerd door de logopediste Maria Krabbe in 1951. Zij werkte met kinderen met leerproblemen, zoals dyslexie, stotteren en schrijfproblemen. Deze kinderen bleken volgens haar te denken in beelden en zij noemde hen beelddenkers. Haar theorie is dat het lezen van woorden bij deze mensen eerst in beelden omgezet zal worden, en ook het uitleggen van de eigen denkbeelden in taal zal veelal een beknopte uitleg zijn. Nel Ojemann[1] heeft beelddenken in 1987 nader beschreven als “een vorm van denken die iedereen zolang men jong is gebruikt”. Volgens Ojemann gaat het om denken in beelden en handelingen, een beweeglijk omgaan met de werkelijkheid, dat de meeste mensen rond hun vijfde, zesde jaar loslaten ten gunste van het begripsdenken of woorddenken. Beelddenkers laten dit volgens haar echter niet los en maken er juist gebruik van.

Non-lineair denken

Veel meer dan ‘taaldenkers’ kunnen beelddenkers op een intuïtieve manier tot een conclusie komen. Conclusies of associaties dienen zich uit het onderbewustzijn op. Ook kunnen complete situaties of overzichten (overview) in één beeld ervaren worden. Beelddenkers redeneren niet door middel van taal, maar door logische associaties op een non-lineaire manier te manipuleren om daarmee conclusies te kunnen trekken. Beelddenkers zien het antwoord op een probleem voor zich (zonder er bewust over te hebben nagedacht). Het nadrukkelijkst aanwezig zijn beelddenkers in de moderne beeldende kunst en aanverwante beroepsgroepen waar nauwelijks een ander medium geldt dan het visuele. Dyslexie komt in deze richtingen echter ook relatief vaak voor, maar er wordt minder hinder van ondervonden. Door het beelddenken ontwikkelen zich veel ruimtelijke inzichten, wat bij bijvoorbeeld een architect of timmerman van pas komt. Dezen kunnen vaak driedimensionaal denken, waarbij ze in gedachten door een huis gaan, en gedetailleerde constructies en installaties voor zich zien. Ook kan bij het lopen door straten een plattegrond voor zich gezien worden. Naast dat beelddenken een manier van ruimtelijk denken is, is het ook begrijpend denken (zie ook : Essay over begrijpend denken) te noemen, gezien alles eerst begrepen moet worden alvorens het in de eigen denkbeelden omgezet en onthouden kan worden, wat overigens middels het onderbewustzijn gaat.

Onvermogens

In de praktijk worstelen vermeende beelddenkers ook vaak met hun onvermogens. Doordat ze leven in een wereld waarin de meeste mensen primair ‘taaldenkers’ zijn, wordt ook van hen verwacht dat ze een zekere competentie in het denken in taal hebben. Daarbij geeft het onthouden van weinig-voorkomende woorden, zoals de namen van mensen, hen vaak problemen. Kinderen die beelddenkers zijn hebben dan ook extra hulp nodig om te leren lezen dan een taaldenker. Zij lijken ook trager te leren, omdat zij inwendig op hun manier veel meer tegelijk leren. Een voorbeeld is het zien van verbanden die anderen niet zien.
Verder hebben zij vaak ook meer tijd nodig dan anderen om hun ideeën ‘op een rijtje te zetten’, omdat ze veel meer aspecten tegelijk van iets zien en verwerken in hun eigen ‘multi-dimensionaal denkmodel’. Voor anderen is het dan vaak niet helemaal duidelijk wat bedoeld wordt. Dus op gebied van communicatie wordt van hen een extra inspanning en inleving gevraagd. Het kan zover komen dat er een overbelasting (overload) is aan input, waarbij wordt verlangt naar een rustmoment. Dán kan alle informatie (in opgeslagen beelden) alsnog verwerkt worden.

Beelddenken en Synesthesie

Een beelddenker maakt ook vaak gebruik van een of andere vorm van synesthesie. (is een vermenging van de zintuigen) Bijvoorbeeld kan een combinatie van gehoor en zicht naar waarnemingen speuren, om bepaalde denkbeelden te bevestigen. Mensen met deze ‘hyper-sensorische ingesteldheid’ nemen vaak meer waar dan mensen zonder deze ‘afwijking’.
Vaak zijn ook mensen met autisme, Aspergersyndroom, ADHD en ADD beelddenkend. De wisselwerking van duidelijk waarnemen en efficiënte verwerking ervan, is veelal de basis voor beelddenkers.

Dyslexie

Psychologen stellen voor vermeende beelddenkers vaak de diagnose dyslexie. Veel beelddenkers zouden inderdaad moeite hebben met leren lezen, maar niet alle zogenaamde beelddenkers lijden aan de symptomen die normaal geassocieerd worden met dyslexie.

Bron:  http://www.nl.wikisage.org

‘Twintig vragen beelddenken zelf test’

1.Denk je vooral in beelden in plaats van woorden?
2.Weet je dingen, zonder in staat te zijn uit te leggen waarom?
3.Los je problemen op ongebruikelijke wijze op?
4.Heb je een levendige verbeelding?
5.Herinner je wat je gezien hebt en vergeet je wat je hoort?
6.Ben je verschrikkelijk slecht in het spellen van woorden?
7.Kun je zaken visualiseren uit verschillende perspectieven?
8.Ben je organisatorisch gehandicapt?
9.Verlies je vaak het bewustzijn van tijd?
10.Lees je liever een kaart dan mondelinge aanwijzingen te volgen?
11.Herinner je plaatsen die je slechts een maal bezocht?
12.Is je handschrift voor anderen moeilijk leesbaar?
13.Kun je aanvoelen wat anderen voelen?
14.Ben je muzikaal, artistiek of mechanisch aangelegd?
15.Weet je meer dan anderen denken dat je weet?
16.Heb je een hekel aan spreken voor een groep mensen?
17.Voel je je slimmer naar mate je ouder wordt?
18.Ben je een slaaf van je (spel)computer?

Als je 10 van de bovenstaande vragen met ‘ja’ hebt beantwoord, bent je zeer waarschijnlijk een visueel-ruimtelijke leerling.

Bron: Silverman, L.K. (2002). Upside-Down Brilliance: The Visual -Spatial Learner (mag gekopieerd worden). Site in het Engels

Eigenschappen van beelddenkers :

 Beelddenkers hebben een beter ruimtelijk inzicht en gevoel. Alleen kan het lineair verwoorden soms problematisch zijn, gezien de complexere beelden (is een samenhang van meerdere inzichten, indrukken en ervaringen) tot lineaire redeneringen ingeperkt moet worden.
 Houden van computers en zijn vaak technisch, muzikaal, tactisch, of artistiek begaafd (zie ook : meervoudige intelligentie).
 De natuurlijke aanleg om gelezen zinnen ‘in één keer in zich op te nemen’ in plaats van zinnen woord voor woord te lezen/begrijpen (snellezen). Maar als hen wordt gevraagd voor te lezen dan lezen ze vaak iets anders dan wat er letterlijk staat. De beelden die door bepaalde zinnen opgeroepen worden, zijn al achterliggend aanwezig bij bepaalde woordcombinaties.
 Het vermogen om moeiteloos de locaties en relatieve posities te onthouden van objecten die ze ergens geplaatst hebben. Hun ‘fotografisch korte termijngeheugen’ kan eerdere situaties en momenten bijna exact oproepen. Dit is vanwege het niet eerst hoeven nadenken middels het bewustzijn, maar door intuïtief ingegeven beelden of anderzijds door middel van het onderbewustzijn. Dit reageert, linkt en associeert bijna gelijk als de prikkel (waarneming, gedachtegang) die het oproept / teweeg brengt.
 Het vermogen om intuïtief conclusies te trekken die met lineair denken moeilijk te bereiken zijn. De intuïtie wordt opgebouwd naar eerdere conclusiegerichte gedachtegangen. Dit dient niet te worden verward of beschouwt met/als circulaire gedachtegangen bij niet-beelddenkers. Dat zijn slechts gedachtegangen die door het eigen bewuste denken in circulatie worden gehouden. Bij het beelddenken worden voortdurend allerlei associaties vanuit het onderbewustzijn bewust gemaakt (ook waar nog niet eerder over nagedacht is, oftewel nieuwe inzichten.
 Een doorgaans bovenmaatse creativiteit die zich in alle mogelijke gebieden kan uiten, niet alleen in de beeldende kunst, maar in alle activiteiten waar enig visionair vermogen tot uitdrukking kan komen (beschouwende wetenschap, techniek, zakenwereld, filosofie, fotografie,… zie ook : m.i.).
 Ze zijn sociaal en empathisch (al kan dat soms ‘anders’ overkomen).
 Komen vaak jonger over dan ze in werkelijkheid zijn. In het bijzonder hebben sommigen met het Aspergersyndroom dit. Dezen hebben een onbewuste alertheid, welke automatisch gedrag of mimiek van anderen opvalt, welke aanspreekt of algemeen als positief herkend wordt. Dat is over het algemeen een jonger voorkomen. Dit wordt zoals alles dat interessant is verwerkt binnen het beelddenken. Gedrag of bewegingen (die ooit eerder bewust zijn geweest/gedaan) worden ingegeven, bijna gelijk als wanneer de omstandigheden erom vragen. Vanwege de onbewuste alertheid valt ook meer onbewust gedrag en bewegingen op bij anderen, die vervolgens onbewust worden toegepast, maar dus wel bewust zijn geweest (een onbewuste uiting van het bewustzijn).
 Ze gebruiken veel gebaren bij het praten omdat ze alles duidelijk voor zich zien, en het eigenlijk ook zo zouden willen uitleggen.

Als minder positieve eigenschappen wordt verder gezien:

Zijn (te) gevoelig, want soms kan het gebeuren dat ze plaagtoestanden te letterlijk nemen.
 Het schrijven van teksten in een zeer ‘kronkelige’ stijl. Doordat vaak grotere gedachtesprongen worden gemaakt vinden woorden moeilijk samenhang, zijn zinnen losstaand en zonder verband.
 Ze komen vaak slordig, structuurloos en chaotisch over en vergeten dat ze dingen op moeten ruimen.
 Ze komen vaak dromerig over, en zijn er niet met hun gedachten bij en afwezig. (dagdromer)
 Ze trekken snel conclusies op verkeerd geïnterpreteerde gebeurtenissen of informatie.
 ze kunnen vaak niet op de juiste woorden komen en zeggen in plaats daar van vaak woorden als dinges.
 ze gaan slordig om met spellingsregels want dat vinden ze onbelangrijk (niet altijd het geval).
 ze zijn taalzwak (maar kunnen tegelijkertijd wel een grote woordenschat hebben). Vooral engels is een struikelblok (niet altijd het geval).

Bron:  http://www.nl.wikisage.org

4 REACTIES

  1. Wauw, echt alles wat hier staat klopt bij mij.
    Ik voelde ook dat ik altijd in me eigen wereld zat en voelde me nooit begrepen en mensen dachten dat ik nooit iets snapte, terwijl ik het juist zo goed begreep, maar het niet kon uiten.
    Echt een gevoel van gevangen zijn in je eigen lichaam.
    Ik ben blij dat ik nu weet dat ik niet dom ben, maar gewoon een extreme beelddenker ben.

  2. Goedenmorgen auteur,
    Ik kan mij geheel vinden in het profiel van een beelddenker.
    Mijn intuïtie is vaak goed, nauwkeurig en genuanceerd en heb ik, zonder het goed te kunnen verwoorden, een compleet beeld van bijv. een situatie, personen, verhoudingen of gebeurtenissen. Ook vinden vele mensen mij traag van ‘begrip’, terwijl dat voor mijn gevoel helemaal niet het geval is. waar de discussie al een aantal stappen verder is, ben ik nog met het vorige onderwerp bezig, omdat de beelden zich op dat moment samenvoegen tot één geheel. Ook het moeilijk kunnen verwoorden van beelden speelt bij mij een rol. Aan mijn woordenschat of mijn communicatieve vaardigheden kan het niet liggen, maar soms wou ik dat ik bij de ontvanger kan ‘inpluggen’ en de informatie in één seconde kan overdragen. Daarnaast brengt het mij enigzins in isolement, omdat ik mij zo nu en dan niet helemaal begrepen voel. Tegenstrijdig maar waar; ik heb een commercieel, adviserend beroep en als je ergens je communicatieve vaardigheden ergens voor nodig hebt,dan is het wel in dergelijke beroepen. Ook het absorberen van indrukken en zelfs gevoelens en motieven van anderen maakt het soms heel erg druk en de behoefte naar stilte heel erg groot.

    Dank je wel voor het posten van dit artikel.
    Hartelijke groeten,
    Ray

    • Hoi Ray,

      Ook jouw verhaal kan ik mij volledig in vinden, is er bij jou ook interesse om eens te mailen en wat gedachten te bespreken. Ik heb ook vaak het gevoel dat ik zo helder ben in mijn communicatie maar dat velen het anders opvatten dan dat ik het daadwerkelijk bedoel.

      Mijn mail is leon.kappert@ziggo.nl

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in