DELEN
Bert Hellinge
Bert Hellinge
Bert Hellinger werd in 1925 in Duitsland geboren.

Hoe kunnen mensen elkaar vernederen, martelen of vermoorden zonder dat zij zich schuldig voelen? Hoe kunnen volkeren elkaar plunderen en uitroeien zonder wroeging? Bert Hellinger ,  bekend als grondlegger van de familieopstellingen heeft een theorie: zij volgen hun goede geweten.

Bert Hellinger pleit voor een slecht geweten om conflicten op te lossen

Hun goede geweten? Hun kwade geweten, zal hij toch zeker bedoelen?

Nee, de eigenzinnige Duitse psychotherapeut bedoelt écht het goede geweten. Dat zit zo. Volgens Hellinger is ieder mens onderdeel van een systeem: zijn familie (ouders, grootouders, broers, zussen, kinderen) of groep (volk, ras, geloofsgemeenschap). Zo’n systeem heeft zijn eigen, collectieve geweten. Dat collectieve geweten staat volledig in het teken van het overleven van de familie of groep. Dat is zelfs een fundamentele wet: niemand die ooit tot dit systeem heeft behoord, mag worden buitengesloten. Daarom maakt het geen onderscheid tussen ‘goed’ en ‘slecht’, iets wat het persoonlijke geweten wél doet.

Binnen een familie of groep heeft iedereen zijn eigen plaats, meent Hellinger. In een ruimtelijke weergave behoren de ouders bijvoorbeeld náást elkaar te staan, áchter hun kinderen. Door omstandigheden kan het systeem uit balans raken. Een overspelige vader kan bijvoorbeeld een proces in gang zetten, waarbij zijn vrouw zich van hem verwijdert. De zoon neemt vervolgens de plaats naast de moeder in, omdat hij uit liefde voor haar het plotselinge gat wil opvullen dat is ontstaan door het verraad van de vader. Broers en zussen raken zodoende ook verwijderd van elkaar. Het is deze ‘oplossing’ van de zoon die ertoe leidt dat de familie intact blijft en dat de vader niet wordt buitengesloten; het is feitelijk een manier om de familie te laten overleven. En zo verhindert het collectieve geweten om de dader aan te spreken – ook al staat het haaks op het persoonlijke geweten van de individuele leden van de familie.

familieopstelling
familieopstellingen, de door Hellinger bedachte vorm van psychotherapie

Op deze manier raken families uit balans. Familieleden krijgen te maken met problemen die ze volgens Hellinger pas kunnen oplossen als het systeem van de familie weer in balans is. Die plaatsbepalingen vormen dan ook de basis voor de familieopstellingen, de door Hellinger bedachte en steeds populairdere vorm van psychotherapie waarbij knelpunten in de relaties tussen familieleden worden weggenomen

Wanneer mensen iets doen wat hun rol in de familie of groep in gevaar brengt, worden zij volgens Hellinger het meest geplaagd door schuldgevoel. Dat schuldgevoel is een slecht geweten; het slaat alarm op een moment dat onze positie binnen het systeem op het spel staat. ‘De pijn van een slecht geweten’, schrijft Hellinger, ‘zorgt ervoor dat zij er alles aan doen om de situatie te veranderen, zodat zij er weer bijhoren. Onschuld is in dit verband dus niets anders dan het gevoel dat je door je groep wordt geaccepteerd, dat je erbij hoort. En schuld is het gevoel dat je het lidmaatschap van de groep hebt verspeeld.’

Zo bezien opereert een gewelddadig volk dat een ander volk te lijf gaat, vanuit een goed geweten; het houdt immers de groep intact. En daarom schrijft Hellinger in zijn nieuwe boek Hart tegen hard: Familieopstellingen als instrument voor conflicthantering: ‘Het goede geweten is gevaarlijk. Alle grote misdaden worden met een goed geweten uitgevoerd.’

Onder invloed van de stem van het ‘goede’ geweten raakt de wereld dus steeds meer gepolariseerd. Mensen zien zichzelf als ‘goed’ en bestempelen anderen tot ‘slecht’. Bert Hellinger: ‘Wie zegt: “ik ben goed en de ander is slecht”, zegt eigenlijk dat hij meer recht heeft om erbij te horen dan een ander. Dat noemt men moraliteit.’

Onder invloed van het persoonlijke geweten worden ‘slechte’ mensen verdrongen of buitengesloten. Maar aangezien het collectieve geweten niet toestaat dat iets of iemand wordt buitengesloten, worden de ‘slechten’ alleen maar sterker, waardoor zij de ‘goede’ mensen steeds meer in hun greep houden. Steeds meer moeten de ‘goeden’ zich te weer stellen tegen het vermeende kwaad. Een heilloze exercitie, aldus Hellinger: ‘Ieder groot conflict loopt uiteindelijk op niets uit, omdat het een ontkenning is van wat zichtbaar is, en omdat het datgene buiten zichzelf plaatst wat alleen maar in de eigen ziel kan worden opgelost. Het gaat om een naar buiten geplaatst innerlijk conflict.’

Om die reden pleit Hellinger voor het durven leven vanuit een slecht geweten: ‘Vooruitgang kan alleen maar plaatsvinden met een slecht geweten. Wie onschuldig blijft, blijft ook beperkt. Wie onschuldig wil blijven, blijft een kind. Volwassenen worden schuldig, maar zijn daarom niet slecht. Integendeel, als zij schuldig worden, worden zij menselijker. Hun ziel wordt ruimer en opener voor andere ervaringen. Wij moeten leren boven ons eigen goede geweten uit te groeien.’

Er is veel moed voor nodig om een slecht geweten te hebben ten opzichte van de eigen groep. Een indrukwekkend voorbeeld van deze moed liet de Egyptische president Anwar Sadat zien toen hij in 1977 als eerste Arabische leider een officieel bezoek aan Israël bracht en de Knesset toesprak. Hij was in staat boven zijn eigen slechte Anwar_Sadat

camp david 1979 Anwar_Sadat (Links)

geweten uit te stijgen, maar werd in 1981 alsnog vermoord door mensen uit zijn eigen groep, die dit – in de redenering van Hellinger – met een goed geweten konden doen.

Is er een oplossing voor dit schier eindeloze conflict tussen de ‘goeden’ en de ‘slechten’ op aarde? Gelukkig wel. Hellinger identificeert namelijk nog een derde geweten, dat hij het ‘geestelijke geweten’ noemt. In zijn woorden: ‘Ook de geest is in verbinding, maar dan met alles, ook met het tegenovergestelde. Op dat niveau is er geen sprake meer van partij kiezen vóór of tegen een ander. Het geestelijk geweten staat voor alles en iedereen in dienst van de vrede.’

Volgens Hellinger zal er pas blijvende vrede zijn wanneer iedereen als gelijkwaardige deelnemer wordt erkend. Dat lukt pas als de zogenaamde ‘goede’ deelnemers het kwade en het gevaarlijke van hun ‘goede’ geweten hebben doorgrond. Pas dan kunnen zij de grenzen van het goede geweten overschrijden en ruimte maken voor degenen die zij nu als slecht zien.

Bert Hellinger: Hart tegen hard.

Altamira-Becht, ISBN 906963712x.

2 REACTIES

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in