de natuur

Cursiefje

Een romanticus en een academicus zaten elk op een andere bank in het park, op slechts enkele meters van elkaar. Ze
hadden beiden gekozen voor een plaatsje onder de kruin van een grillige oude eik, genoten er van de stilte en luisterden naar de wervende klanken van enkele vinken en koolmezen. De romanticus was blij dat er geen auto’s te horen waren en dat de natuur de eerste viool speelde. Het stemde hem gelukkig dat er in de Lage Landen nog zulke wonderlijke plekken te vinden waren. Hij bewoog zijn bovenlichaam behoedzaam naar achteren en leunde tegen de bank. Al gauw ervoer hij een gevoel van welbehagen en even sloot hij de ogen. Hij voelde zich één met de natuur, waande zich even in het paradijs. Althans, dat is wat hij nadien met een verzaligde blik verklaarde aan de natuurwetenschapster op de andere bank, de vrouw die hij nu pas in de gaten kreeg.

De vrouw hoorde het verbaasd aan. Waarom kon zij dat niet -of kon zij dit niet meer? Zij had in diezelfde tijdspanne de stam van de oude eik oppervlakkig bestudeerd en vond het zielig dat die niet bedekt was met minibiotoopjes van mossen en korstmossen,waarin insecten zich bedrijvig toonden. De gegroefde stam leek
wel schoongeboend met bleekwater! Ze had ook haar buurman bestudeerd toen die even de ogen sloot. Net als hij had ze geluisterd naar de vinken en koolmezen, maar ze had daarbij de bedenking gemaakt dat de mannetjesvink weer op zoek was naar een poppetje om te paren en dat het hem kennelijk niet lukte om er eentje te benaderen, hoe erg hij ook zijn best deed. Hij had hier te veel concurrenten. De koolmezen sloegen alarm toen de vrouw met een plotse beweging de kraag van haar jasje recht trok. De ‘vogelroep’ veranderde plots, maar alleen zij leek het waarschuwende karakter ervan te herkennen. De mezenjongen in de nestjes sperden ondertussen onophoudelijk hun snaveltjes open om te worden gevoed, maar de volwassen vogels bleven uit de buurt om de twee menselijke roofdieren enigszins te misleiden.

Erg vond ze dat niet, want ze wist dat negentig procent van hen uiteindelijk het pleit zou verliezen, en dit nog voor de zomer goed en wel was begonnen. Ze zouden nooit een volwassen vogel worden met een blauw, geel, zwart en wit verenkleed. Zij aanvaardde deze harde wetten, want die hoorden nu eenmaal bij de natuur.
Gewapend met haar kennis kon zij elk schijnbaar pietluttig natuurtafereel lezen als een boeiend verhaal, want ze begreep precies wat er rondom haar gebeurde. Zo las ze op deze plek wel een tiental verhalen in slechts een kwartiertje tijd, maar… het hadden er wel duizend moeten zijn! Er waren inderdaad geen auto’s te horen in deze buurt, maar ze wist dat het voor het klimaat eigenlijk al te laat was. Zelfs indien plots wereldwijd en collectief werd beslist om geen CO2 meer uit te stoten, dan nog zouden de effecten van het huidige gedrag minstens 40 jaar lang voelbaar zijn. Het wetenschappelijk onderzoek gaat met rasse schreden vooruit. Het slaagt erin om alle bevindingen inzichtelijk en toepasbaar te maken, maar ze kan de nefaste invloed van het menselijke gedrag helaas niet meer voldoende bijsturen. De klimaatopwarming blijkt telkens weer sneller te gaan dan zelfs de meest pessimistische en extreme wetenschappelijke schema’s voorspelden. Of anders gesteld, de maximummarges van elke wetenschappelijke extrapolatie worden telkens sneller bereikt dan verwacht.

Daardoor kon deze vrouw eigenlijk niet meer van de natuur genieten, en nog minder van de mens met zijn drang tot snelle behoeftebevrediging en sterke maar fout georiënteerde profileringsdrang. De mens verschilt daarin nauwelijks van de andere primaten, zo vond ze. Dat dunne laagje beschaving kun je zo weer wegkrabben. Ze betreurde het ook dat ze op deze groene plek slechts een glimp kon opvangen van het perfecte geheel, van het perfecte ecosysteem, waarin alles in balans is en waarin soorten niet in een razendsnel tempo verdwijnen. De wisseling van de soorten mag dan een evolutionair gegeven zijn, het ging nooit eerder in dit tempo. Zelfs hier zag ze enig bewijs van het feit dat de menselijke soort zich veel te sterk laat gelden in de grote biotoop die de wereld is: de bomen waren immers veel te vroeg aan het botten. Vogels en insecten dienden zich aan te passen aan een nieuw seizoensritme, als ze daartoe tenminste al in staat waren.

Haar gaf deze schaarse groene plek in de woonagglomeratie die nu Nederland en Vlaanderen heet, het gevoel dat ze keek naar een brandend schilderij, eentje waarvan de kleine stukjes canvas aan de rand, al verteerd door het vuur, stilletjes de lucht invliegen: voor eeuwig verloren. Die gedachten maakte haar uitermate weemoedig, in tegenstelling tot haar buurman. Ze voelde zich ook triest omdat de man niet scheen te begrijpen hoe het eigenlijk had kunnen, had moeten zijn, en zich simpelweg had aangepast aan deze nieuwe situatie. Onwetend van hoe het vroeger was en zich van geen kwaad bewust over wat hem, zijn kinderen en de volgende generaties nog te wachten stond. Of was hij zich daarvan wel bewust, en verstond hij desondanks de kunst van het genieten? Was hij beter aangesloten
op de bron en stond haar kennis haar daarbij nu net in de weg?

(eigen tekst uit het boek Helend groen )

Evenwicht

Ondanks alle goede bedoelingen en welgemeende intenties, zelfs van natuurverenigingen en wetenschappers: zo lang wij onszelf blijven zien als iets dat buiten de natuur staat, dan zal de mens in staat blijven Moeder Natuur te vernietigen en kunstmatige en (op lange termijn) nefaste (met heel ongunstige gevolgen-red) ingrepen te doen. Wij horen bij die natuur en moeten ze niet vanuit onze hoogmoed besturen, niet uitputten, zelfs niet herstellen, want het ontbreekt ons daarvoor aan de juiste allesomvattende kennis om dit te doen. We moeten ook niets opofferen aan wetenschap.

De natuur redt namelijk zichzelf, toch van zodra de mens zich weer aangesloten voelt op deze bron, want dan is er weer kans op evenwicht, door het respect voor moeder aarde en haar oneindige schoonheid en complexiteit. Dan is het dus ook nodig dat we niet alleen een ideëel, een rationeel of spiritueel leven leiden en beleven, maar ook ECHT willen aarden in die mooie aarde. Voetjes in het gras, in het zand, het hoofd weer zon, wind en regen en sneeuw laten voelen.

Dan moeten we weer de stilte durven opzoeken, ons laten opslorpen door wat we zien en voelen. Vooral niet vies van haar zijn. Alleen dan eren we haar! En alleen zo komen we zelf weer in evenwicht en de aarde volgt sowieso, want haar vibratie volgt de onze, want wij zijn als haar zandkorrels, al bewegen we zelf en worden we niet meegevoerd door de wind en waterlopen. We zijn één met haar en vergaten het omdat ons brein ons afsluit van natuurmaterie, van het praktische… We leven teveel in ons hoofd, raakten verslaafd aan consumentisme en nieuwe media, en lijken wel belast te zijn met smetvrees voor onze aarde (haar lichaam) en onze rivieren, zeeën (haar levensaders en levenssappen).

2 REACTIES

  1. the nature law has no mercy it is only the law

    als alle bomen zijn gekapt en de rivieren en zeeen zijn vervuild dan begrijpt de mens dat men geld niet kan eten
    wijsheid van de indianen Ohey

    • Zo is het helemaal. Men loopt nog niet warm genoeg voor moeder aarde. Als men grote akkers zonder akkervogels (door sproeistoffen en overbemesting) nu al waarneemt als natuur, dan staat men er nog heel ver van.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat een reactie asch
vul je naam in