DELEN
Engelen de dood van een 5-jarige en gelukkig zijn

Als mijn oudste zoon op vijfjarige leeftijd plotseling sterft, ervaar ik als moeder naast het verdriet en de wanhoop enorm veel kracht en liefde, die me de moed geven om – in plaats van alleen maar verdrietig en depressief te zijn – juist vol in het leven te gaan staan. Waar kwam die kracht vandaan? En hoe komt het dat de dood juist zoveel richting geeft, waar ik dacht dat alle grond onder mijn voeten zou worden weggeslagen? Over mijn weg: van rouwende moeder tot moedercoach.

Geloven en weten

Mijn hele leven heb ik geloofd in engelen. Ik schrijf ‘geloven’ omdat ik niet paranormaal begaafd ben, helaas. Maar er is geen twijfel. Er zijn in mijn leven een paar ‘ontmoetingen’ geweest, maar die waren heel anders dan een normale, menselijke ontmoeting.

Het was meer een soort visioen dat heel krachtig was, wat ik met geen mogelijkheid had kunnen verzinnen en wat me enorm hielp op dat moment. Dat zijn momenten geweest die me heel diep van binnen zo sterk overtuigden dat alle rationele twijfels als sneeuw voor de zon verdwenen.

Op een bankje in het bos

Ik zat op een bankje. Naast mij zat een jonge man met wie ik even een leuke tijd had gehad. Ik wist al vrij snel dat het daarbij zou blijven, maar voelde zijn verlangen en hoop om een echte relatie op te bouwen heel sterk achter de warmte van zijn handen die – een klein beetje zweterig en klam – om mijn linkerhand lagen.

We zaten in een bos en hij was afscheid aan het nemen. Ik had hem net verteld dat er voor mij niet meer in zat en dat ik het prima vond zolang het zou duren, maar dat ik wist dat we niet voor altijd bij elkaar zouden blijven. Heel terecht zei hij dat het dan beter zou zijn om er nu meteen een punt achter te zetten. Dat zei hij wel, maar hij wilde het niet echt. Niet met z’n lijf in ieder geval.

Voorgevoel

Ik voelde er niet veel van, ook al was ik heel erg aanwezig. Ik was gewoon niet geraakt door hem. Hij liet me koud. Wat ik interessanter vond, was dat zich een bijzonder gevoel van me meester maakte. Ik voelde me sterker en zelfverzekerder dan ik me ooit had gevoeld, ik voelde me diep van binnen zo vredig en warm. Ik voelde dat ik precies deed wat goed was op dat moment en dat ik nergens aan hoefde te twijfelen. En toen gebeurde het.

Boom

Ik zag mijn ruggenwervel voor me; recht en sterk en toch buigzaam en flexibel. En daaruit groeiden in een oogwenk stevige, sterke wortels en machtige takken die snel een enorme kroon vormden. Mijn ruggenwervel werd de stam van een boom die mij oersterk maakte en goed geworteld. Ik zat daar op dat bankje en wist heel diep van binnen: ik kan alles aan, want in mij zit die oerboom. Die laat me nooit wankelen, die geeft me de mogelijkheid om me uit te strekken naar de zon.

Dood

Inmiddels heb ik de man gevonden die ik vinden moest. Mijn zielsmaatje, met wie ik nu al ruim twaalf jaar samen ben en met wie ik drie prachtige zoons kreeg: Arend in 2010, Emile in 2013 en Olaf in 2016. Maar het grote geluk in de liefde en het ouderschap gaf ons ook de grootst denkbare pijn: onze oudste zoon, Arend, stierf in april 2016 heel onverwacht aan een hartaanval. Het was zeer waarschijnlijk het gevolg van een onontdekte hartkwaal en verzwakking door een paar weken griep, oorontstekingen en een bacteriële infectie. Hij was vijf.

Emile was tweeënhalf en ik was ruim 39 weken in verwachting van onze jongste. Ik was al twee dagen enorm aan het wachten op die bevalling. Ongeduldig en klaar met dat zware, logge lijf. Ik zat met mijn dikke buik naast hem op de bank. Arend lag onder een dekentje, witjes en dun geworden van het al weken ziek zijn.

Sterfscène

En toen ineens: die naar achter trekkende rug, zijn oogjes die wegdraaiden in hun kassen, raspende adem.. Een snelle, onomkeerbare sterfscène. Ik tilde hem direct op – intuïtief. Droeg hem naar de gang, dichtbij de voordeur, waar ik hem op de grond legde, bijna automatisch zijn neus dichtkneep en z’n hoofd kantelde, hem beademde en zijn hart masseerde. Goed in het ritme blijven en tellen. Tellen. Tellen. Zo heb ik het geleerd op de cursus en zo vaak geoefend op die stinkende plastic poppen.

“Dit is mijn kind, dit is mijn kind, dit is mijn kind,” galmde het door mijn hoofd. Ik zag mijn buik golven onder mijn armen. Daar zit een kleintje… dáárom was hij nog niet geboren. Hij wist natuurlijk dat dit eerst moest gebeuren… Hij wist dat zijn broer moest gaan. Ik blies de lucht in de kleuterlongen en zag de borst opkomen. Nog eens. En weer masseren, want zonder mij bleef het stil daarbinnen. En ik riep zijn naam. “Arend!! Blijf hier!!”. Maar ik wist al dat hij weg was en niet terug zou komen.

En ik voelde de boom. Sterker dan ooit.

En Emile, zijn broertje, stond ernaast en keek ernaar.

Kinderwijsheid

Dat onze peuter niet in paniek raakte, niet eens schrok van wat er gebeurde, dat hij in de week na het sterven nergens vragen stelde maar gewoon overal bij aanwezig was, dat was voor mij zo wonderlijk en zo troostrijk. Hij zag ons verdriet wel en constateerde dan: “Mama moet huilen. Emile niet.”

Ik weet zeker dat kleine kinderen nog toegang hebben tot een ouder weten; dat zij misschien nog kunnen horen wat de engelen hen vertellen. De dochter van een goede vriendin zei heel treffend: “We moeten cadeautjes meenemen voor Susannah, en Mark en Emile en Olaf, want die zijn verdrietig. Maar Arend niet hoor. Die is in de hemel! Die is blij!”

Er waren meer kinderen die ons indirect lieten weten dat het voor onze kleuter helemaal niet erg was: hij was lekker aan het lachen en spelen bij de engelen. Op een dag stak ineens de wind op, in het kleutertuintje waar zijn klasgenootjes buiten speelden. En de kinderen riepen naar hun juf: “Kijk! Arend komt met ons spelen!” De juf schoot vol, maar de kinderen waren gewoon, eenvoudig, blij. Waarom ook niet? Hun hemelvriendje zei even gedag. Zo eenvoudig was het.

Vroedvrouw

Vier dagen na de dood van Arend, toen de begrafenis en de uitvaart en alles wat erbij kwam kijken geregeld waren, toen we het grafje hadden uitgezocht en alle aktes ondertekend, begon mijn bevalling. Ik had een engel van een vroedvrouw die me als een leeuwin beschermde tegen verdriet en angst. Die als een rots in de branding bleef staan voor liefde en vertrouwen. Met sterke handen en een zachte stem, gesteund door een schat aan ervaring en wijsheid, leidde ze mij door de baring heen. En weer voelde ik de boom zo sterk en krachtig staan.

Doorgeven

Na de geboorte van Olaf en de begrafenis van Arend trof het me dat ik niets aan levenslust verloor. Natuurlijk huilde ik, voelde ik me bij vlagen zo intens moe en afgemat. Maar onder alle emoties stroomde een brede, rustige rivier van liefde en kracht. In de periode die volgde heb ik van tallozen het bericht gekregen dat ik hen inspireerde met hoe ik dit kon dragen. En iedere keer weer voelde het als een compliment voor iets dat ik niet zelf had gedaan, maar wat me gegeven was. Het voelde onterecht en ik wilde het steeds niet echt aannemen.

Tot iemand zei – toen ik maanden later twijfelde over een deel van mijn werk en niet wist wat ik met de tijd zou doen – “Jij hebt zoveel door te geven.” Die zin bleef hangen. Want het is niet van mezelf, die kracht. Ik mag het gebruiken. En ik hoop dat ik het door mag geven. Toen wist ik wat me te doen stond.

De terugkerende vragen

Ik ben de oudste van drie kinderen en deed sinds mijn twaalfde altijd veel oppaswerk. Opgeleid als juf, zeven jaar werkervaring op een Vrije School, tien jaar werkervaring als gastouder en zes jaar moederschap. Alles bij elkaar heel wat geleerd en geoefend met het leven met jonge kinderen. En elke keer die moeder aan de deur, of het nou de klassendeur of mijn eigen voordeur was, die zorgen had over iets in haar moederschap.

Een slecht slapend of slecht etend kind, een huilende baby, een dwarse peuter, een communicatieprobleem met haar partner, een angstig of boos kind, twijfels van binnen… Alles kwam voorbij. Ik luisterde en keek en gaf mijn gedachten, voor wat het waard was. Vaak kon ik helpen, maar soms wist ik ook niet zo goed wat ik ermee moest.

De wijsheid na de rouw

Vreemd genoeg veranderde dat na de dood van Arend. Ik zag grotere verbanden en vond manieren om me te scholen. Een vriendin gaf me een bijzonder boek over ons leven na de dood en voorafgaand aan een nieuw leven (De Zielenreis, door Michael Newton) en ik ontdekte de wijsheid van familieopstellingen (grondlegger Bert Hellinger) en de liefde van geweldloze communicatie (grondlegger Marshall Rosenberg) in verschillende trainingen en boeken.

Ruimte

En zo begon ik. Maakte voor het eerst echt tijd voor die gesprekken die ik al jaren aan de deur tussen neus en lippen voerde. Eindelijk ruimte maken voor de moeder die alles wil en alles kan, maar soms gewoon even niet meer weet hoe… Die moegestreden is, die zich alleen voelt, die van alles geprobeerd heeft, maar nog steeds het goud van de opvoeding niet heeft gevonden, die niet meer weet hoe ze bij haar eigen bron van kracht en wijsheid kan komen.

Moederschap in ontwikkeling

Ik maak nu ruimte in mijn agenda en spreek met moeders af voor een uur wandelen in de natuur. En elke week kijken we hoe het gaat, waar de vragen liggen, waar de sleutel te vinden is om hun vraagstuk aan te pakken. Tijdens het lopen zie ik de spanning uit hun schouders zakken, de ogen rustig worden van de bomen om ons heen, van de rietkraag langs het water. Zo ontdekte ik het beroep waar al het voorgaande in mijn leven een voorbereiding op was. En ik noemde het Moederschap in Ontwikkeling.

De vraag van de engel

Dat luisteren en kijken, een ander volledig in mijn aandacht opnemen waardoor ik nieuwe ingangen zie, dat is voor mij net zo helend als voor hen. Het samen lopen, de verhalen die ze mij vertellen en de vragen die zij stellen, leren me veel over hoe wij mensen dromen, denken en handelen.

Ooit leerde ik van vriend, psycholoog en antroposoof Jacques Meulman: als wij slapen, en onze ziel komt aan in de geestelijke wereld waar onze gids of onze beschermengel ons opwacht, dan brandt er één vraag op diens lippen. Dezelfde vraag, iedere nacht weer: “Hebben ze je gezien?”

Gezien worden

Dat is niet voor niets zo wezenlijk voor elke mens: gezien te worden. Gezien worden in onze wensen en dromen, gezien worden in al onze pogingen, die soms lukken en soms ook niet. Gezien worden in onze successen en in ons verdriet. In onze twijfels en in onze hoop. Als er een moeder naar me toe komt en ik mag haar een uur beluisteren, alles vragen en haar vertellen wat ik weet, dan zie ik haar met alles wat ze meedraagt. En ik lees haar houding en haar ogen. En hoe ze loopt en rondkijkt. Dat zegt me zoveel meer dan haar verhaal alleen.

Hoop

En altijd dringt zich iets aan me op. Een gevoel, eerst twijfelend en dan sterker. Dan vraag ik verder en kijk ik met nóg meer aandacht. Ik luister zonder oordeel, met alle compassie die ik in me heb. Ik wil niet aardig zijn, maar liefdevol. Niet oppervlakkig, maar echt aanwezig. Ik ga niet voor een korte-termijn-oplossing, maar voor heling van binnenuit. Na een gesprek ben ik moe, maar zó hoopvol. Want dan heb ik echt mogen kijken en dat in zichzelf geeft kracht. Aan de ander én aan mij. Ik heb gezien én ik bén gezien.

Ik heb het mooiste beroep dat er is.

Susannah van Asch-Yasuda

 

7 REACTIES

  1. Dat klopt, engelen bestaan ook. Maar net zoals dat er geincarneerde engelen op aarde zijn, zijn er ook geincarneerde demonen op aarde. Waar ik er 1 van ben…

  2. Dankjewel voor het delen Susannah. Jouw ervaringen die je hier met ons deelt raken me diep. Ik wens je heel veel moois toe, lijkt me een prachtig beroep inderdaad!

  3. Dag Sussannah,

    Ik heb ook 2 visioenen gehad in een bos, deze zomer. Een over een boom die Bestaat uit 2Uiteenlopende stammen en een paar weken later over 3 poorten. Ondertussen is mijn leven volledig overhoop. Alsof ik mijn levensopdracht eindelijk moet vinden. Het sterkt mij dat jij ook een dergelijk iets bent overkomen. Ik ben blij met de steun van de engelen en hoop dat ze me verder de weg wijzen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in