Samenvatting van de lezing van Hans Stolp voor stichting “In-zicht” op 19 september 2001. Thema: “De zeven stappen naar de Lichtwereld”.

Acht dagen na de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon was Hans Stolp bij ons te gast in De Koningshof. Omdat de beelden van die aanslagen nog vers in het geheugen lagen en iedereen zich afvroeg welke consequenties deze gebeurtenissen zouden hebben, wijdde Hans de eerste twintig minuten van zijn voordracht aan een korte beschouwing vanuit de esoterische traditie over het tijdperk van de transformatie waarin wij nu leven. Daarmee plaatste hij deze gebeurtenissen meteen ook in een ander en weidser perspectief. Hij stelde, dat we nu leven in een tijd waarin het kwaad onverhuld aan het licht komt en het oude karma tussen het christendom, het Jodendom en de Islam zichtbaar wordt. Ook de oude tegenstellingen tussen het Oosten en het Westen komen nu tot ontlading: Europa zou hierin een brugfunctie moeten vervullen.

Daarna behandelde hij het oorspronkelijke thema van “de zeven stappen naar de lichtwereld”: dit zijn de fasen die de mens na de lichamelijke dood doorloopt in de geestelijke wereld.
Na het openingswoord van Paul las Margriet het gedicht “Thuiskomst” voor; dit werd gevolgd door het stiltemoment. Daarna nam Hans het woord. Hieronder treft u een samenvatting aan van zijn lezing
___________________________________________________________________________

Wat kun je vanuit de esoterische traditie zeggen n.a.v. de 11e september?
Ik heb mij verheugd op deze avond en dat gevoel is ook gebleven, maar het is toch anders door wat zich in Amerika heeft afgespeeld: dat geeft een druk op de ziel. Als je die beelden ziet, vraag je je af: wat is hier aan de hand? Graag wil ik vanuit de esoterische traditie daar een paar dingen over zeggen.
1. Allereerst dit: het is natuurlijk te gruwelijk voor woorden en niet in te denken wat in Amerika gebeurd is. Mensen worden abrupt weggerukt uit dit leven terwijl ze op weg zijn naar hun werk. Anderen hebben doodsangsten uitgestaan in de vliegtuigen die zich in het WTC en het Pentagon hebben geboord. De vraag is dan: wat moeten wij daarmee doen? Wat ik in dit verband heel goed vond van Amnesty International is, dat ze meteen opriepen om voor gerechtigheid te kiezen boven wraak. Wraak past niet; bij wraak vallen onschuldige slachtoffers.

2. In de grote Egyptische Piramide staat een tekst met een tijdtabel afgebeeld: deze kalender loopt tot 17 september 2001. Dat was eergisteren. Dit “einde” staat hierin voor de komende grote verandering op aarde, voor een omvorming, een optillen naar een nieuwe tijd. Dit is een eeuwenoud gegeven: overal waar het licht helder gaat schijnen, begint de duisternis zwarter te worden. In deze beslissende overgangstijd komt het kwaad onverhuld aan het licht. Daarom zullen wij eerst door een crisis heen moeten, ook in ons eigen leven. Deze crisis is nu wellicht begonnen. Dit is het duister, maar dit is óók de doorgang naar de nieuwe wereld waarin mensen leren om echt in onvoorwaardelijke liefde met elkaar te leven.

Al jaren lang is de geestelijke wereld bezig om een netwerk op te bouwen van mensen die het innerlijk vertrouwen weten te bewaren als het erop aan gaat komen. ‘Blijf innerlijk in je vertrouwen staan’, luidt de oproep ‘weet dat dit een verborgen zin heeft; het gaat naar een nieuwe wereld toe’.
3. Wat we nu ook zien, is dat in deze tijd van omvorming oud karma zichtbaar wordt. Dat karma moet worden getransformeerd. In de nieuwe wereld is er geen karma meer; haat, angst, oorlog en liefdeloosheid zullen er niet meer zijn. We hoeven dan ook niets meer op elkaar af te reageren.

In deze tijd komen nog steeds onverwerkte dingen naar boven, zowel in het wereldgebeuren als in de eigen ziel. Ook tussen het christendom, het Jodendom en de Islam heeft zich oud karma opgehoopt. We hoeven in dit verband alleen maar te denken aan de huivering die er door de Arabische wereld trok toen president Bush het woord ‘kruistochten’ in de mond nam; dat roept meteen een hele wereld aan associaties op, die verbonden zijn met het oude karma tussen het christendom en de Islam.

Als we kijken naar de verhouding tussen het Jodendom en de Islam, dan lezen we in het Oude Testament dat Abraham de stamvader was van de drie godsdiensten die ik net heb genoemd. Zijn geliefde zoon Izaäk stond aan de basis van het Jodendom, terwijl zijn zoon Ismaël, waaruit de Islam is voortgekomen, samen met zijn moeder werd weggezonden in ballingschap. Dit karma is dus al heel oud.

4. Graag zou ik in dit verband ook Greiner willen noemen, een esotericus. Hij schreef: “Het vergroten van het materialisme in het Westen roept tegenkrachten op in het Oosten”. Deze tegenkrachten worden gevoed vanuit de oosterse spiritualiteit die de onthechting van het menselijk ik beoogt. Deze verschijnselen spelen ook mee bij de aanslagen op het World Trade Center en het Pentagon.
Volgens de esoterische traditie heeft Europa een brugfunctie te vervullen tussen het Oosten en het Westen: we gaan nu toe naar een wereldburgerschap waarin oude tegenstellingen worden overbrugd. Europa moet naar beide kanten toe bemiddelen. Daarom hoop ik niet dat Europa rücksichtlos de kant van Amerika kiest, maar deze brugfunctie ook daadwerkelijk op zich wil nemen.

Afrondend zou ik er nog dit over willen zeggen: bij het zien van deze gebeurtenissen moeten we niet in angst of woede schieten om er niet weer uit te komen. Dat mag natuurlijk wel even, maar na zo’n eerste reactie moeten we weer terugkeren naar ons vertrouwen. Durf hieraan vast te houden; blijf staan in die stille, kwetsbare krachten van vertrouwen en onbevangen liefde voor alle mensen, welke godsdienst of nationaliteit ze ook mogen hebben. Laten we ons daarom niet opbergen in onze eigen arrogantie, in de trant van: wij weten wel hoe het zit, wij zijn democraten.
In deze overgangstijd worden we heel zichtbaar en voelbaar geleid vanuit de geestelijke wereld: durf dat in vertrouwen vast te houden. Wij moeten bruggen bouwen nu dat eindelijk van ons gevraagd wordt. Ieder zal in eerbied en respect een eigen antwoord moeten zien te vinden op deze wereldbrand.
Misschien helpen deze woorden een beetje om de eigen gedachten te bepalen.

Hierna steekt Hans de kaarsen aan, voor onszelf, onze geliefden en voor de gestorvenen in Amerika.

Inleiding op “de zeven stappen naar de Lichtwereld”
Laat ik het eigenlijke onderwerp van deze avond beginnen met het voorlezen van een gedicht.

Gebed voor een gestorvene

Jij die leeft in het licht,
ik weet, je dood was een geboorte,
jouw leven was voltooid.
Je had geleerd wat je hier leren moest
en daarom ging je heen,
terug naar het stralende licht
vanwaar je eens gekomen was.
Jouw dood is een geboorte in het licht.

Ik zend jou al mijn liefde
en ik denk aan jou hoe mooi,
hoe lief je wel kon zijn.
Voel mijn dankbaarheid
om alles wat je me gegeven hebt.
Ik weet, je bent gelukkig daar,
je wordt er lichtend licht.
Moge God je zegenen op jouw weg.

En straks, dan zie ik jou terug
als jij mij opwacht bij de grens,
want liefde, sterker dan de dood,
blijft ons verbinden, nu en straks.
Dat God jou in Zijn liefde bergt.

Hoe is de weg voor een gestorvene? De oude christelijke traditie vanwaaruit we ons onderwerp van vanavond gaan behandelen, heeft, evenals andere oude tradities, weet gehad van zeven stappen na de dood. Deze zeven fasen worden o.a. beschreven in het Egyptische dodenboek en het Tibetaanse dodenboek. Al deze tradities komen op hoofdlijnen met elkaar overeen. Hieruit leren wij dat de mens naast zijn fysiek lichaam nog twee andere, geestelijke lichamen bezit. Het etherische lichaam strekt zich uit tot ca. 10 cm. om het hele fysieke lichaam heen. Dit lichaam bestaat uit goddelijke levenskracht die voortdurend door mij heen stroomt en mij omgeeft als een soort tweede huid. Ik leef dankzij deze levensadem. In Genesis wordt dit ‘de adem Gods’ genoemd. In de Oosterse traditie heet dit ‘Prana ’.

Daarnaast bezit de mens een astraal lichaam. Dit bevindt zich in een straal van ca. 1 meter om het fysieke lichaam heen, hoewel de grootte wel kan variëren. Astra betekent ‘ster’ en verwijst naar de krachten van de planeten, die het karakter in deze incarnatie zouden bepalen. Hoe dit astrale lichaam werkt kun je o.a. merken aan wat je voelt als je in een volle zaal of in de trein zit: mensen raken elkaar fysiek meestal niet aan, maar hun astrale lichamen doen dat wél. Als je naast bep. mensen zit, voel je je heel behaaglijk, maar bij anderen word je afgestoten door hun energie. Dat komt doordat je eigen astrale lichaam ‘in gesprek’ is met het astrale lichaam van een ander. In feite zijn die gevoelens het gevolg van het aantrekken of afstoten van de energie van die ander. Daarnaast hebben astrale lichamen ook vaak een kleurig aspect: de kleuren ervan drukken bepaalde emoties en stemmingen uit.
Beide geestelijke lichamen samen worden ook wel de ‘aura’ genoemd. Soms worden ze gezien door mensen die daar gevoelig voor zijn. Dit gebeurt de laatste tijd steeds meer; je ziet daardoor stemmingen in elkaars aura weerspiegeld. Het voordeel daarvan is dat je elkaar minder goed kunt bedonderen. Er zijn dan geen verschillen meer tussen het naar buiten toe zeggen van dingen en het denken binnenin je.

Wat gebeurt er als een mens sterft?
Tijdens het sterven treden de beide geestelijke lichamen uit het fysieke lichaam via het hoofd (bij de kruinchakra) of – minder vaak – via de hartchakra. Hierbij wordt ieder mens helderziende. Dit komt doordat het vermogen tot helderziendheid optreedt wanneer de geestelijke lichamen wat losser gaan zitten van het fysieke lichaam dan gewoonlijk. Ook tijdens het leven gebeurt dit wil eens, bv. wanneer mensen door bep. gebeurtenissen een flinke schok moeten verwerken. Maar bij het sterven overkomt dit ieder mens: hij of zij krijgt hierbij een blik op de “overkant” te zien. Men ziet gestorven geliefden en kan ook met hen spreken; sommigen mensen horen op zulke ogenblikken muziek. Wij die achterblijven moeten de stervende dan loslaten, maar er zijn anderen – engelen – die onze taak van ons overnemen. Geen mens hoeft dus alleen door de poort van de dood te gaan. Dit is tevens de eerste stap die de mens zet in de geestelijke wereld.
Hoe is dit nu bij een ramp als in Amerika, waarbij duizenden mensen plotseling dood gaan? Daarbij gebeurt dit ook. Ook de gestorvenen in Amerika hebben dat licht en de overkant gezien. Op de grens van de dood traden ook zij in de sfeer van de eeuwigheid. Hierdoor lijkt de tijd te vertragen, waardoor je alles in een normaal tempo meemaakt. Wat zich op aarde in een halve minuut afspeelt, kan in de geestelijke wereld voor je gevoel wel dagen lang duren.

De definitieve dood treedt pas op als het ‘zilveren koord’ verbroken wordt: dat is de verbinding tussen het fysieke lichaam en de geestelijke lichamen van de mens. In Prediker 12 : 5 t/m 7 wordt dit zilveren koord beschreven. Zolang het zilveren koord nog heel is, kun je met je geestelijke lichamen uittreden naar de overkant. Dat gebeurt in feite heel vaak. Zo heeft ieder van ons vrijwel elke nacht wel een uittreding, nl. als we dromen. ’s Nachts treden echter alleen het astrale lichaam en het ‘goddelijke ik’ uit, terwijl het fysieke en het etherische lichaam achterblijven. In het etherische lichaam zetelt echter ons geheugen: dit gaat dus ’s nachts niet mee op reis als we dromen. Daarom bewaren we na het ontwaken slechts een vage herinnering aan de gebieden die wij tijdens onze dromen hebben bezocht. Bij bijna-dood-ervaringen treedt ook het etherische lichaam uit. Daarom kunnen wij ons zulke ervaringen wél herinneren als we in ons fysieke lichaam zijn teruggekeerd.

Let op de analogie tussen de navelstreng en het zilveren koord; ze lijken als twee druppels water op elkaar. Allebei zijn ze nauw verweven met de processen van geboorte en dood. Het sterven op aarde, waarbij het zilveren koord verbroken wordt, is nl. het geboren worden in de lichtwereld, terwijl het verbreken van de navelstreng gelijk staat aan het sterven in de lichtwereld en het geboren worden op aarde.

De eerste vier fasen in de geestelijke wereld
Wat gebeurt er nu bv. met de Amerikaanse slachtoffers als ze gestorven zijn? Een aantal van hen zal eerst neerzitten en verdoofd zijn door de schok. Anderen zullen rondkijken naast hun lichaam en alles zien wat daar om hen heen gebeurt. Maar als ze allemaal zijn ontwaakt en deze tweede stap hebben gezet, krijgen ze hun levensfilm te zien. Dat is een soort foto-album van je leven. Deze terugblik is de derde stap die de mens zet na de lichamelijke dood. Het allereerst zie je de laatste foto vóórdat je stierf. Zo ga je steeds verder terug in de tijd totdat je bij je geboorte bent aangeland. Er zijn leuke foto’s bij, minder leuke foto’s, maar ook geneerfoto’s en echte pijnfoto’s. Toch moet je alles in een eerste vogelvlucht onder ogen zien; daardoor krijg je een totaalperspectief op je voorbije leven. Wat is het dan heerlijk als je van de achterblijvers te horen krijgt dat je het goed gedaan hebt. Alle woorden van liefde en respect van de achterblijvenden zijn een stimulerende kracht bij de terugblik in het foto-album. Daarom is het waken bij een gestorvene ook zo belangrijk. De liefde en het respect van de nabestaanden bereiken daarbij direct de overledene, die zijn eigen leven overziet en ook minder prettige opnamen onder ogen krijgt.
Wij als nabestaanden moeten niet blijven hangen in het missen van de overledene, want dat belemmert hen. Het luistert erg nauw hoe wij de eerste drie dagen omgaan met onze geliefde gestorvenen. Zij zijn in die periode als het ware nog vlakbij. In het dagelijkse spraakgebruik wordt wel gezegd: ‘hij of zij is het hoekje om’. De overledene hoort, ziet en voelt dan alles wat er in ons hart omgaat.

Na de eerste drie dagen – of wat langer – is het etherische lichaam weg; men trekt het als het ware als een jasje uit. Het astrale lichaam, waarin de goddelijke vonk zetelt, gaat nu de volgende wereld binnen.

De vierde fase is volgens de Oosterse traditie het Kamaloka. In de Westerse traditie noemen we dat ook wel het vagevuur. Nu krijg je weer alle foto’s van je voorbije leven te zien van het begin tot het einde, maar dan op een andere wijze dan de eerste keer. Je voelt nu wat je zelf voelde bij alle gebeurtenissen die zich in je leven hebben afgespeeld, én ook precies wat anderen daarbij voelden. De zin hiervan is dat het inzicht geeft in de gevoelens die je zelf bij anderen teweeg hebt gebracht, of ze nu goed waren of niet. Dit leidt tot bewustwording en bezinning. Ook leidt dit tot een plan van aanpak voor een volgend leven, met als doel om bep. eigenschappen aan of af te leren. Je vraagt je verder af welke ervaringen het meest geschikt zijn om dit te leren. Dit leidt tot echt en eerlijk kijken naar jezelf. Wie tijdens zijn leven kritiek serieus nam, gaat sneller door deze fase heen.

Het bestaan in de hogere lichtwereld
Bij de vijfde stap wordt ons astrale lichaam – het derde in successie – afgelegd en blijft alleen nog het ‘goddelijke ik’ over: dit treedt de hogere lichtwereld binnen. Door de kracht van onvoorwaardelijk vertrouwen en liefde stijgt dit ‘goddelijk ik’ op.
Dit is dus iets heel anders dan het ‘kleine ik’ dat we kennen van het leven op aarde.
Er zijn nu drie lichamen, drie jasjes, uitgetrokken. Wat overblijft is een mens als een lichtend wezen, in puur vertrouwen en liefde, dat uiteindelijk belandt in die sfeer waar we naar de mate van onze lichtkracht thuis horen. Het goddelijke ‘ik‘ komt dan in al zijn lichtkracht vrij. De aankomst in deze sfeer, als mensen die zijn gegroeid door de lering die we op aarde hebben opgedaan, is de zesde stap. Bij onze aankomst is het één groot feest: engelen en andere bewoners van die sfeer wachten ons op.

We leven daarna volop en mogen datgene gaan doen wat als geestelijk verlangen in ons is gegroeid op aarde, maar daar meestal niet kon. Dat is de zevende stap. Heel vaak hebben wij verlangens in de trant van ‘ik zou dit nog graag willen doen en dat ook nog wel’, maar we komen er door allerlei omstandigheden gewoon niet aan toe. Maar wat vroeger niet kon – bv. studeren of met kinderen werken – gaat daar in vervulling. Ook in de geestelijke wereld zijn universiteiten. Sommigen ontwerpen er nieuwe werelden of ontwikkelen ideeën. Anderen kiezen ervoor om af te dalen in de donkere sferen om daar mensen verder te helpen. Wij zeggen wel vaak: ‘rust zacht’, maar dit klopt niet. We doen in de geestelijke wereld juist heel veel.

Je bent in deze lichtwereld net zo lang als nodig is. Je kunt wel afdalen naar lagere sferen, maar niet hoger komen. Prachtige wezens uit hogere sferen dalen af naar de sfeer waarin je zelf verblijft. Deze wezens zijn zó mooi dat daaruit het verlangen kan ontstaan om ook zo mooi te worden. Maar dat gaat niet zonder meer; je zult daarvoor nog meer moeten groeien, en dat kan alleen door af te dalen naar de aarde. Je incarneert dan opnieuw voor een volgend leven.

Tekst: Hendrik Klaassens
Jan van Setten.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat een reactie asch
vul je naam in