adem

Niet ik adem, maar hét ademt.
Niet ik denk, maar hét denkt.

Door de geschiedenis heen, heeft de ademhaling een belangrijke rol gespeeld in godsdienst en spiritualiteit, en niet zonder reden. De ademhaling is verbonden met het leven. Geboren worden begint met een inademing, waarop een babylijfje zich met leven vult. Wanneer iemand komt te overlijden wordt de laatste adem uitgeblazen en trekt het leven zich terug.
Tijdens de inademing nemen we zuurstof op uit de atmosfeer. Tijdens de uitademing geven we koolzuur (kooldioxide) af in de lucht, en het is door deze ritmische balans van in -en uitademing dat wij in leven blijven. Wanneer de opname van zuurstof en afgifte van koolzuur niet in evenwicht zijn, leidt dit tot lichamelijke klachten. In eerste instantie vage, niet duidelijk te traceren klachten, zoals vermoeidheid, duizeligheid en onverklaarbare pijn.

Volgens de yogaleer bestaat er een nauw verband tussen adem en prana, de vitale levensenergie. Prana is dus niet hetzelfde als adem, maar verwijst naar de ijlere levensstromen in het etherisch -of levenslichaam dat gevoed wordt en op peil gehouden door pranayama (ademhaling).

De ademhaling blijkt zelfs van invloed op onze geest.
Het Hebreeuwse woord roeach kan zowel adem als lucht betekenen, daarbij aangetekend dat zowel lucht als adem van oudsher in verband werden gebracht met geest.
Hetzelfde constateren we bij het Latijnse woord spiritus, waarin we het woord spiritualiteit herkennen. Spiritus staat voor vitaliteit, adem, geest en geestdrift.
Tot slot is er nog het woord inspiratie, dat afgeleid is van het Latijnse inspirare: inademing. Het is de geest waar onze ideeën, geestdrift en begeestering uit voortkomen. We vertalen inspiratie door: inval, ingeving, bevlogenheid, of bezieling.ademen

De hierboven genoemde woorden vertellen ons, dat het in feite de geest (of levensgeest) is, die bezit neemt van een fysieke lichaam en het met leven vult. Tijdens de geboorte, bij een inademing, daalt de geest in het lichaam en bij de dood, tijdens de laatste uitademing, keert de geest weer terug naar de Bron. Tijdens de dood “geeft men de geest”, zo luidt het gezegde. Wat we hieruit kunnen leren is dat de dood alleen betrekking heeft op het fysieke deel van de mens. De geest zelf is onsterfelijk.

Er zijn maar weinig mensen die beseffen hoezeer de ademhaling van invloed is op onze geest, het deel dat wij in werkelijkheid Zijn. De adem blijkt een nauwkeurige graadmeter of wij simpelweg kunnen Zijn, dan wel vanuit een ik of ego leven. Ademhalen is namelijk een autonoom proces. Dat wil zeggen, het geschiedt helemaal vanzelf. Er komt geen ik aan te pas. Uitgezonderd bij afwijkingen aan luchtwegen of hart, is er geen ik of ego nodig die iets aan de adem zou moeten regelen of onder controle zou moeten houden.

Dus, voor wie simpelweg wil Zijn en wil weten welke invloed ego heeft op zijn energiesysteem, is het raadzaam eens nauwkeurig op die ademhaling te letten. Hieronder volgen enkele aandachtspunten, die vrij gemakkelijk bij je zelf zijn te registreren.

1.
Het autonome proces houdt in, dat wij niets hoeven te doen om adem te halen. Wanneer we rustig in een stoel zitten of op bed liggen, is er enkel een passief-Zijn, een afwachten tot er vanzelf een in -en uitademing optreedt. De adem bepaalt dus een eigen ritme. Het passief-Zijn levert de ervaring op “het ademt”, in plaats van “ik adem”.
Dat wordt anders wanneer er een ik aanwezig is, die meent de adem te moeten sturen, er aan te moeten duwen of trekken. De ademhaling kan dan veel sneller verlopen dan de bedoeling is, wat vooral het geval is bij angst, gejaagdheid en stress. Logisch dat in -en uitademing hierdoor uit balans raken, en de mens uiteindelijk ziek kan worden.

2.
Vaak begint het regelen en sturen van de adem al bij de neus. Onbewust wordt de lucht door de neus naar binnen getrokken, wat merkbaar is aan het aanspannen van de neusvleugels en aan een ruisend of piepend geluid in de neus. Meestal wordt de adem dan ook omhoog getrokken. Dit trekken of zuigen aan de lucht is geheel overbodig, want – zoals opgemerkt – wordt de lucht vanzelf aangetrokken. Het is dus zaak om neus en omgeving (mond -en keelholte) te ontspannen.

3.
Soms kun je merken dat de aan -en afvoer door beide neusgaten (en longen) niet in balans is. Het ik kan geneigd zijn door het ene neusgat meer in -en uit te ademen dan door het andere neusgat.

4.
Vervolgens daalt de lucht naar beneden het lichaam in richting beide longen. Omdat de longen zich uitzetten, is er meer ruimte in de borstkas nodig. Die ruimte wordt voornamelijk gecreëerd door het middenrif dat richting buik zakt. Hierdoor zet de buik zich uit.
Kort samengevat,
tijdens de inademing krijg je een bolle buik;
tijdens de uitademing zakt de buik weer terug.
In zekere zin halen we dus met de buik adem, wat de natuurlijke gang van zaken is.

Echter, wanneer het ego eraan te pas komt en emoties zoals bijvoorbeeld angst, gejaagdheid, stress mee spelen, merken we dat de adem niet in de buik zakt, maar omhoog wordt getrokken en zich beperkt tot borstkas, keel of sleutelbeenderen. In feite krijgen we dan maar een klein percentage zuurstof naar binnen.

Voor een oefening met diepe buikademhaling, ga je op je rug liggen met de handen op de buik. Je wacht rustig op een inademing en duwt met de buikspieren de handen iets omhoog. Op de uitademing trekt de buik weer terug. Na een paar keer oefenen gaat het vanzelf. Zie onderstaand filmpje.

http://www.een.be/programmas/ook-getest-op-mensen/methode-1-buikademhaling

Diepe buikademhaling is een probaat middel tegen stress. Een ander voordeel van buikademhaling is dat het zwaartepunt verlegd wordt naar het harapunt (zo’n 2 á 3 cm onder de navel), zodat de energie zich over het gehele lichaam kan verspreiden. Vooral mensen die in het hoofd gecentreerd zijn hebben hier baat bij.

5.
Waar we tot slot nog op kunnen letten zijn de pauze tussen in -en uitademing, alsmede de pauze tussen uit -en inademing.
De overgang tussen in -en uitademing is een gespannen pauze (een vasthouden).
De overgang tussen uit -en inademing is een ontspannen pauze (een loslaten).

Die pauzes zijn met name van belang, omdat ze het evenwichtspunt tussen tegenstellingen vormen.
Zo ook bij de tegenstellingen inademing en uitademing, verleden en toekomst.
Bij elke pauze valt er een stilte; is er eventjes contact met het moment Nu, een tegenwoordig Zijn.adem

De laatste pauze is zeer geschikt om eens te ontdekken hoe het aanvoelt om “los te laten”. Bijv. angst, stress en met name die ik-beleving laten los op een uitademing. Vooral door iets langer uit te ademen dan we gewend zijn.

Lia

3 REACTIES

      • Ha Aart,
        Ja, prima onder woorden gebracht door Taetske!

        Kan mij voorstellen dat je buiten adem raakt.
        Al dat gehijg is mijn ding ook niet.
        ’t Lijkt wel een fietspomp.
        En misschien ga je er van hyperventileren?
        Wat mij betreft moet het allemaal vanzelf gaan.
        Minder geforceerd.
        🙂

        Dag Lia

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in