Wij, de vader en de moeder wilde elkaar begrijpen. Wilde liefde delen. Wilde samen zijn. Maar iets hield ons tegen, het was niet het moment.  Jij bent gekomen om ons te helpen. Wij waren er al om er voor jou te zijn. Na deze dinsdag zouden we een stukje verder komen op de weg naar liefde, echtheid en samenzijn.

Het was dinsdag. Gewoon dinsdag. Dat dacht ik. Wij liggen in bed, jij begint geluid te maken zodat we je uit bed halen. Je bent twee jaar oud. Je roept niet: Papa of mama, maar ligt op je buik en kreunt een beetje. Zodra de deur opengaat stopt je met kreunen en zegt: Even in het grote bed, mama.

Vooruit, het is vijf uur ’s ochtends, te vroeg om op te staan maar niet te vroeg om samen nog wat te sluimeren en samen te zijn. Jij hebt andere plannen, zoals zo vaak. Spanningen zijn voelbaar voor ons alle drie de laatste maanden. Worden wel besproken, maar niet echt. Worden wel bezongen, maar niet echt. Na een kwartiertje ( vermoed ik, tijd is een vaag begrip op dit uur van de dag ) begin je te draaien, een beetje om je heen te voelen. Soms links, soms rechts. Soms papa, soms mama. Ik draai me om, jij draait je om, hij draait zich om. Met zijn drietjes weten we dat er iets omgedraaid moet worden, maar we blijven nog even zwijgen en draaien voort.

Mijn buik doet pijn, ik weet dat hij last heeft van zijn keel. Propjes, proppen, knopen, spelden, draadjes en touwen spelen met onze lichamen en willen zich niet losmaken van ons. Stop toch, pijn, stop toch denk ik. Ik weet dat hij het eruit wil hoesten, heel hard wil blaffen zodat de prop losschiet, zodat de speld ’t lek prikt de draadjes op de grondvallen, de knopen opengaan en de touwen weer in de boom kunnen hangen om een schommel te dragen. Ik weet dat ik mijn buik liefde wil geven, maar het irritante hoofdje met de ronde wangen wil weer eens niet meewerken.

Ach was het maar vast half zeven, dan konden we opstaan en het even vergeten. Zoals op maandag en op woensdag, op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag. Maar het was dinsdag, het moest nu eenmaal gebeuren. Ik probeer te doen alsof ik nog slaap, hij ook, jij niet. Je buigt je over mij heen en dan over hem. Nee denk ik, nu nog even niet. Wacht nog even, het komt wel goed. Ga jij ook nog maar even slapen lieve schat.  Je kust ons ombeurte totdat we reageren, wakker worden.

Ik voel dat je gaat praten. Meestal zijn dan je woorden: Even de lampjes aan doen. Vandaag weet ik dat het anders zal zijn. Ja ik weet het mensen, ik denk het niet. Nou zeg het dan maar jongen. Doe de deur maar open en stap naar binnen.

Een zucht en dan:

“Mama pijn in de buik, papa pijn in de keel “, zei het nieuwetijdskind van de nieuwetijdsmama. Zing dan nog maar eens een onecht lied, zeg dan nog maar eens een holle zin. Nee, nee. Het hoge woord was eruit. We konden aan de slag!

Wordt vervolgd….

———-

Biografie:

Wies ben ik. 30 Jaar oud en ik heb een tuin waar de vogels vaak op bezoek komen. Samen met mijn zoontje van 2 woon ik in Den Haag. De papa van mijn zoontje en mijn vriend woont tijdelijk ergens anders. Wij moeten opruimen in 2011 en dat moeten we alleen doen. Ik werk met kinderen, momenteel peuters en ik probeer al een tijdje mijn studie Culturele en Maatschappelijke Vorming af te ronden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in