Hoog in de lucht cirkelde een arend op zoek naar een plaats om te rusten. Enorme afstanden had hij overbrugd. De hemel werd steeds roder. De zon was bijna ondergegaan. De arend zag een boom zoals hij nog nooit had gezien. Het leek wel alsof de boom omgekeerd was gegroeid. De takken leken wel wortels.

“Dag boom”, zei de arend. “Mag ik op je wortels uitrusten?” “Dat zal moeilijk gaan”, zei de baobab. “Maar voel je vrij te rusten op mijn kruin.” De baobab vond de arend het mooiste dier op aarde. Vooral omdat de arend niet aan de aarde gebonden leek. De arend kon tot zulke grote hoogten opstijgen. Spiraalsgewijs stijgend leek hij soms wel in de hemel te verdwijnen. De arend kon alle vier de windrichtingen verkennen. Wat een overzicht moest dat machtige beest hebben. Dat de arend op zijn kruin was neergestreken was toch wel heel bijzonder.Arend

De arend was op zijn beurt zwaar onder de indruk van de baobab. Wat kon die boom zuinig omspringen met zijn krachten. De arend had gezien dat de grond kurkdroog was. Er was weinig ander leven te bespeuren geweest. Dan moet je wel over een enorme krachtbron beschikken. Dat de baobab op zijn weg was gekomen was toch wel heel bijzonder.

De baobab vroeg aan de arend hoe het in de hemel was. De arend had er geen woorden voor. Hoe kun je woorden geven aan iets wat op aarde niet te vinden is. “Je mag het ook zingen”, zei de baobab. De arend deed zijn snavel open en reeg de ene noot na de ander aan elkaar. Alle noten vormden een samenhangend geheel. Hoe meer noten de arend wist toe te voegen hoe mooier de muziek. De baobab had nog nooit zoiets bijzonders gehoord. Als het in de hemel zo bijzonder was, wat deed de arend dan nog op aarde?

De arend vroeg aan de baobab hoe het was met je wortels diep in de aarde. De baobab had er geen woorden voor. “Je mag het ook uitbeelden”, zei de arend. De baobab zwiepte met zijn korte takken. De baobab schilderde kleuren tegen de avondhemel. Alle kleuren van de regenboog had hij opgelost in een bepaald kader. Er was geen limiet aan het aantal kleuren. Het geheel was zo prachtig vormgegeven. De arend had nog nooit zoiets bijzonders gezien. Als het diep in de aarde zo bijzonder was, waarom vroeg de baobab dan naar de hemel?

Het werd donker, aardedonker. De klanken van de hemelse muziek stierven weg. De arend en de baobab hadden bij elkaar een hemel op aarde gevonden.

Monique van den Boogaard, 22 augustus 2014

Over de auteur:

Monique van den BoogaardMonique van den Boogaard is geboren in 1960 en woont in Bentveld.

Na 26 jaar te hebben gewerkt als advocaat en als rechter in Alkmaar en Haarlem is Monique op haar  50e gestopt om voor haar zelf te beginnen met “Het Veerhuis”, een praktijk voor LevensZin.

Daarnaast begeleidt Monique een Geheugenkoor in een verzorgingshuis. Ze zingen dan liedjes van vroeger en Monique speelt daarbij gitaar.

Monique schrijft en schildert sprookjes voor volwassenen. Twee van haar sprookjesboeken met aquarellen  “Een dag uit het leven van een eendagsvlinder” en “De schatkist van mijn leven” zijn te bestellen bij Bol.com

3 REACTIES

  1. Wat een prachtig sprookje.
    Voor mij bestaan sprookjes. Mijn leven is sinds een paar jaar een sprookje.
    Lieve Gr
    Leny

  2. Wat een hemels sprookje.
    Prachtig verteld.
    Ik heb er van genoten.
    Vooral de laatste mooie zin.
    De arend en de Baobab hadden
    Bij elkaar een hemel op
    Aarde gevonden.

    Bedankt Monique voor dit verhaal.
    Groeten Jannie.

    • Dank voor jullie reacties, Jannie en Leny. Ik voel me gestimuleerd om door te gaan met sprookjes schrijven en schilderen. Mijn volgende sprookje zal gaan over een ‘hemelwandelaar’.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in