MierIn het bos was het een drukte van belang. In een grote optocht droegen ontelbaar veel werkmieren grote bladeren en dennennaalden in de richting van het nieuwe verblijf van de Koningin.

Boven aan een dun draadje van een spinnenweb bungelde een dennennaald in de wind. De dennennaald voelde zich de Koning te rijk daar op die grote hoogte. Hij zag alles onder zich gebeuren. Hij zag ook de mieren werken.

Een kleine mier zag hem hangen en onderbrak haar werk. De kleine mier keek omhoog en zag de dennennaald bungelen. “Wat ben jij voor beest?”, vroeg de kleine mier. De dennennaald dacht even na en zei: “Ik ben een Hemelwandelaar.” Dat vond de dennennaald namelijk wel mooi klinken.

De mier keek vol bewondering omhoog. Zij zag wel het beest, maar niet de draad. De kleine mier vroeg hoe het was om zo hoog te kunnen wandelen. De hemelwandelaar had geen zin om te vertellen dat hij in werkelijkheid was gevallen en opgevangen door een spinnendraadje. Hij vond de illusie van wandelen in de hemel veel mooier.

De wind werd sterker en sterker. Het draadje kon de hemelwandelaar niet meer dragen. Met een enorme zwiep viel de hemelwandelaar op de grond en kwam terecht bij de kleine mier. “Nu ben je een gewone wandelaar!”, riep de kleine mier verrukt uit. “Nee”, zei de hemelwandelaar, “Ik ben De Hemelwandelaarbouwmateriaal voor een mier.” De kleine mier zag dat de hemelwandelaar niet meer kon wandelen. Hij kon bevallig liggen en dat was het wel. De kleine mier wilde haar nieuwe vriend niet als bouwmateriaal laten eindigen. Zij liep met de hemelwandelaar op haar rug in een andere richting dan de kolonie werkmieren. Niemand had door waar de kleine mier mee bezig was. De kleine mier kende een goede verstopplek. De Koningin had een vakantieverblijf waar ze niet meer kwam. De bladeren in het verblijf waren al verteerd. Bovenop een grote stapel verdroogd mos legde de kleine mier de hemelwandelaar. “Ik moet je wat vertellen”, zei de hemelwandelaar. “Ik ben geen hemelwandelaar. Ik ben gevallen en opgevangen.” “Dat wist ik toch”, zei de kleine mier. “En nu opnieuw!”

De hemelwandelaar vond het geweldig in het vakantieverblijf van de Koningin. De kleine mier kwam elke dag even langs om te kijken hoe het haar nieuwe vriend verging. Langzaam maar zeker verloor de hemelwandelaar vorm. Dat lot was niet te vermijden. Zijn leven was wel veel mooier gemaakt. Dat was het werk van de kleine mier.

Monique van den Boogaard, 6 september 2014

Over de auteur:

Monique van den BoogaardMonique van den Boogaard is geboren in 1960 en woont in Bentveld.

Na 26 jaar te hebben gewerkt als advocaat en als rechter in Alkmaar en Haarlem is Monique op haar  50e gestopt om voor haar zelf te beginnen met “Het Veerhuis”, een praktijk voor LevensZin.

Daarnaast begeleidt Monique een Geheugenkoor in een verzorgingshuis. Ze zingen dan liedjes van vroeger en Monique speelt daarbij gitaar.

Monique schrijft en schildert sprookjes voor volwassenen. Twee van haar sprookjesboeken met aquarellen  “Een dag uit het leven van een eendagsvlinder” en “De schatkist van mijn leven” zijn te bestellen bij Bol.com

4 REACTIES

  1. Een mooi verhaal over een ijverige mier en een dennennaald.
    Knap en uniek .hoe je daar een sprookje van heb kunnen maken.

    Hemels mooi. Dank je Monique.

    • Dank voor je reactie, Jannie.

      Mijn sprookje begon met een wiebelende dennennaald aan een draad van een spin. Ik vond het een fotogeniek plaatje en heb er voor op mijn Facebook pagina foto’s van gemaakt. Het leek wel een hemelwandelaar met die pootjes. Dan slaat mijn fantasie op hol. Daar komt als vanzelf een sprookje van.

  2. de kleine mier en hemelwandelaar

    wat een prachtig verhaal, zo inventief, creatief en helemaal zoals het is.

    Heel leuk en mooi. Ik heb in een volwassen vrouwenlichaam als een kind zitten lezen en beleven.

    Dank je wel Monique van den Boogaard

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in