Aan het einde van de herfst stond een groepje paddenstoelen wat mistroostig bij elkaar. Het mooie was er wel van af. De kleuren waren vaal geworden. De ronde vormen waren er niet of nauwelijks meer. Er was van alles af gegeten en vergaan. De paddenstoelen hadden de moed een beetje opgegeven. Op eentje na dan. Die paddenstoel wilde sporen nalaten.

Onder zijn hoedje beschermde de vliegenzwam zijn sporendragers tegen weer en wind. Bij het rijper worden wist de paddenstoel dat hij zijn sporen zou verliezen. De meeste paddenstoelen vonden dat een moeilijk moment. Je verloor toch iets van jezelf. Er bleef steeds minder van jezelf over. Was je nog wel jezelf als je je sporen liet verwaaien? De vliegenzwam stelde dit soort vragen niet. Hij accepteerde het leven zoals het kwam. Niets is voor niets. Alles is voor iets. Het moest ergens goed voor zijn. De sporen zou hij moeten loslaten, ook hij.

De vliegenzwam had een vage herinnering aan het begin van zijn bestaan. Ook hij was onder de grond begonnen met leven. Onder de grond was hij een klein zaadje geweest. Van een klein zaadje was een mooie grote paddenstoel gekomen met een rode hoed en witte stippen.

Zaadjes zijn zoiets als stippen. Hoe meer stippen op de hoed, hoe meer zaadjes in de dragers onder de hoed. What you see is what you get. Omdat hij zoveel stippen had, zou er veel leven zitten in zijn sporen. Die moest hij nalaten. Hij wilde zo graag iets terug doen voor al het goeds wat hem was gegeven. Zo veel wandelaars hadden hem bewonderd. Zo veel vrouwelijke vliegenzwammen had hij mogen ontmoeten. Elke ontmoeting leverde wel een nieuwe witte stip op. Ja, ook paddenstoelen bevruchten elkaar. Wat viel er veel te delen en te leren. Wat was er veel om van te genieten. Het zonnetje scheen door de bomen op je bolletje. Kikkertjes schuilden er onder als het regende. Hertjes sabbelden stukjes van je hoed. De blaadjes ritselden als het waaide. Bomen kraakten als het stormde. De blaadjes vielen van de bomen en bleven liggen. Vruchtbare aarde voor een paddenstoel. De vliegenzwam was er dankbaar voor.

De herfst ging langzaam over in de winter. De wind nam al zijn sporen mee. De vliegenzwam kon niet kon volgen waarheen. Ook vogels pikten de zaadjes op en poepten ze er ergens weer uit. De stippen op zijn hoed vervaagden. Ook de hoed was niet meer zo rood. Van de steel was ook niet meer veel over. De vliegenzwam merkte dat er steeds meer van hem verdween. Iets in hem bleef onverminderd bestaan. Dat inzicht trof hem als een bliksemschicht. Met een zucht van verlichting ging hij op in de aarde. En iets in hem leefde voort. Veel uit hem zou gaan opleven. Er zouden nog maanden overheen gaan. Maar het zou zo gaan. De gang der dingen en zo is het.

Monique van den Boogaard

Over de auteur:

Herschaalde kopie van IMG 9250 kopie 112x112 Het sprookje van de kolibrievlinder en de uitverkiezingMonique van den Boogaard is geboren in 1960 en woont in Bentveld. Na 26 jaar te hebben gewerkt als advocaat en als rechter in Alkmaar en Haarlem is Monique op haar  50e gestopt om voor haar zelf te beginnen met “Het Veerhuis”, een praktijk voor LevensZin. Daarnaast begeleidt Monique een Geheugenkoor in een verzorgingshuis. Ze zingen dan liedjes van vroeger en Monique speelt daarbij gitaar.Monique schrijft en schildert sprookjes voor volwassenen. Twee van haar sprookjesboeken met aquarellen  “Een dag uit het leven van een eendagsvlinder” en “De schatkist van mijn leven” zijn te bestellen bij bol.com

2 REACTIES

  1. Bedankt Monique, voor dit weer mooie sprookje .
    Een mooi inzicht kreeg de paddestoel in het sprookje.
    Het lijkt wel erg veel op mijn leven. als ik het vergelijk.
    U weet er weer een heel bijzonder verhaal van te maken.

    Succes met u verdere verhalen. Schilderen .en wat u voor
    De bejaarde mens met het geheugen koor doet.
    U doet goed werk dat mag gezegd worden.

    Met h. Groet Jannie.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in