Inleiding

Ik geef ruimte aan een artikel als dit omdat er onder de lezers veel reacties zijn gekomen over andere artikelen die over hoogbegaafd gaan. Maar ik heb er ook een dubbel gevoel bij. Ik zal het uitleggen:

Op de peuterschool voelde ik me een vreemde eend in de bijt. Al die dingen die we daar moesten leren die kon ik al. Delen? dat was toch heel normaal? Ik begreep van “de juf” dat we daar op moesten oefenen omdat dat dit niet van nature bekend was. Vreemd vond ik dat. Ook verveelde ik me op de lagere school omdat ik totaal niet werd uitgedaagd terwijl ik wel wilde leren, maar me in moest houden vanwege de meeste van mijn klasgenoten die minder snel waren. Schrijven, praten en rekenen ging me heel makkelijk af en ik had een voorsprong van zeker 3-5 jaar qua leesniveau. Ik ontwikkelde een hekel aan school , ook omdat ik de meeste leraren en lessen heel slecht vond. Ik herinner me nog de paar leraren op de middelbare school die met gevoel, passie en kunde les gaven.

Ik realiseerde me pas jaren en jaren later na mijn schooltijd dat ik wel eens een hoogbegaafd kindje geweest zou kunnen zijn. Ook uit de IQ testen die ik deed toen ik 15 was kwam een behoorlijk hoge score (<120) ondanks mijn absolute gebrek aan ruimtelijk technisch inzicht en inzicht in wiskundige cijferreeksen. IQ testen vond en vind ik zulke beperkte manieren om te kijken naar begaafdheid en intelligentie, omdat ik juist respect heb voor mensen die vanuit hun hart leven, mensen die “wijs” zijn , mensen die eerlijk zijn, en deze waarden vind je niet terug in IQtesten. Vandaar dus.

Wat ik zelf mis in artikelen als deze die redelijk wetenschappelijk zijn ingesteld is : bewustzijn.

Het bewustzijn dat veel kinderen tegenwoordig hebben overstijgt de wetenschap van nu waar weinig ruimte is voor spiritualiteit. Creativiteit. Waar komt deze écht vandaan? De behoefte aan kennis, waar komt deze écht vandaan?  Welke kennis betreft het hier? Wat komen kinderen leren hier? Het zal vast geen rekenen zijn, al is het een goede basisvaardigheid om te hebben. Als er niet naar de spirituele intelligentie gekeken gaat worden missen we een ingang die ons echt iets verteld over ‘begaafdheid’, bewustzijn en de kennis die kinderen van nature bij zich dragen. Als we doorgaan met het beoordelen van kinderen op IQ, als we alleen maar kijken naar wat we in kinderen willen stoppen aan kennis, missen we de kennis die kinderen meenemen. Eenheidsbewustzijn en harmonie.

Gordon/ redactie

Hoogbegaafde kleuters bestaan niet

De aandacht voor hoogbegaafde leerlingen groeit, maar herkenning en benadering van hoogbegaafde kinderen in onderbouw is toch heel gecompliceerd. Voordat het mogelijk is in te gaan op wat leerkrachten eigenlijk aan mogelijkheden hebben om met hoogbegaafde kinderen aan de slag te gaan, is het zinvol om eerst te kijken welke mogelijke kenmerken zij laten zien en hoe deze gericht te kunnen signaleren.

Hoogbegaafdheid lijkt een modeverschijnsel te zijn. Dat kinderen steeds vaker als hoogbegaafd worden geïndiceerd, heeft te maken met het feit dat we steeds beter weten waarover we het nu eigenlijk hebben. Onderzoekers zijn nauwkeuriger gaan definiëren en hebben daarmee de mogelijkheden geschapen om steeds beter te signaleren.

hoogbegaafdheid bij Kinderen
De ontwikkeling van kinderen verloopt niet lineair

Wat wordt eigenlijk verstaan onder hoogbegaafdheid? Hoogbegaafdheid is in feite een gerealiseerd potentieel. Ongeveer 5 procent van de bevolking wordt geboren met een zeer hoge intelligentie (een IQ van 130 of hoger) en beschikt over persoonlijkheidskenmerken zoals creativiteit en doorzettingsvermogen. Deze mensen zijn in staat om gedurende langere tijd achtereen tot bijzondere prestaties te komen. Deze mens wordt dan hoogbegaafd genoemd. Intelligentie, creativiteit en doorzettingsvermogen zijn de persoonlijkheidskenmerken die door een positieve invloed van de sociale omgeving (school, gezin, vrienden) steeds verder ontwikkelen. Hoogbegaafd ben je niet, dat word je. Rekenen we de bovengenoemde 5 procent om naar de basisschoolpopulatie dan zien we dat ongeveer 35.000 kinderen in de basisschoolleeftijd hoogbegaafd zijn. Hieruit volgt dat leerkrachten in de praktijk met hoogbegaafde kinderen te maken hebben en/of krijgen.

Kleuters met een voorsprong

Voor de onderwijspraktijk is de eerder genoemde definitie weinig bruikbaar. Creativiteit is een subjectief begrip en het doorzettingsvermogen van de mens blijkt nogal beïnvloedbaar. Daarom wordt de begaafdheid van kinderen in de onderwijspraktijk veelal afgemeten aan hun intelligentiepeil en schoolse prestaties. Kijken we nu naar heel jonge kinderen dan schuilt in die criteria direct een probleem. Van kinderen tot vier jaar zijn er geen schoolse prestaties beschikbaar. Bovendien, en dat is wellicht nog belangrijker, het intelligentiepeil is pas met enige betrouwbaarheid vast te stellen bij kinderen vanaf het zesde jaar. Dat heeft te maken met het volgende.

De ontwikkeling van kinderen verloopt niet lineair. Met name bij kinderen tot zes jaar verloopt die ontwikkeling veelal sprongsgewijs. Bijna iedere leerkracht kan zich zo’n kind voor de geest halen dat bij het begin van de zomervakantie nog zo’n uk was, maar zes weken later toen het schooljaar weer begon, plotseling als ‘grote meneer’ de school weer binnenliep. Een dergelijke sprong in de ontwikkeling van het kind kan van zeer tijdelijke aard zijn. Zo kan een kleuter met een voorsprong op zijn leeftijdgenootjes die voorsprong in de loop van het jaar weer verliezen.

De ontwikkeling van de kleuter is bovendien nog erg omgevingsgebonden. Dat wil zeggen dat het nest waaruit het kind komt, sterk bepalend kan zijn voor de manier waarop het kind zich ontwikkelt en ook een eventuele tijdelijke ontwikkelingsvoorsprong kan bewerkstelligen.

Fokke-en-sukke
Het woord hoogbegaafd is bij kleuters nog niet van toepassing

Bij enkele kleuters blijft een voorsprong bestaan en dat is dan het kind dat, mits die voorsprong zich ook steeds verder blijft ontwikkelen, potentieel hoogbegaafd genoemd zou kunnen worden. Regel is echter dat deze groep kinderen, kinderen met een ontwikkelingsvoorsprong worden genoemd.

Het woord hoogbegaafd is bij kleuters nog niet van toepassing. Maar met de keuze voor de term ontwikkelingsvoorsprong is voor de onderwijspraktijk een volgende moeilijkheid geschapen. Ontwikkelingsvoorsprong is een soort containerbegrip waaraan veel kenmerken kunnen worden opgehangen. Zaak dus om die kenmerken zichtbaar te maken.

Tien kenmerken

Grofweg zijn er tien kenmerken te onderscheiden waardoor leerkrachten de ontwikkelingsvoorsprong bij een kleuter kunnen waarnemen, samen te vatten als ‘alles is meer’.

Taalvaardig
Een eerste kenmerk is dat in veel gevallen kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong enorm taalvaardig zijn. Ze gebruiken in hun spreken een goede zinsopbouw, kunnen heel gevarieerd hun woordenschat toepassen en beschikken over het vermogen om verbaal duidelijk te maken wat ze willen en wat er in hen omgaat. Het zijn vaak ook kinderen die de dingen heel letterlijk nemen. Een voorbeeld daarvan is de manier waarop ze met spreekwoorden en gezegden omgaan en dat zij kunnen ‘spelen’ met gelijkluidende woorden van afwijkende betekenissen. Aardig voorbeeld van dit letterlijk opvatten van zaken is het volgende korte gesprekje. Oma belt met Daan. Daan is vijf jaar. ‘Zo Daan, wat ben jij aan het doen?’ ‘Met jou bellen natuurlijk,’ zegt Daan verontwaardigd. Even later legt het kereltje de telefoon neer en verzucht tegen zijn moeder. ‘Ze is wel dom hè? Als ik haar antwoord geef, begint ze keihard te lachen!’

Energie
Tweede kenmerk is dat zij intens met dingen bezig kunnen zijn en soms lijkt het of hen daarbij een tomeloze energie ter beschikking staat. Een veel gehoorde uitspraak van ouders en leerkrachten is daarbij ‘hij gaat maar door. Het lijkt of het nooit ophoudt’. Deze kinderen beleven dit vaak ook zo, hun hoofd lijkt nooit stil te staan. In incidentele gevallen kan zich dit ‘s avonds uiten doordat het kind maar moeizaam de slaap kan vatten. In andere gevallen kijkt de kleuter tijdens het kringgesprek verveeld om zich heen, wiebelt constant en kan zijn handen en voeten nauwelijks stilhouden. Soms gaat het zover dat het kind tijdens een ontdekkingsreis naar de wereld onder zijn stoel, van zijn stoel valt en bij de landing verbaasd om zich heen kijkt, om dan te constateren dat de wereld er ondersteboven toch heel anders uitziet.

Levensvragen
Een derde kenmerk is dat deze kinderen al op heel jonge leeftijd nadenken over levensbeschouwelijke zaken zoals de dood, de zin van het leven en ‘wat was er voor de mens’ en ‘wat is er na de dood?’

Invoelend vermogen
Vierde kenmerk dat hierop aansluit is dat deze kinderen een groot invoelend vermogen hebben. Zij kunnen zich sterk inleven in de situatie van een ander en door hun grote verstandelijke vermogens zijn zij bovendien in staat die situatie te generaliseren. In extreme gevallen kan dit leiden tot de ontwikkeling van – in ogen van volwassenen – wat merkwaardige angsten. Voorbeeld is de slimme kleuter die naar het jeugdjournaal kijkt, beelden ziet van jeugdige oorlogsslachtoffers uit Kosovo, volledig in tranen raakt en vervolgens niet meer kan slapen uit angst dat de oorlog zich naar hier verplaatst.

Honger naar kennis
Vijfde kenmerk is dat deze kinderen blijk geven van een geweldige honger naar kennis. Ze kunnen daarbij in de ogen van volwassenen een niet kinderlijke belangstelling hebben voor zaken als de ruimte, prehistorie, oude culturen, techniek en elektronica. Al veel jonger dan andere kinderen drijven zij hun ouders tot wanhoop met een onophoudelijk ‘waarom’ op alles wat zij tegenkomen. Wie met deze kinderen naar een museum gaat, komt vaak vermoeider terug dan het kind zelf. Het is nog dagen nadien bezig met alle opgedane indrukken een plaats te geven in zijn hoofd. Veelal door het eindeloos verbaliseren van alles wat het gezien heeft.

kennis kind
een geweldige honger naar kennis

Taakgerichtheid
Zesde kenmerk is dat een kleuter meteen ontwikkelingsvoorsprong vaak een grote mate van taakgerichtheid en concentratie kan laten zien, vooral bij door het kind zelfgekozen activiteiten.

Creativiteit
Zevende kenmerk is dat het spel van deze kinderen veelal fantasierijk is en getuigt van een grote mate van creativiteit. Het zijn kinderen die van niets iets kunnen maken door hun fantasie de vrije loop te laten. Bovendien geven zijn hun spel vaak al op jonge leeftijd blijk van leiderschapskwaliteiten. Andere kinderen, maar ook de volwassenen om het kind heen, ervaren dit over het algemeen als ‘de baas willen spelen’. De kleuter met ontwikkelingsvoorsprong wil echter vooral zijn speelkameraadjes interesseren voor zijn werkelijk spannende en intrigerende plannen en raakt soms verontwaardigd over het onbegrip van de kinderen om hem heen.

Aanpassingsvermogen
Achtste kenmerk dat hierop aansluit is het enorme aanpassingsvermogen dat ze laten zien. De mening dat juist deze kinderen sociaal-emotioneel gezien een vertraagde ontwikkeling doorlopen, is een fabeltje. In een groot aantal gevallen geven zij er juist blijk van ook op dit gebied een ontwikkelingsvoorsprong te hebben. Het grote aanpassingsvermogen aan de groep is daar een goed  voorbeeld van. In veel gevallen wordt het gedrag als gestoord geïnterpreteerd, of als achter in de ontwikkeling. Voorbeeld daarvan is de peuter van twee op de peuterspeelzaal. Terwijl hij naast een ander kind zit vraagt hij: ‘Mag ik van jou dat rode autootje.’ Hij krijgt van het andere kind een geel autootje. ‘Nee, mag ik het rode autootje.’ Het andere kind kijkt om zich heen en pakt lukraak een blauwe auto. Dat is het moment waarop de peuter met de ontwikkelingsvoorsprong in de gaten heeft dat hij er verbaal niet komt. Het kind kijkt om zich heen en ziet hoe andere kinderen de zaken fysiek oplossen. Het past zich aan, geeft zijn collega-peuter een mep en ontvangt als beloning het resterende rode autootje. Dat is het moment waarop volwassenen vinden dat er niet geslagen mag worden en dat de peuter met de ontwikkelingsvoorsprong ongepast gedrag vertoont. Sociaal zwak, is dan de conclusie. Maar eigenlijk is het tegengestelde het geval. Hetzelfde geldt voor de slimme kleuter die thuis prachtig gedetailleerde menstekeningen maakt en dan op school komt en ziet hoe zijn leeftijdgenoten koppoters maken. Dat kan ik ook, denkt de kleuter, schuift zijn grote kleuterego aan de kant en tekent vervolgens koppoters.

Cijfers en letters
Negende kenmerk is dat kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong veel meer dan het   gemiddelde kind geïnteresseerd zijn in de verborgen wereld achter cijfers en letters. Ouders die op school komen en aan de leerkracht vertellen dat zij vermoeden dat hun kleuter hoogbegaafd is, zullen dit vermoeden slechts zelden staven aan het feit dat hun kind zo graag in de zandbak speelt. Zij zullen juist zeggen dat hij al een beetje kan lezen en in zijn hoofd met ‘sommetjes’ bezig is. Ouders geven ook aan dat deze interesse vanuit het kind zélf komt.

Sterk geheugen
Tiende kenmerk is dat het potentieel begaafde kind al heel jong laat zien te beschikken over een sterk geheugen. Het zijn kinderen die soms maanden later terug kunnen komen op een uitspraak of belofte die de leerkracht of ouder heeft gedaan en allang weer vergeten is. Hun verontwaardiging kan groot zijn als de volwassene ontkent iets dergelijks gezegd te hebben of de belofte niet gestand doet.

Signalering

Lang niet alle kleuters met een ontwikkelingsvoorsprong laten de hiervoor genoemde kenmerken in dezelfde mate zien. Sommige kleuters hebben immers als peuter al ervaren dat aanpassing de veiligste weg is. Maar ‘aangepast’ betekent voor de leerkracht van potentieel begaafde kinderen ook direct ‘opgepast’. Want juist in dat grote vermogen tot aanpassing schuilt het gevaar van mogelijk onderpresteren. Daarmee is overigens niet gezegd dat iedere aangepaste kleuter zich ook zal gaan ontwikkelen tot een onderpresteerder. Wel is het zaak om zo vroeg mogelijk de ontwikkelingsvoorsprong te signaleren en vervolgens het onderwijskundig handelen daarop aan te passen.

Signalering vindt per definitie plaats onder alle leerlingen. Feitelijk zet de leerkracht een fuik uit waardoor de uiteindelijke groep leerlingen met een ontwikkelingsvoorsprong efficiënt in kaart wordt gebracht. Om deze signalering effectief te laten zijn, is het zinvol een protocol op te stellen waardoor naar iedere kleuter (voorsprong of niet) even nauwkeurig wordt gekeken. Hoewel dit aanvankelijk meer werk is en een grotere tijdsinvestering van de leerkracht vraagt, is de winst op lange termijn voor alle kinderen uit de groep groter. Zo is de groepsleerkracht immers in staat om aan te sluiten bij het juiste beginniveau van iedere leerling.

Voor het signaleringsprotocol kunnen drie informatiebronnen onderscheiden worden. In de eerste plaats is er informatie die afkomstig is van ouders en/of peuterspeelzaal. Deze informatie geeft een beeld over de voorschoolse ontwikkeling van het kind. Een goede manier om die informatie te krijgen, is een uitgebreid aanmeldingsgesprek. Om te zorgen dat van iedere toekomstige leerling vergelijkbare informatie beschikbaar is, is het goed om tijdens dit aanmeldingsgesprek aan de hand van een vaste vragenlijst de voorschoolse ontwikkeling van het kind in kaart te brengen. Daarnaast is het belangrijk om ook als het kind eenmaal op school is de contacten met ouders goed te onderhouden. Beter dan geen ander kunnen zij vertellen hoe hun kind thuis reageert op datgene wat er op school gebeurt. Zo wordt snel zichtbaar of een kind zich thuis ongeveer vergelijkbaar gedraagt als op school of wanneer er twee compleet verschillende gedragspatronen ontstaan en het beeld van de leerkracht gaat verschillen van dat van de ouders. Tweede informatiebron is de kennis die een leerkracht vergaart door een kind te observeren. Juist in die eerste zes weken dat een kind op school is, geeft het de leerkracht belangrijke informatie. Hoe gaat het om met andere kinderen? Hoe speelt het? Waarmee speelt het? Welke ontwikkelingsmaterialen kiest het kind en op welk niveau werkt het daarmee? Hoe zit het met de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind?

In meer gerichte zin kan geobserveerd, worden aan de hand van speciale observatielijsten voor kleuters waarmee de verschillende ontwikkelingsgebieden nauwkeurig in beeld worden gebracht.

Tot slot is er nog de specifiek didactische informatie die wordt verkregen door het kind te toetsen. Dit kan zijn door gebruik te maken van toetsen uit het leerlingvolgsysteem, maar ook het afnemen van het Grossvormbord en het laten maken van een menstekening.

Het afnemen van toetsen uit het leerlingvolgsysteem is feitelijk alleen nodig wanneer de eerste signalering uitwijst dat er mogelijk sprake is van een ontwikkelingsvoorsprong. Het schoolteam zal criteria moeten opstellen voor welk moment een leerling voor verder diagnostisch onderzoek in aanmerking komt. Als een leerkracht specifiek kijkt naar een beperkte groep leerlingen dan is er sprake van diagnostiek.

Eleonoor van Gerven (pedagoog) is hoofdredacteur van Talent (Tijdschrift over hoogbegaafdheid) en heeft een adviespraktijk op het gebied van hoogbegaafde leerlingen

Dit artikel stond in “De wereld van het jonge kind

12 REACTIES

  1. Heb net alles gelezen… wat een reacties… herkenbaar

    Dan willen inpassen…aanpassen aan…onzeker worden… denken dat je dom bent…ook zo wordt gezien…en je moeder dat ook gelooft…en dán gebeurt er dit: Natuurkunde; 9 🙂 maar wiskunde; 4… ??? het allerlaatste hoofdstuk van wiskunde…zei de leerkracht: hier zullen jullie allen een “onvoldoende” voor halen…maar dat is niet erg…. ik was de enige die een 10 had! Die leraar wiskunde begreep niets van mij ( ikzelf ook niet overigens ;)) hij zei: alle gemakkelijke hoofdstukken bak je niets van! en deze haal je een 10?? Je denkt verkeerd! Tja, daar had ik geen antwoord op…. ik wilde graag natuurkunde in mijn pakket houden…ik vond het geweldig en begreep het vak goed…MAAR: NEE! dat kan niet wiskunde + natuurkunde horen bij elkaar…en aangezien het alléén maar moeilijker wordt…en jij wiskunde niet snapt…gaat jouw dat niet lukken! ?? ik had toch de moeilijkste goed gedaan?? hahaaha wel zo ging dat toen…
    mijn dochter kampte met dezelfde problemen…maar ik had inmiddels “ezelsbruggetjes” bedacht… ze heeft Speciaal onderwijs genoten omdat ze dyslectisch was ( van mij bleek toen… wist niet dat ik het had? ) doordat ik haar steeds zei; kind…je bent super intelligent! laat je niet frustreren! ik help je met die ezelsbruggetjes zodat je dingen beter kunt onthouden…een soort kapstok… en als je klaar bent met je huiswerk doe je lekker waar je zin in hebt
    schreeuw af en toe en laat het los…. dat hielp haar…we gingen met de honden wandelen en liet haar lekker schreeuwen en rennen…. en daarna; lekker kopje kamille thee en een koekje 🙂 ik had inmiddels wel in de gaten dat dit de enige manier was om die “leerplicht” door te komen…. het resultaat was: de achterstand had ze in 2-jaar ingehaald… ze sloeg klassen over en begon er LOL in te krijgen…. go with the flow..but stay who you are…. 😉 en wat mijzelf betreft…ik heb mijn diploma wel gehaald hoor…en ik heb ze wel bewezen dat ik beslist niet “dom” ben 😉 hooguit: anders 🙂 so what? is toch leuk?? toen ze in de gaten kregen,(op het schoolplein zagen ze dat) hoe ik met emotionele gevoelige menselijke zaken van het Hart omging…de “underdog” hielp.. en tegelijkertijd begripvol en zacht op een open en eerlijke manier.. kreeg ik de hulp die ik nodig had…. extra uitleg en geduld…van iedere leraar… en van mijn vader 🙂 ik heb al deze “ingrediënten” gebruikt om mijn eigen dochter hiermee te helpen… en we zijn beiden erdoorheen gekomen… ieder op onze eigen Unieke manier. Mijn eigen verhaal is het enige wat ik jullie allen hierin kan meegeven…de keuze blijft van jezelf…. maak er het beste van…en dat “korreltje zout” is wel een aanrader…evenals dat van Lia…ik herken overal wel wat in…dus zou ik zeggen: “kook je eigen soepje” en laat je kids dit ook doen… uitlaatklep na school en kijk maar welke dat is…ieder is anders… so what? Geniet ervan! 🙂 liefs, Henriëtte <3 xxx

  2. Helemaal gelijk Gordon. Deze kinderen en wijzelf natuurlijk willen ons juist laten weten dat het systeem anders moet. Nu proberen we weer hoogbegaafden in een systeem te passen. We meten dus het IQ. Er zijn 8 vormen van intelligentie en die komen dus bij lange na niet uit een IQ test. Ik herken mijzelf helemaal in jou verhaal. I suck at math haha

    Over het artikel; waar scholen de mist in gaan met hoogbegaafde kleuters is ze toch ons lees en reken onderwijs aan te bieden. Deze kleuters kunnen dit vaak zelf al een hebben hun eigen systeem. Dit leren wij ze af en keuren dus hun eigen wijsheid af. Dit maakt het kind onzeker en hij moet in ons systeem mee. Wat vaak als gevolg heeft onderpresteren en faalangst. Tja als je ze dan test zijn ze niet hoogbegaafd meer hè!
    Daarbij durven de scholen hun methoden niet los te laten en de kinderen te laten doorwerken, want moet moeten ze dan nog in groep 7 en 8. Ze mogen wel verrijken, wat neer komt op extra werk want ze moeten eerst wel de reguliere opdrachten maken. Dat willen ze niet, want onderpresteren. Tja dan is hij toch niet zo hoogbegaafd hè!
    Lang verhaal kort; Zelf ben ik leerkracht, maar vertel dit als gefrustreerde moeder van gefrustreerde kinderen in een falend onderwijssysteem. Maar ook heel trots want ze hebben echt een ongelooflijk aanpassingsvermogen ontwikkeld 😉 Die komen er wel!

  3. Wat ik zelf mis in artikelen als deze die redelijk wetenschappelijk zijn ingesteld is : bewustzijn.

    Het bewustzijn dat veel kinderen tegenwoordig hebben overstijgt de wetenschap van nu waar weinig ruimte is voor spiritualiteit. Creativiteit. Waar komt deze écht vandaan? De behoefte aan kennis, waar komt deze écht vandaan? Welke kennis betreft het hier?

    Mijn ervaring is (en ik ben niet de enige), dat kennis en creativiteit niet uit de hersenen voortkomen, maar we de bron moeten zoeken in de akasha, collectief veld van bewustzijn en creatieve intelligentie.

    Het veld van creatieve intelligentie (ook God genoemd) is oorzaak van de kosmische orde en evenwicht. Door dit zelfde veld van creatieve intelligentie kunnen dieren (bijv. walvissen) communiceren.

    Wat betreft de mens worden signalen via de hoofdchakras op de hersenen afgedrukt of ingeprent. De functie van het brein is om de vibraties om te zetten in begrijpelijke woorden, beelden en taal.

    Ook het hartchakra speelt een rol, omdat hier het “weten” zetelt, d.w.z. de intuïtie.

    Personen met een hoog IQ lijken vooral een goed ontwikkeld mentaal lichaam te hebben en een open verbinding met het veld van zuiver bewustzijn.

    Door een ontwikkeld mentaal lichaam is er afstemming op de hogere mentale gebieden: (o.a. abstract denken, creatieve ideeën en denken in symbolen. Wiskundige formules worden direct “gezien”, men komt voortdurend op ideeën, en er is een permanent inzicht in dingen, etc.

    Wellicht moet men zich eens realiseren, dat wat de wetenschap allemaal “uitvindt”, geen nieuwigheden zijn. Hooguit kun je zeggen dat de mens ontdekt wat allang bestaat aan kennis en creativiteit in het veld van bewustzijn.

    • Mooi gezegd Lia. En ik ben het er ook mee eens. Mijn beeldhouwlerares sprak er ook van dat ze regelmatig in het atelier ziet dat mensen met een idee zitten en er naar op zoek zijn. En dan iemand anders, los daarvan dat plost intuïtief vindt. Ze spreekt ook uit dat ze ervaart dat het lijkt of haar werk haar wordt ingegeven en dat hoor je van zeer veel mensen die creatief bezig zijn.

      Wat inteligentie bij kinderen berteft. Bij mijn dochtertje hebben wij na meldingen van de leerkracht over gedragsproblemen in het eerste leerjaar zelf de stap gezet naar een kinderpsycholoog. Wij ondervonden hier thuis ook problemen mee, en ondanks onze aanpak te wijzigen, kregen wij hier geen verbeteringin. Ze werd getest en er kwam aan het licht dat ze congnitief op 11 jaar functioneerde maar emotioneel op haar eigen leeftijd zat. Dit is 6 jaar. Dit verklaarde voor ons, maar belangrijker voor haar, waarom zij dingen ondernam, waarvan zij de gevolgen niet inzag en dus problemen veroorzaakte waarvoor ze werd aangesproken. (Een concreet voorbeeld, weten hoe je met een broer of zus de straat moet oversteken, maar niet beseffen dat je fysiek niet de mogelijkheid hebt om ze tegen te houden wanneer ze gaan lopen en dus zo deze in gevaar brengen)
      Dit weten heeft haar geholpen om bepaalde dingen te begrijpen en een plaats te geven. Ze kan zichzelf nu beter aanvaarden. Ik heb wel nooit gesproken over hoofdbegaafdheid, maar over handen en hoofd die denkt als een 11 jarige en een lichaam hebben van een zes jairge en haar dan vergeleken met het overbuurmeisje van 11. Op dez emanier kan zij stilaan een plaatsje geven aan haar anders zijn. Zowel wij als de school behandelen haar zoveel mogelijk gewoon. Maar we weten dat we aandacht moeten hebben voor bvb het gevaar dat ze zich gaat vervelen. Of dat ze weigert om te werken. Of bvb bepaalde dingen niet start of te snel opgeeft omdat ze denkt dat ze iets van de eerste keer zal kunnen, maar natuurlijk sommige dingen ook fysiek aangeleerd moeten worden. Dus ook al volg ik volledig de bedenking die Gordon maakt. Het is in ons geval wel zeer nuttig geweest om te laten testen, met die bedenking dat wij er bewust op letten dat het geen hokje wordt enkel een handvat om haar zichzelf beter te laten begrijpen en leren kennen.

      • Ha Nele,
        Waar hoogbegaafde kinderen last mee kunnen krijgen, is het ontbreken van klasgenoten/ vriendjes op hetzelfde niveau. Ze voelen zich vaak eenzaam, waardoor ze juist gaan onderpresteren om erbij te horen. Ze kunnen zich niet voldoende spiegelen aan gelijkgestemden, en voelen zij zich superieur, wat weer problemen kan geven in de omgang. Zo kunnen ze nogal ongeduldig en snel geïrriteerd raken als ze niet vlug genoeg worden begrepen. Andere kinderen al gauw dom vinden, etc.
        Verder zie je toch ook vaak dat de intelligentie eenzijdig is. Mentaal bijv. sterk ontwikkeld, maar emotioneel achterblijvend.
        De 10 hier boven genoemde kenmerken zijn mij een tikje te positief.

        Met creatief bedoel ik niet enkel tekenen, beeldhouwen end. maar vooral de vaardigheid om je eigen leven te creëren en bijv. nieuwe ideeën en plannen te ontwikkelen als andere zaken niet blijken te werken. Als plan a niet lukt, gaan we plan b uitvoeren. Flexibel dus.

        Dag, dag Lia

  4. Dank voor dit goede artikel en de inleiding hierop. Ik, als moeder van zo’n dochter van 3 en zo’n zoon van 1, zie het heel helder. Mooi dat er iemand is die het zo op papier zet. Ik ben ook zelf zo’n (worstelend) kind maar ook een leerkracht die juist hierom nu thuis zit. Het huidige systeem van het onderwijs kan hier niets mee. Deze kinderen, eigenlijk alle kinderen, halen niets meer uit dit onderwijssysteem. Het wordt tijd dat er echt naar kinderen en hun behoeften gekeken wordt en ook naar wie en hoe ze zijn. En ook: ze mogen er zijn. Stoppen met etiketteren dus! Ruimte geven aan kinderen……hoe moeilijk het ook is/lijkt…

  5. Wederom weer veel herkenning in dit verhaal. Gelukkig naast veel leerkrachten die er weinig van begrijpen, ook steeds meer leerkrachten die het wel zien en er ook daadwerkelijk iets mee doen! Hulde aan deze leerkrachten wat mij betreft! Ook het Beelddenken waar mijn kinderen mee te maken hebben, blijkt nog lang niet voor iedereen gesneden koek, vooral niet op het middelbaar onderwijs is mijn ervaring. “Daar doen we nog niets mee” is letterlijk tegen mij gezegd door iemand van het zorgteam van de middelbare school, terwijl iedereen notabene als beelddenker wordt geboren! Het schoolse systeem dwingt je als taaldenker te werk te gaan, wat voor de een makkelijker is dan de ander. En bepaalt niet makkelijk voor mijn beelddenkende, nog-net-niet-dyslectische maar wel intelligente zoon. Ik weet dat veel mensen hier ook tegen aan lopen, dat maakt het misschien nog extra triest, maar ik sluit me ook aan bij de de “liefdevolle zak zout” van Sanny die hier bovenstaand ook reageerde: blijf gewoon lekker bij jezelf, geloof in de capaciteiten van je kind, ondanks niet-doordachte adviezen van niet-begrijpende leerkrachten. Ik hoop in elk geval op een positieve ommeslag binnen het onderwijs en die zal vooral komen van mensen die wel hun mond durven open te trekken en verandering durven aan te gaan.

  6. Wat een herkenning: van mijzelf , mijn kinderen………Ondanks de hulp die we zelf gezocht hebben kan ik ,nu mijn kinderen adolescenten zijn, zeggen;er is nog veel te winnen. Bij de ene leerkracht deden ze het nooit goed en waren ze lui, bij een ander hoorden we die hoort hier niet is veel te slim. Voor mij een teken dat de gemiddelde leeraar er veel te weinig van weet.gelukkig , als ze zelf hun pad mogen lopen, met de juiste positieve obdersteuning van hun omgeving komt er weer vertrouwen in zichzelf en komt de creativiteit weer terug.
    Ons systeem van passief aanhoren en overnemen ipv vuur aanwakkeren en zelf laten ontdekken laat nog veel te wensen over, ondanks goedbedoelende leerkrachten……..

  7. Dankjewel Sanne, dat is een goed handvat wat je me geeft, ik probeer het los te laten en er nuchter mee om te gaan. Al die etiketjes op elk kind maakt het idd alleen maar ingewikkeld, dat hoeft het niet te zijn,dat maken wij volwassenen ervan.
    Angelique

  8. Er worden steeds meer criteria verzonnen waar een mensenkind aan moet voldoen.
    Vervolgens legt men een enorm vergrootglas op de kinderen en ontdekt stoornissen en afwijkingen.

    Harmonie zit in het Nu, niet in criteria waar aan dat Nu moet voldoen.

    Het is interessant om te lezen over het ‘disharmonisch intelligentieprofiel dat bij veel hoogbegaafde kinderen een rol speelt.
    Men pakt dat enorme vergrootglas ontdekt dat kinderen op sommige gebieden ‘hoogbegaafd’ zijn, en op andere gebieden minder sterk.
    Dat wordt pas een probleem als de volwassenen het als een probleem zien.

    Ik heb van het riagg de tip gekregen:
    ene oor in, andere oor uit.
    Kijk naar het hier en nu, en geef je kind wat het Nu nodig heeft, ingewikkelder wordt het niet.
    Dat was zo fijn, dat juist daar mensen tegen me zeiden:
    Trek je er niks van aan.
    Dat heeft me veel nuchterheid gegeven.

    Ik kan me goed voorstellen dat een heel gevoelig kind oppikt dat het ‘anders’ is in de ogen van de volwassenen, en vervolgens geen aansluiting kan vinden bij leeftijdsgenootjes.

    Als moeder kun je je kind beschermen tegen zulke overtuigingen door nuchterheid te ontwikkelen over alle ontwikkelingen op school en in de pedagogie, etc.
    Laat al die onnodige stress die wordt veroorzaakt door grafiekjes en gemiddelden lekker aan je huisje voorbij gaan.
    De échte problemen zijn dan veel makkelijker te handelen, omdat de meeste energie opgaat aan de beren op de weg die nooit zullen komen.

    Dat zorgt voor heel veel ontspanning en die geef je door aan je kind.
    Dan voel je als gezin het hier en nu weer, en alle kinderen begrijpen elkaar in het hier en nu.
    Dan zijn het allemaal gewoon Kinderen.
    Een muzikant kan best bevriend zijn en leuk samen spelen op het schoolplein met een econoom, al is het misschien anders als wanneer je met andere muzikanten speelt.

    Ik stuur een liefdevolle zak zout naar alle mama’s en papa’s.
    Elke dag een korrel zout met respect en humor doet wonderen.

  9. Ik ben leerkracht en heb vooral in de onderbouw gewerkt. Op dit moment heb ik kleuters. Ik herken dit probleem en geef het al aan vanaf het begin dat ik in het onderwijs werk. Maar ik vind hier weinig gehoor voor. Zo goed en zo kwaad als ik kan probeer ik hier mijn weg met de kinderen in te zoeken, maar ik vind het erg lastig. ‘Dit of dat kun je niet doen hoor! Want wat moeten we dan in groep 3?’ Ik mis materiaal en tijd om hier goed wat mee te doen, maar zie wel het belang er van. Ik wil, maar t lijkt niet te lukken. Ik ben zelf HSP dus herken hier veel van. Waar en hoe kan een leerkracht hier ondersteuning en hulp in krijgen? En hoe krijg ik mijn collega’s mee om hier een doorgaande lijn in te krijgen?

  10. bedankt voor het goede artikel, het is net of het over mijn dochter van 6 gaat. Zij zit in groep 3 en de juf weet nu al niet meer wat ze kan doen om haar enige uitdaging te geven, ze is al door alle extra stof heen. Maar ondertussen ligt mijn dochter bijna elke avond huilend in bed omdat ze niet goed kan spelen met haar leeftijdsgenootjes. Ze heeft een heel ander niveau en begrijpt hun spelletjes op het schoolplein niet. Het breekt mijn hart en ik hoop dat we gauw de situatie voor haar kunnen verbeteren, want welk niveau je kind ook heeft het liefst zie je ze gelukkig!!!
    Angelique

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in