DELEN
Incarnatie - reisverslag van een ziel - het licht van thuis

Een verhaal van een ziel over haar reis naar deze aarde. Over haar angst en pijn, het gemis, maar ook haar verwondering, terwijl ze het leven voor het eerst ervoer en leerde vertrouwen op zichzelf.

In-carne: in je lichaam komen

Daar was je dan. Net geboren. Een kwetsbaar en teer bundeltje materie, geheel afhankelijk. Heel snel al drong het tot je door, ik ben verdwaald hier. Je voelde dat deze wereld geen zachte of veilige plek was. Maar je was er nu eenmaal, vergeten hoe je hier beland was, evenals de weg terug naar waar je vandaan kwam. Je hield je vast, klemde je vingertjes om de mensenhanden die je verwelkomden.

En daar ging je het leven aan, in die wereld die zo hard aanvoelde. Onzeker en op je hoede verkende je deze aardse plek. Je had het koud en een gevoel van rusteloosheid en zenuwachtigheid was altijd in je aanwezig.

Je interesse voor de stof, de materie die je waarnam, deed je soms vergeten dat je op je hoede was. Maar je vermogen als mensenkind om in het hier en nu te zijn, zorgde er voor dat je op kon gaan in alles wat je zag, rook, hoorde en kon aanraken.

Met grootse bewondering leerde je je eigen lichaam kennen, ontdekte je wat je er mee kon doen, en al doende raakte je vertrouwd met de zwaartekracht. Maar wat kon het pijn doen, wat was dat aardoppervlak soms hard net wanneer je er met plezier mee speelde.

Je manoeuvreerde je een weg door de dagen en nachten. Verwonderde je over hoe donker het kon zijn, het maakte je soms angstig en benauwd. Maar je leerde te balanceren tussen licht en donker, hoog en laag, klein en groot.

Je luisterde naar de zwaarte van je lijf en ledematen wanneer je moe was, maar gebruikte ook je flexibiliteit en behendigheid wanneer je je weer opgeladen had in de nacht.

Angst: de poorten naar de hemel raken versluierd

Maar toen de eerste opwinding over je fysieke kunnen begon te doven, kwam er een grote dichte mist van achteren op je af. Dreigend en beslist sloot het zich om jou heen, steeds dikker en dikker zodat je zicht op het licht geleidelijk versluierd raakte. En met het optrekken van die mist besefte je ineens: “ik ben alleen!”. De betekenis van dit besef raakte je vlijmscherp in je kern, als een intense pijnscheut gevolgd door hevige angst en paniek. “Ik ben alleen, ik ben afgescheiden, ik zit hier gevangen”.

Paniekerig greep je om je heen, klampte je vast aan degenen die je hadden gevoed en aangekleed. Maar in dat aanklampen voelde je dat zij die angst en dat verlies ook in zich droegen. Ondanks hun zalvende woorden, voelde je de kou die zich ook binnen in hen gevestigd had. Zij bezaten niet wat jij zocht, waar jij zo naar verlangde: die liefde van thuis.

Nog meer angst maakte zich van je meester, radeloosheid nam bezit van je gedachten en je gevoel werd overspoeld door eindeloos hoge golven. Je werd stil, verlamd door zoveel geweld dat zich in en om je manifesteerde. De kou trok op tot diep in de kern van iedere vezel van je lichaam. De angst maakte zich meester van je en je gaf je over. Je viel in peilloze diepte.

Afweer: je handhaven in deze aardse realiteit

Maar je was er nog steeds. Toch anders. Je voelde je verdoofd, de pijn was er nog maar je voelde haar niet meer zo scherp. Of was je er aan gewend geraakt? Je wist het niet, maar wendde je er van af. Richtte je aandacht er van weg en zocht afleiding. Afleiding in anderen die net als jij probeerden niet te voelen hoeveel pijn het had gedaan, en nog steeds.

Je dook kopje onder in de wereld van stof, van dualiteit, van kennis, van resultaten. Je leerde te creëren, je gedachten te ordenen en je uit te spreken. Jij, met alles wat je kon, wat je dacht en wat je voelde, werd het centrum van je eigen universum.

Je leerde hoe prettig het was om resultaten te creëren, hoe voldaan je kon zijn wanneer je anderen naar je hand kon zetten, en de beloningen en bewondering van anderen op jouw presteren zorgden ervoor dat die altijd aanwezige kou voor een moment niet zo ijzig meer was. Het deed je vaag en heel ver weg herinneren aan een tijd van lang daarvoor…

Maar ook leerde je wat afwijzing was, verlies en rouw toen die anderen zich niet op jouw zelfgeschapen realiteit afstemden. En nog scherpere pijnen dan ooit daarvoor wanneer ze zich tegen je keerden, je afstootten om precies datgene wat jij zo zorgvuldig als boei voor jezelf had opgebouwd. Dit keer bevroor je niet, maar ging je vechten. Je sloeg om je heen met woorden en daden, stootte die andersgestemden nog verder van je af.

Overgave: sterven van het ego

En weer stond je alleen, eenzamer dan ooit te voren. Je probeerde je vast te houden aan alles wat je wist, had verzameld en jezelf had toegeëigend, maar het had haar kalmerende en benevelende werking verloren.

Daar stond je dan, met volle handen maar van binnen helemaal leeg. En eenzaam. Uitgeput van het vechten, van het moeizame veroveren en behouden van jouw plekje in deze oorverdovende chaos. Blind door de mist, je een weg banend en je vastklampend aan alles wat enig houvast leek te bieden. Maar het was drijfzand onder je voeten en wat je met je handen vastgreep, verdampte direct.

Hopeloos viel je op je knieën neer, en vanuit het diepst van je wezen kwam die oorverdovende schreeuw… “Help!

Waar is het licht? Waar is mijn thuis? Waarom ben ik verlaten? Ik wil terug, ik wil naar huis!”

Verlichting: aangeraakt worden door het licht

En op dat moment, plots als door de bliksem getroffen, een schicht van puur zuiver licht flitste in je wezen. Even, kort, maar zo krachtig, werd je aangeraakt. Daar zittend op je knieën met je hoofd tussen je beide handen, voelde je die liefdevolle warmte van een zo bekende aanraking.

Het verwart je: “Voelde ik dat echt? Heb ik het me verbeeld?” Je wenst een tweede aanraking, die blijft uit. Maar je bent wakker, plots verrast en opgetild uit je eigen wanhoopskreten. Een sprankelende tinteling kietelt in je na. “Dit was echt!”, dat weet je.

Vertrouwen: het thuiskomen in jezelf

De bliksem is weg, maar de tinteling blijft. Een aanhoudende tinteling die je uitnodigt, kietelt om in beweging te komen om je te begeven naar waar zij haar oorsprong heeft.

Je gaat op zoek, naar anderen die zijn aangeraakt, hoort vele verhalen en beoefent vele methoden om de oorsprong van die aanraking te vinden. Maar ergens weet je dat zij niet te vatten is in structuren, door overdracht van anderen, noch dat zij zich laat vinden middels een eerder aangelegd pad.

En daar, daar sta je nu. Voelend dat je aangeraakt bent, wetend dat deze aanraking komt van thuis. En dan besef je je, dat thuis, dat is in mij. Mijn thuis heeft ook naar mij verlangd en heeft geduldig gewacht tot ik me overgaf zodat ze me kon aanraken. Me aanraken om me te herinneren dat ik haar meegenomen had naar deze aardse wereld. Om haar hier een plek te geven, haar licht te planten in de stof.

Plots voel je wat jij je voorgenomen had, herinner je het  “Ja” dat je eens volmondig zei tegen deze afdaling naar versluiering. Om het te belichten met het licht van thuis, te verwarmen met haar liefde en het te inspireren met mijn wezen.

Je geeft je zoektocht op als je beseft dat je er bent, dat wat je zocht altijd in jou lag besloten. “Ik voel me thuiskomen, alles wordt warm. De aarde verwelkomt me, fluweelzachte aandacht omhelst me.

Ik ben thuis, mijn thuis is hier in mij”.

3 REACTIES

  1. Emotioneel en prachtig geschreven artikel. Dit laat iemand zijn of haar leven ervaren.
    Ik heb autisme en ben dus een nieuwetijdskind

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in