DELEN
Van een pijnlijke naar een helende verbinding in 3 stappen

Het is mooi wanneer verbinden met de ander heel fijn is, dat is ook waar we allemaal naar op zoek zijn. Erkenning, lief gevonden worden, de ander liefhebben, gezien worden, gehoord worden.

“Een fijne verbinding met de ander en daarin erkend worden zoals je bent is je bestaansrecht.”

Verbinden met de ander kan echter ook pijnlijk en moeilijk zijn. In een contact waarin je de ander ontmoet, gebeurt namelijk zoveel. De ander doet altijd iets met je, soms fijn, soms ook niet fijn. Wat de ander doet en zegt, heeft effect op je en kan echt pijn doen. Als een fijne verbinding je bestaansrecht is, kan steeds een pijnlijke verbinding je gevoel van bestaansrecht aantasten. Daarom is het zo pijnlijk, al lijkt het soms maar om kleine dingen te gaan.

Waarom kan verbinden zo pijnlijk zijn?

Ervaar jij wanneer je contact aangaat met iemand, of een relatie, dat het vaak moeizaam verloopt? Herken je hetzelfde patroon elke keer weer? Word je steeds weer geraakt, al doe je nog zo je best? Dat komt omdat je jezelf meeneemt in de verbinding met de ander. Of het nu je partner, een vriendin, je ouders of je eigen kind is.

Om te onderzoeken waarom het zo pijnlijk is, heb ik 3 vragen voor je die belangrijk zijn:

  • – Wie ben je op het moment van verbinden?
  • – Wat neem je mee, welke patronen breng jij mee in de verbinding?
  • – Waar komen die patronen vandaan?

Deze vragen helpen je om jouw manier van verbinden beter te begrijpen. Het is de eerste stap naar het helen en veranderen van jouw manier van contact aangaan als je daar behoefte aan hebt. Het is een eerste stap naar een veilige verbinding.

Een contact is niet altijd hetzelfde, het verandert met jou mee.

Omdat je dus jezelf meebrengt in een contact, kan het nooit elk moment van de dag, of week, hetzelfde zijn. Van daaruit is het ook zo logisch dat vriendschappen komen en gaan en dat een relatie of huwelijk altijd werken aan jezelf en elkaar betekent; met elkaar meegroeien en veranderen is de basis voor een goede relatie.

Door te gaan onderzoeken wie jij op het moment van verbinden bent wanneer het misgaat, wat er speelt in je leven en wat je zelf creëert, krijg je zicht op waarom het contact verloopt zoals het verloopt. Dat gaat niet over schuld, maar over ‘het is zoals het is’. Kun je ook meteen mooi stoppen met jezelf of de ander verwijten.

“Acceptatie van wie jij bent op dat moment is het begin van het helen van een verbinding.”

Onderzoek hierbij ook wat je voelt, wat er nu precies geraakt wordt.

Wat gebeurt er bij jou als iemand een sterke mening heeft, boos wordt, of juist onzeker is? Wat gebeurt er met jou wanneer iemand even afwezig is, minder met je bezig is? Een andere mening heeft dan jij? Iets zegt wat je niet fijn vindt?

Word je geraakt? Raak je je eigen mening (wat) kwijt als de ander overtuigender is voor jouw gevoel? Ga je zorgen voor de ander als diegene onzeker is in jullie contact of word je zelf ook onzeker? Voel je je afgewezen als iemand afgeleid raakt, even ruimte voor zichzelf wil? Klap je dicht of word je boos als de ander iets zegt wat je niet fijn vindt? En wat doe je met al die gevoelens?

Het antwoord geven voor jezelf op deze vragen geeft zicht op wie je bent in de verbinding en wat er zo geraakt wordt. Van daaruit kun je naar de tweede vraag, ‘wat neem je mee in de relatie?’.

In je kindertijd wordt je blauwdruk voor verbinding gemaakt.

Om te onderzoeken wat jij binnenbrengt in een verbinding, moet je teruggaan naar je kindertijd. Als kind heb je van nature de behoefte aan contact en verbinding. Het is ook daadwerkelijk je bestaansrecht. Het zijn je ouders en verzorgers die je voorzien in deze behoefte. Je leert dus via je ouders hoe je contact aangaat. En daarin kun je veel tegenkomen als kind.

Dit gaat niet over goed of fout, of over schuld. Het gaat over ‘waar kom je vandaan, waar kwamen je ouders vandaan, wat hebben zij je geleerd in het aangaan van contact en wat hebben ze, zonder dat ze dit wilden, doorgegeven aan jou?’. Dit gaat simpelweg over wat je hebt meegekregen. En de één heeft meer meegekregen dan de ander en er meer last van dan de ander. Vanuit deze ervaringen, die je opgedaan hebt als kind, heb jij je blauwdruk ontwikkeld. En die blauwdruk neem je mee in latere relaties, in elk contact. In alles waar je mee wilt verbinden.

Je neemt dus je eigen patronen mee, je eigen gevoelens. Je eigen overlevingsstrategieën. Weet je wat jouw pijnlijke ervaringen geweest zijn als kind, waardoor verbinden met de ander moeilijk is? Of soms zo pijnlijk is voor je?

Door dit te onderzoeken, waar het vandaan komt bij jezelf, krijg je dus zicht op wie jij bent in de relatie, op de verbinding die je aangaat.

Welke pijn wordt er geraakt in de verbinding met de ander?

Tijd voor de derde vraag: waar komt het vandaan?

Je weet nu dus dat de wijze waarop je relaties en verbindingen aangaat, ontstaan is vanuit je eigen kindertijd. Wat herken je van het nu in je kindertijd? Voel je je snel eenzaam in een verbinding met de ander, je huidige relatie wellicht? Stond je er vroeger als kind veel alleen voor? Ben je veel op zoek naar complimenten in de contacten die je aangaat? Herken je misschien dat je de erkenning van één of allebei je ouders gemist hebt?

Op deze manier onderzoeken wat je hebt ervaren en wat er moeilijk of pijnlijk voor je was in je kindertijd, zorgt voor compassie voor je huidige gedrag. Je gaat begrijpen waar het vandaan komt en je snapt dat je het dus nu niet zomaar anders kan doen. Anders zou je dat wel al gedaan hebben, als het zo makkelijk was.

Een veilige verbinding met de ander ontstaat vanuit een veilige verbinding met jezelf.

Herken je wat ik hierboven schrijf? Heb je zicht op je eigen pijn die steeds weer zo geraakt wordt in het verbinden met de ander? Dan is het nu tijd voor wat je er aan kunt doen, want alleen inzicht is niet voldoende. Er is ook actie nodig om iets te veranderen.

Het zelfonderzoek dat ik hierboven heb beschreven, de drie vragen, helpt je zicht te krijgen op wat er speelt en van daaruit kun je verantwoording gaan nemen voor wat je doet.

Wil je het écht doorbreken, dan is alleen zelfonderzoek en verantwoording niet voldoende. Dan is het nodig dat je het oud zeer, dat opgeslagen ligt in je lijf, opruimt. Want een strategie zet je altijd in wanneer je lichaam gevaar ruikt. Wanneer het ‘oude gevaar’, je vroegere pijnlijke ervaringen, nog ergens in je lijf zit weggestopt, dan zal jouw lijf altijd zijn strategie inzetten. Het is niks anders dan een paraplu die je opsteekt voor de regen.

Dat betekent echter wel dat in elke verbinding het patroon zich op een bepaalde manier zal blijven herhalen, en je steeds voor je gevoel ergens faalt in het aangaan van contacten. Je zelfvertrouwen zal er daardoor niet beter op worden.

Verbinden met de ander doe je dus door te werken aan jezelf, door het opruimen van je oude pijnlijke ervaringen uit je lijf en het nemen van nieuwe besluiten op een diep niveau in je lichaam. Hoe meer je vrij bent van oude pijn en oude niet helpende patronen, des te meer jij vanuit je eigen liefdevolle kern contact kunt maken met de ander, zonder ruis en juist vanuit compassie voor jezelf en de ander.

Ik wens je veel liefdevolle verbindingen toe, vooral die met jezelf. De rest volgt dan vanzelf.

 

7 REACTIES

  1. Normaal reageer ik niet zo snel op een artikel, maar dit omschrijft precies waar ik naar op zoek was. Vraag mij alleen af hoe je oude pijnlijke ervaringen dan het best uit je lichaam kan halen, want dat probeer ik al een tijdje.. heb je tips?

  2. En hoe ruim je die oude pijnlijke ervaringen in je lijf op? Ik houd zelf oude pijn vast in mijn billen/ heupen. Ik rol dagelijks met een foamroller over de pijnlijke plekken. Als ik dit doe dan moet ik boeren, niesen, gapen en soms de hik. Zijn er nog andere manieren om oude pijn uit je lijf los te laten?

  3. Allemaal heel herkenbaar, het inzicht is er, maar het belangrijkste mis ik nl. HOE doe je dat? Die oude pijnen en ervaringen opruimen…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in