Je plek in de kinderrij
Leestijd: 4 minuten

Ben jij het oudste, middelste, jongste of enig kind? Hoe heb je dat ervaren en hoe is dat nu?

Je plaats die je in de kinderrij in je gezin van herkomst inneemt, heeft invloed op wie je (nu) bent, je gedraagt en hoe je je manifesteert. In je (schoon)familie, je werk, je vriendengroep, je (team)sport, etc.

Je plek in het gezin

In elk gezin is er een kind dat zich afzet, rebelleert of meer zorg en aandacht vraagt van de ouders. Hierdoor neemt een ander kind de positie in van het ‘aangepaste kind’. Het kind met aangepast gedrag wil vooral niet lastig zijn. Het is loyaal aan zijn ouders. Deze hebben hun handen al vol aan het broertje of zusje. Het wil niet op die rebellerende wijze aandacht vragen, maar doet het juist door lief, helpend, goed presterend te zijn.

Het oudste kind is vaak verantwoordelijk, serieus, gevoelig, plichtsgetrouw, voortvarend en zorgzaam. Verbaal vaardig en gemotiveerder om iets te bereiken. Maar oudste dochters daarentegen twijfelen wel weer meer aan zichzelf, of ze wel goed genoeg zijn.

Nieuwetijdskind Magazine Instagram
Nieuwetijdskind Magazine Instagram
Nieuwetijdskind Magazine Instagram

Mijn rol

Zelf ben ik een ‘oudste dochter’ en herken me hier volledig in. Mijn moeder vertelt nog steeds vol trots dat ik zo goed kon helpen, dat ze met opzet de luiers op de laagste plank had gelegd, zodat ik er goed bij kon. Ik hielp (onbewust) om haar te ontlasten in de zorg voor twee kinderen, mijn vader en het huishouden. Mijn pasgeboren broertje kreeg alle aandacht, huilde best veel en had wat meer zorg nodig en ik kreeg op deze helpende manier aandacht, een aai over mijn bol.

Vervolgens kwam er een derde kind, nog een broertje. Het was een makkelijk kind, lachte veel, was de vrolijkerd van het gezin. Je ziet hem ook op elke foto lachend de wereld inkijken. Op deze manier had hij zijn rol te pakken. Hij zag het allemaal gebeuren met de anderen in het gezin en keek er vanaf een afstandje naar. De eerste en tweede plek in de kinderrij waren al vergeven. De rollen waren verdeeld. Zwart-wit gezegd: de ‘verantwoordelijke’, de ‘aandacht vragende’ en de ‘lieveling/bemiddelaar’. Dit patroon zie je terug in onze verdere jeugd. Mijn broer een lastige puber, ik de brave oudste dochter en de jongste ging (onopvallend) zijn eigen gang.

In grotere gezinnen zie je dat vierde, vijfde en zesde kinderen de fundamentele trekken herhalen van de eerste, tweede respectievelijk derde; evenzo zevende, achtste, negende, etc.

Plek in de kinderrij

Enig kind

Het is een oudste kind, maar vertoont toch hele andere kenmerken. Het hoeft niet de verantwoordelijkheid te dragen als oudste of te strijden om een plek met broers en/of zussen na hem. Het heeft niemand anders dan zijn ouders. Het is de waarnemer die altijd een zekere afstand houdt tussen zichzelf en de wereld om hem heen. Zijn eigenschappen kunnen leiden tot grote prestaties en hij kan doeleinden bereiken die voor anderen niet weggelegd zijn.

Herkenning

Als je dit zo leest, dan herken je wellicht je eigen gezin van herkomst, jezelf, je broers, je zussen en jullie specifieke rol daarin. Maar wat nog veel frappanter is dat je deze rol ook terugziet in werk, relaties, etc. Misschien herken je de energie in de verhalen. Hoe je broer klaagt dat ‘ie zich niet gezien of snel gepasseerd voelt. Niet serieus genomen. Of dat je zus zichzelf wegcijfert. Conflicten uit de weg gaat en het van een afstandje aankijkt. Dat ze meer voor zichzelf mag opkomen. En wat herken je van jezelf?

Dezelfde energie die je bij je draagt vanuit je plek in je gezin van herkomst zie je terug in je huidige leven!

Nakomertje

Zo ontmoette ik in mijn praktijk een vrouw met een burn-out. Op haar werk heeft ze niet echt een vaste functie. Er is altijd wel wat te doen, maar door deze Coronaperiode is de hoeveelheid werk flink afgenomen. Andere werknemers trekken het werk dat bij hun functie hoort naar zich toe, waardoor er voor haar niet veel overblijft, of alleen wat restjes. Ze heeft al vaker geprobeerd dit met haar baas te bespreken, maar wordt daarin niet gehoord. Dat maakt haar boos en verdrietig.

Ze komt uit een gezin van 9 kinderen en was een niet gepland nakomertje. Haar moeder had weleens gezegd tegen haar dat ze er eigenlijk niet had mogen zijn. Uit de opstelling kwam ook naar voren dat er in het gezin van herkomst eigenlijk geen plek voor haar was. Bij het neerleggen van de matjes kon ze iedereen zo een plaats geven, maar wist niet waar ze zichzelf moest leggen. Er vielen steeds meer kwartjes. Ze kreeg altijd de restjes. En als ze daar wat van zei, dan werden er grapjes over gemaakt. Zij hoefde alleen maar het lieve, schattige nakomertje te zijn.Plek in de kinderrij

Het ‘toeval’ wil dat haar moeder ook het nakomertje was in een groot gezin… De kentering in de opstelling kwam toen ze het matje voor haar moeder op de juiste plek legde en zelf ook háár plek innam in haar familiesysteem. ‘Ik mag er zijn. Ik heb een plek. En dit is mijn plek!’ Ze voelde het in haar hele lijf. Ze voelde zich nu gezien door haar ouders en al haar broers en zussen!

Een paar dagen later in een gesprek op haar werk merkte ze op dat er naar haar geluisterd werd en ze serieus genomen werd. Haar leidinggevende is met haar functie en taken aan de slag gegaan… Hoe ‘toevallig’!

Bizar wat een verschuivingen er plaatsvinden in het dagelijks leven als er in de onderstroom, de energetische laag wat ‘rechtgezet’ is.

Oude, vaste patronen

Als je ze ziet, dan kun je ze doorbreken. Wat eerst een blinde vlek was – Waarom overkomt mij dit altijd? Waarom loop ik telkens tegen dezelfde dingen aan? – wordt nu helder. Door systemisch inzicht en een (individuele) opstelling, kunnen patronen doorbroken worden. Dan sta jij steviger op jouw plek in je familiesysteem en zal je merken dat je in het dagelijks leven minder weerstand ervaart.

Ik ben benieuwd. Wat herken jij uit je gezin van herkomst? En wat zie je terug in je gezin van nu? Welke rol hebben jouw kinderen en welke plek in de kinderrij? En wat ervaar je in je werk? Ik kijk uit naar je reactie hieronder.

Boekentip:

  1. Karl König: ‘Waarom ben ik mijn broertje niet?’
  2. Lisette Schuitemaker: Het oudste dochter effect

5 REACTIES

  1. ik kom uit een patch work familie tw de oudeste ia de oudeste en de 1e van mijn moeder hij is gehandicapt dan komen er 4 van mijn vader ?oudste meisje dan 1 jongen en daarna 2 meisjes hun moeder is al vroeg overleden Toen kwam ik 1e van vader en moeder samen na mij nog 2jongen 1 meisje en de laatste was ook een jongen. Ik weet niet mijn plek aan te wijzen Ik ben 66 en praktisch geen contacten met familie . Er is heel veel misgegaan en daatom van alles onduidelijk, kun u ,i helpen Ik heb 1 sterke zoon 2d ochters ook sterk maar heb geen vontact met mijn oudste Haar keuze en mijn jongste en mij steun en toeverlaat en heefyt ook haar eigen leven welke niet gemakkelijk is verlopen en nog niet is kunt u mij helpen dingen te begrijpen en zo gelukkig wordt

  2. Interessant hoe dat werkt. Ik herken het zeker in mijn eigen kinderen. De oudste verantwoordelijk, de tweede als baby een zorgenkind en ook later moeilijk in de omgang dus vergde veel aandacht en dan de derde die rustig zijn eigen gang gaat. Wel veranderde dit nadat de vader het gezin verliet. Juist de oudste rebeleerde door zich terug te trekken en de tweede nam juist zorgtaken van mij over en nam de verantwoordelijkheid voor haar broertje als ik moest werken. In mijn gezin van herkomst herken ik het minder. Wij waren ook een disfunctioneel gezin waar ik als oudste de rol van zwart schaap had gekregen waar alle problemen op werden geprojecteerd om het gezin te laten functioneren. Wellicht juist tekenend dat ik als oudste die rol op me nam. Ik herken wel de eigenschappen van de oudste. De tweede was juist het lievelingetje maar wel degene die altijd ongelukken kreeg en in die zin dan zorg nodig had. De derde was bij ons die dan lief hielp en zo aandacht kreeg in de zin van een aai over de bol. En zij was juist degene die mijn rol overnam als zwart schaap toen ik het huis verliet om te gaan studeren. Er was bij ons dan nog een vierde die dan wel past bij de rol van rustig haar eigen gang gaan. Voor haar heb ik altijd veel gezorgd zonder daar overigens de credits te krijgen van mijn moeder. Uit een opstelling bleek trouwens dat ik niet de oudste maar de derde was ( twee eerdere miskramen)

  3. Mooi geschreven Bernice! Ik ben de oudste van 2 en herken mezelf en mijn zusje zeker in jouw verhaal. Mijn eigen gezin, daar moet ik over nadenken die zie ik nog even niet. Bedankt voor deze stof tot denken

  4. Ik ben de jongste van 4.
    Mijn moeder heeft eigenlijk niet zoveel kinderen willen hebben
    en wilde haar eigen gang gaan.
    Mijn zus boven mij, (we schelen 3 jaar) was mijn moeders favoriet.
    Ik voelde me erbij hangen en voelde me niet goed genoeg. (En nog steeds niet
    ook al ben ik nu 56…).
    Op mijn 15e ben ik van huis weg gelopen en kon
    mijn moeder scheiden en haar leven in vrijheid tegemoet zien,
    met de kinderen het huis uit.
    Ik voel me nog steeds over-verantwoordelijk voor anderen en vertoon
    kameleongedrag, (altijd maar aanpassen).
    Mijn 1 na jongste zus is in 2006 overleden aan MS, met mijn broer en oudste zus
    heb ik een soort haat-liefde verhouding.
    Ze lijken erg op mijn moeder en zijn sterk op zichzelf gericht.
    Ik heb alleen met mijn man samen de laatste 2 jaren voor mijn moeder gezorgd.
    Mijn broer en zus hebben het laten afweten.
    Ik lijk meer op mijn vader met altijd maar sterk (moeten) zijn, een
    afkeer van onrecht en een groot verantwoordelijkheidsgevoel.
    Nu nog ervaar ik moeite met mijn plek innemen.
    Dat de jongste verwend wordt, zoals veel gezegd word is in mijn geval niet zo…

    • Goh, precies mijn verhaal, alleen ben ik niet weggelopen en leven nu de broers niet meer.
      En mijn zus(die de tweede was) en 12 jaar met mij scheelt kijkt me niet meer aan…

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in