Wat stille kinderen ons te vertellen hebben
nieuwetijdskindmagazine
nieuwetijdskindmagazine
nieuwetijdskindmagazine

Ze zijn een zegen in de grote klassen van tegenwoordig, kinderen die rustig en stil hun gang gaan. Die luisteren en doen wat er van ze gevraagd wordt. Ouders zijn er blij mee, ze schikken zich naadloos in de drukke schema’s en lijken alles prima te vinden.

Of niet? Als ouder of leerkracht kun je soms zomaar het gevoel krijgen dat er meer in ze omgaat. Dat ze eigenlijk wel iets anders zouden willen. Dus stel je ze wat vragen en probeer je te achterhalen wat zij zelf graag zouden willen. Maar echte antwoorden komen er niet. Dus stop je ermee, want het gaat immers prima zo.

Is het oké dat wij ze niet horen?

Maar wat nu als het eigenlijk niet zo prima is? Als deze kinderen wel degelijk iets te vertellen hebben, maar wij ze niet horen. Omdat we niet voldoende veiligheid, aandacht, ruimte of stilte kunnen bieden. Of omdat we onvoldoende creatief zijn in de manier waarop we ze horen. Misschien vinden we het zelf wel ongemakkelijk en bewegen we liever weg van dat ongemak. Wellicht vinden we de huidige situatie wel fijn en zijn we bang voor verandering. Er kunnen allerlei redenen zijn waarom we ze niet willen of kunnen horen. En willen we daar verandering in aanbrengen, dan zullen we dus moeite moeten doen.

De tijd nemen

Wat je allereerst zou kunnen doen is de tijd nemen om je kind (of het kind in je klas*) te observeren. Niet één keer, maar verschillende keren in verschillende situaties. Kijk eens wat je opvalt in bijvoorbeeld het gedrag, de lichaamshouding, de gezichtsuitdrukking, de gekozen woorden, de toon, de interactie (of afwezigheid daarvan) met de ander. Is er iets wat steeds terugkeert? Iets wat jou bijzonder raakt? Of wat om een andere reden sterk opvalt?

In de spiegel kijken

Betrek dan datgene wat je zo opvalt eens op jezelf. Hoe zit dit bij jou? Herken je dit? Of juist helemaal niet? Spiegelt jouw kind hier iets? Heeft hij of zij een boodschap voor jou? Gaat het om gedrag dat jij wat meer of minder zou mogen laten zien? Herken je een angst en zou je daar op een andere manier mee om mogen gaan? Raakt het aan (oud) verdriet van jou en is het tijd om daar iets mee te doen? Prikkelt het een verlangen in jou naar iets dat je lang geleden hebt weggestopt? Kortom, welke raakvlakken heeft wat je ziet in jouw kind met wat je in jezelf kunt zien?

Handelen op basis van wat je hebt gezien

Heb je niets herkend van jezelf, kijk dan eens wat je zou kunnen doen voor/richting jouw kind met wat je hebt gezien. Welke behoefte vermoed jij bij jouw kind? Wat zou je kind nodig kunnen hebben van jou? Handel overeenkomstig en kijk wat er gebeurt. Zie je verandering, benoem dit dan. Vertel jouw kind welke verandering jij hebt opgemerkt en vraag of jouw kind dit herkent. Of hij of zij er blij van wordt. En bespreek dan wat jij anders hebt gedaan richting je kind. Vraag of je kind dit prettig vindt of niet en of je dit gedrag moet doorzetten.

Geen verandering

Bemerk je geen verandering dan zou je met je kind in gesprek kunnen gaan. Je zou kunnen uitleggen dat je graag meer wilt weten over wat er in je kind omgaat en dat je daarom

Wat jij hebt gezien hoeft niks te zeggen over wat jouw kind ziet, voelt, denkt of wil

een tijdje heel goed hebt gekeken. Dat je daarbij dingen zijn opgevallen en dat je die graag zou willen delen. Vraag dan of je kind daar open voor staat. Is het antwoord ja, spreek dan vanuit jezelf (ik zie, ik denk, ik voel) en vraag steeds of iets klopt of niet. Moedig je kind aan om je te corrigeren als je dingen zegt die voor hem of haar niet kloppen.

Communicatie via papier

Voor sommige kinderen is een gesprek over zichzelf geen goede vorm. Het is te direct, te confronterend en gaat te snel. In plaats van het gesprek aan te gaan zou je je kind bijvoorbeeld briefjes kunnen laten schrijven en daarop reageren met een briefje van jou. Dit kan een heel veilige en laagdrempelige manier van communiceren zijn. Je kunt ook gesprekken aangaan over soortgelijke situaties, bijvoorbeeld aan de hand van een stuk in een boek, een film of een ander kind (of volwassene). Je zegt dan bijvoorbeeld “Ik denk dat dat meisje in het boek zich soms wel eenzaam voelt..” en vraagt dan “Wat denk jij?”.

Vermijd oogcontact

Als je kind praten lastig vindt, vermijd dan het oogcontact. Ga lekker naast elkaar zitten. Of nog beter, ga samen wandelen of fietsen en praat ondertussen. Oogcontact kan voor sommige kinderen heel indringend en oncomfortabel zijn, waardoor de situatie onveilig voelt. Ook sturende vragen kunnen onveilig voelen. Stel zoveel mogelijk open vragen en sta open voor het antwoord dat je krijgt. Ga verder met dat antwoord (en niet met wat je had verwacht of wat je zou willen horen). Kinderen voelen haarfijn aan als wij ze een bepaalde kant op willen sturen en de meeste vinden dat niet prettig.

Neem de tijd

En daar is het woord tijd opnieuw. Tijd is wat mij betreft de heilige graal in deze. Neem de tijd en geef de tijd. Het kan soms heel lang duren voordat er een antwoord komt; durf te wachten. Durf je kind de ruimte te geven om lang stil te zijn. Vaak voelt dat ongemakkelijk en ga je daardoor zelf praten of een nieuwe vraag stellen, maar meestal is dat niet nodig. Laat je kind merken dat het oké is dat het lang duurt. Twijfel je of je kind jouw vraag begrepen heeft, dan kun je dat vragen en eventueel je vraag anders formuleren. Is je vraag wel begrepen, dan mag je dus gewoon wachten op het antwoord.

Wat hebben stille kinderen ons te vertellen?

Misschien had je op een antwoord gehoopt toen je dit artikel bent gaan lezen. Maar dat antwoord kan ik je niet geven. Er is niet één centrale boodschap. Ieder kind heeft ons iets anders te vertellen en het is aan ons om ze allemaal te horen. Dit artikel is een pleidooi om tijd te maken voor de kinderen die de tijd niet opeisen voor zichzelf. Om ze te horen en iets te doen met wat zij ons te vertellen hebben.

* Voor ‘jouw kind’ kun je ook steeds lezen ‘het kind in jouw klas’.

1 REACTIE

  1. Kinderen zijn duidelijk een afspiegeling van onze samenleving, hun aangereikt door hun ouders, ja en dan de scholen, heb het zelf kunnen constateren, mijn kinderen hebben op scholen in Nederland – Engeland – Frankrijk hun opleiding gehad, het duidelijkse en uiteindelijk het waardevolste was hun Engelse school tijd, volgens hen, dat hele vrije vergt veel van de zelfdicipline en die is vaak niet toereikent, en het gaat uiteindelijk om het intellect naast het dagelijkse leven, zo maar wat gedachtes.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat een reactie asch
vul je naam in