autisme spectrum stoornis
nieuwetijdskindmagazine
nieuwetijdskindmagazine
nieuwetijdskindmagazine

Hieronder geef ik een opsomming van de problemen en valkuilen die jongeren met een autisme spectrum stoornis of aanverwante problematiek kunnen ervaren in het (voortgezet) onderwijs. Hierna volgt een lijst met tips voor iedere valkuil. Het is in eerste instantie een document voor docenten, daar is het voor geschreven, maar ook voor ouders of begeleiders kan het handig zijn te weten waar leerlingen met autisme, of aanverwante problematiek zoal tegenaan kunnen lopen. Ook kan het een handig document zijn om mee te nemen naar scholen. Voelt u zich vrij om het te gebruiken!

Problemen en valkuilen jongeren met een autisme spectrum stoornis

  1. Er is, voor velen, ogenschijnlijk weinig structuur/orde. Ieder uur een andere docent en ander lokaal, vaak wisselende roosters. En dan verschilt ook nog iedere les erg wat structuur/vaste opbouw betreft.
  2. Er zijn erg veel indrukken, zowel binnen als buiten het lokaal, waardoor veel ze ontgaat. Dit geldt nog veel meer voor leerlingen die zintuiglijke informatie versterkt binnen krijgen.
  3. Het is moeilijk voor ze om de aandacht bij de les te houden, aangezien voor veel jongeren met autisme geldt dat alle details hen opvallen. Dit kan ook gelden voor toetsen, waarbij ze dus in de toets vastlopen in de details en de toets niet goed kunnen maken. Dit is onder andere het geval als de toets niet duidelijk is voor ze.
  4. Vaak hebben ze een levendig brein, waar zich van alles afspeelt, zoals preoccupaties (obsessies) of mentale spelletjes die ze met zichzelf spelen (denk aan rekenspelletjes, woordreeksen, geheugenspelletjes, allemaal in een vorm die wij ons niet eens voor kunnen stellen).
  5. Het huiswerk dat opgegeven wordt, ontgaat ze vaak. Dit bijvoorbeeld omdat er te weinig duidelijkheid is hier omtrent, of omdat huiswerk “in de bel” opgegeven wordt, of omdat er teveel andere prikkels binnenkomen op het moment dat het huiswerk opgegeven wordt.
  6. Als het huiswerk ze ontgaan is, missen ze vaak de sociale vaardigheden om het huiswerk alsnog te achterhalen (bijv. door klasgenoten te bellen).
  7. Vaak is de precieze stof voor schriftelijke overhoringen en proefwerken ze onduidelijk.
  8. Veelal missen ze de juiste studievaardigheden en hebben een rigide manier van leren. Door deze rigiditeit is het moeilijk om ze andere (betere) studievaardigheden aan te leren
  9. Een grote valkuil is het onvermogen om te plannen, structureren en organiseren. Hierdoor beginnen ze vaak niet op tijd aan hun huiswerk.
  10. Ze hebben een stoornis in de verbeelding, waardoor vooruit denken, maar ook bepaalde opdrachten van bijvoorbeeld levensbeschouwing, erg lastig voor ze kunnen zijn.
  11. Ze hebben veelal problemen met het onderscheiden van hoofd- en bijzaken. Dit probleem komt vaak vooral naar voren bij de zaakvakken.
  12. Vaak wordt taal erg letterlijk opgevat. Uitdrukkingen of woordgrapjes worden veelal niet begrepen.
  13. Sommige leerlingen hebben moeite met het oppikken van auditief gegeven informatie. Hun verwerkingssnelheid is bijvoorbeeld erg traag, of ze kunnen het gewoon niet volgen zonder visuele ondersteuning.
  14. Leerlingen met autisme leren vaak heel letterlijk. Ze leren de stof precies zoals die in het boek staat en herkennen het niet als het op een andere manier terug gevraagd wordt op een toets.

NB: Niet iedere leerling met autisme is hetzelfde, sterker nog, er is heel veel verschil, net zoals bij alle andere leerlingen. Bovenstaande punten komen vaak voor, maar gelden dus niet voor iedereen met autisme.

Wat kunt u, als docent, voor ze doen:

  1. • Probeer in uw les een vaste structuur aan te brengen.
  2. • Kijk regelmatig of het lijkt of de leerling nog “bij de les” is. Probeer ze er weer bij te betrekken als ze afgedwaald lijken te zijn.
  3. • Probeer, waar mogelijk, aan te sluiten bij hun interesses en belevingswereld. Soms kan een opdracht, door deze een klein beetje bij te stellen, aansluiten bij de interesses van de leerling en kunnen ze er ineens wel mee uit de voeten.
  4. • Zorg voor zoveel mogelijk structuur bij het opgeven van huiswerk. Het beste is als alle docenten het op dezelfde manier doen, maar dit blijkt vaak lastig. Probeer wel zelf een eigen structuur te vinden. Bijvoorbeeld: het huiswerk na het nakijken van het oude werk opgeven en altijd op dezelfde plek op het bord schrijven. Kijk even (onopvallend) of de leerling met autisme het opschrijft. Vaak helpt het ook alle stappen te benoemen, dus aan te geven dat ze hun agenda moeten pakken, op die en die datum, en dan het volgende huiswerk: …. op moeten schrijven. Zorg altijd voor zowel auditieve als visuele informatie, dus geef het mondeling op en zet het op het bord.
  5. • Als het kan (als de leerling het goed vindt) koppel dan een “buddy” aan de leerling, die checkt of ze het huiswerk wel opschrijven of het zelfs zelf voor ze noteert. En die ze altijd kunnen bellen of een berichtje kunnen sturen als ze iets gemist hebben.
  6. • Zorg dat de stof voor toetsmomenten heel duidelijk is, het liefst met daarbij aangegeven wat het meest belangrijk is om te leren. Als u er de tijd voor wilt nemen, hebben sommige leerlingen met autisme er erg veel aan als u de stof nog even één op één met ze door wilt nemen (en het ze bijvoorbeeld aan laat strepen in hun boek)
  7. • Werk, als het kan, af en toe ook eens aan de juiste studievaardigheden voor uw vak. Hoe vaker leerlingen het horen/zien, hoe groter de kans dat ze het eens gaan oppikken.
  8. • In mentoruren kan mogelijk aandacht besteed worden aan de beste manieren om te plannen. Ook kan de mentor hopelijk vinger aan de pols houden wat betreft de planning van het huiswerk als een leerling uitvalt.
  9. • Veel leerlingen met autisme hebben veel baat bij stappenplannen en “checklists”, waarop ze aan kunnen vinken wat ze al gedaan hebben en dus duidelijk (visueel) hebben wat nog moet.
  10. • Probeer, als u merkt dat een leerling ergens niet uitkomt, eens of u de opdracht voor de leerling kunt verduidelijken met een voorbeeld uit de belevingswereld van de leerling. Kom met concrete, herkenbare voorbeelden. (bijvoorbeeld met een voorbeeld over voetballen, als u weet dat de leerling graag voetbalt)
  11. • Probeer duidelijk te maken, bijvoorbeeld in aantekeningen, wat de hoofdzaken in de te leren stof zijn. Laat ze bijvoorbeeld zinnen markeren, of geef ze stencils met de belangrijkste informatie op een rijtje.
  12. • Probeer duidelijke taal te gebruiken, die maar op één manier opgevat kan worden. Vermijd spreekwoorden, uitdrukkingen en woordgrapjes waar mogelijk, tenzij u weet dat de leerling dit wel snapt. Het is een ,vrij hardnekkig, misverstand dat mensen met autisme geen humor hebben, het is alleen niet altijd dezelfde humor als uzelf heeft.
  13. • Geef expliciete en concrete instructies, vermijd woorden die onduidelijk zijn, zoals “even”, “straks”, of “enkele”.
  14. • Check, bij mondeling gegeven informatie, of de leerling het opgepikt heeft/snapt. Gebruik, waar mogelijk, visuele ondersteuning. Dit kan in tekst vorm zijn, maar ook in plaatjes (vooral goed voor beelddenkers) of schema’s.
  15. • Probeer de stof af en toe ook eens “uit de context” te halen in de les. En laat leerlingen, waar mogelijk, ook oefenen met vragen zoals ze op de toetsen voorkomen.

Voor alle bovenstaande tips geldt dat ze voor bijna alle leerlingen positief uit kunnen pakken. Vooral ook voor leerlingen met AD(H)D, dyslexie en aanverwante stoornissen. Wees dus niet bang dat u maar voor één leerling bezig bent, er ontgaat een groot deel van de “normale” leerlingen meer dan de veel docenten door hebben (neemt u dat aan van iemand die zowel voor de klas, als in de huiswerkbegeleiding ervaring heeft).

Het is een heel document geworden en komt mogelijk wat belerend over, waarvoor excuses. Het zijn handreikingen, die het voor leerlingen, en dan vooral die met autisme, een stuk makkelijker kunnen maken. Ik ben me bewust van een gebrek aan tijd of mogelijkheden waar u mee kunt kampen. Alles wat u doet, kan al meegenomen zijn, alle beetjes helpen. School kan een behoorlijk ingewikkelde, verwarrende plek zijn voor leerlingen met een (autistische) stoornis en het is heel fijn als er hier en daar een docent is, die dat beseft en wil helpen.

Ik heb zelf ook jaren voor de klas gestaan en weet hoe lastig het kan zijn om rekening te houden met iedereen en waar u tegenaan kunt lopen. Maar ik weet ook dat ik het zelf erg handig had gevonden om een lijstje te hebben met wat moeilijk is voor leerlingen met een stoornis en wat ik zou kunnen doen om ze te helpen. Ik was mij destijds niet voldoende bewust van waar deze leerlingen tegenaan lopen en wat ik had kunnen doen om het ze makkelijker te maken.

Hopelijk heeft u iets aan dit document.

Nadia

1 REACTIE

  1. Hallo Nadia,

    Wat een mooi en goed artikel. Veel van de tips pas ik reeds toe in mijn lessen NaSk op het vmbo. Ik heb daar veel te maken met kinderen die anders leren. Het heeft voor mij zins kort ook een andere dimensie gekregen omdat niet zo lang geleden ook bij mij een vorm van autisme is geconstateerd. Ik zie het niet als een afwijking maar als een gave. Het is daarom voor mij als docent zaak om mijn leerlingen te helpen hun gave te ontwikkelen in een voor hen vertrouwde en veilige leeromgeving.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Laat een reactie asch
vul je naam in