Noord en Zuidpool zelfrealisatie

Diana van Doorn heeft enkele jaren geleden een serie artikelen geschreven met als titel: “Is Yoga de weg?” voor het magazine Ayurveda Actueel waarvan zij ook redactielid is. De artikelen zijn geïnspireerd door de spirituele kennis die zij in haar leven heeft opgedaan. Het is een synthese van de oosterse en westerse spirituele filosofie die zij vanuit haar eigen inzichten beschrijft. De artikelen zijn verkort en bewerkt speciaal voor de Nieuwetijdskind website. Drie bewerkingen hebben eerder op de website gestaan met als titel: Karma, De Liefde en India/Bharat.

De vier grote cycli: Yuga’s

  1. deel 1
  2. deel 2
  3. deel 3
  4. deel 4
  5. deel 5
  6. deel 6
  7. deel 7
  8. deel 8
  9. deel 9
  10. deel 10
  11. deel 11

deel 12 – Yuga en Yoga

De vrucht is de bevrijding van de boom.

Yuga en yoga hebben in het Sanskriet betekenis dezelfde wortelkern; Verbinden.
Yuga heeft wel tien betekenissen zoals o.a. wereld tijperk, stanza’s die een spreuk vormen, lengtemaat van vier eenheden, juk. Maar het betekent bijna altijd een samenhangend en verbonden geheel. Yuga en Yoga zijn dan ook nauw met elkaar verweven. Er is een titel van een boek dat heet: Alle leven is Yoga, een boek met vragen van leerlingen en antwoorden van The Mother.

In deel 1 en 2 heb ik geschreven over de Yuga’s, de periodes/cycli van manifestatie en openbaring van het gehele kosmische leven, die in het Sanskriet Manvantara genoemd worden. In elke Manvantara zijn er vier periodes in de neergaande lijn, van afscheiding en verdeling (involutie) en vier in de verbindende en opgaande en transformeerde lijn (evolutie). Deze perioden hebben geen strakke scheidingslijn maar bestaan tegelijkertijd en bewegen in een spiraalbeweging door de verschillende cycli heen. In wezen is al wat in de openbaring komt gelijktijdig aanwezig. Maar door de sluier van Maya; ruimte en tijd, ervaren wij dit als verleden, heden en toekomst. Alle periodes/cycli zijn gekenmerkt door hoedanigheden en kwaliteiten waarin zij zich onderscheiden. Men noemt deze het gouden tijdperk: Krita-Satya yuga, het zilveren tijdperk: Tretâ yuga, het koperen tijdperk: Dwâpara yuga en het ijzeren tijdperk: Kali yuga (lees hierover in deel één en twee)

De huidige Kali Yuga, ijzeren tijdperk is in werking getreden nadat, zo wordt verteld, Krishna zijn aardse lichaam heeft verlaten. Maar niet zonder het “zaad” van bevrijding geplant te hebben voor een nieuwe bewustzijnsfase. Hierdoor wordt de mogelijkheid geschapen voor iedere ziel, die in de verdrukking leeft in de Kali yuga, om tot bevrijding en uit de onwetendheid te geraken.

Koning Pandoe.

In het heilige boek de Bhagavad Gita wordt dit doormiddel van gespreken tussen de Avatara Krishna en de discipel Arjuna, de mens onderwezen. Arjuna was één van de zonen die de God Indra bij koningin Koenti, die de vrouw van Koning Pandoe was, verwekte. Zijn vader, koning Pandoe, had een vloek opgelopen nadat hij een gazelle bok in zijn paringsdrift neer schoot. De vloek hield in dat hij, koning Pandoe, zou overlijden als hij tot de geslachtsdaad zou overgaan met zijn twee vrouwen.

Dit heeft een diepere betekenis.
Men kan de gebeurtenissen in deze wereld lezen als een horizontale beweging, in tijd en ruimte, maar ook als een verticale beweging, in het psychische, geestelijke en spirituele. Alles wat zich uitdrukt in deze wereld vindt zijn oorsprong in het spirituele. Maar door prakriti, de substantie van de objectieve Natuur/Maya, ondergaat deze voortdurend veranderingen. Deze veranderlijkheid van prakriti wordt veroorzaakt door de werkingen van de triguna (drie guna’s); Satva: harmonie, Rajas: beweging en tamas, inertie. Gelijkenissen, mythen, sage enz. worden gebruikt om de mens te onderwijzen over het geestelijke/spirituele. Alleen een Gurûdeva (lees hierover in een vorig artikel), onderwijst zijn leerlingen de directe betekenis van het spirituele, op het niveau dat een leerling kan bevatten.

De koning staat symbool voor de hoogste aardse positie. Een koning is heerser over een land, volk en goederen. De koning staat ook synoniem voor het ego, de persoonlijkheid van de mens welke volledig tot wasdom is gekomen. Het ego is de tijdelijke schaduwzijde van de ziel/jiva. Als het ego niet geleid en verlicht wordt door het licht van het Goddelijke vervalt deze tot o.a. een dictator en een eigenheimer.
Het verhaal van koning Pandoe laat zien, waar het ego, onder de wet van karma, een keuze krijgt: Leven of dood. Die periode was een keerpunt in de geschiedenis van de mensheid. Want in de volgende fase naar de Kali–Yuga moest de weg geopend worden, als ik het zo mag noemen, voor de bevrijding van de jiva’s/zielen die dat verkozen, wilden zij niet ten ondergaan in dit ijzeren tijdperk.

Arjuna.

Als Arjuna geboren zou zijn uit de geslachtsdaad van een aardse vader dan was die mogelijkheid van bevrijding niet aanwezig geweest. Dat is de reden dat Koning Pandoe de gazellebok neerschot tijdens de paringsdrift. In feite was dit een daad van opoffering van koning Pandoe en van de gazellebok. De gazelle is het mythologische voertuig van de maangodin Chandra.

De maan en haar cycli regelen de voortplanting, opbouw en geboorten van de stoffelijke/aardse lichamen. Het voertuig van de ziel is gebouwd door de geestelijke zon. Maar door de geboorte in een aards lichaam wordt deze gevangen in het misleidende licht van de maan. Hier zal ik later op terug komen.

De geslachtsdaad van Koningin Koenti met de hemelse God Indra is een beeld dat aangeeft dat de mens in zaadvorm het Goddelijke in zich meedraagt. De geboorte van Arjuna staat symbool voor de bewustwording in de mens van zijn Goddelijkheid en de dilemma’s die hij/zij daarbij ondervindt. In deze verwarring wordt de mens onderricht door de allerhoogste, die ook in zijn wezen verblijft. Arjuna kreeg levendig onderricht van de Avatara Krishna.

De aardse persoonlijkheid, die veelal geconditioneerd en gebonden is door zijn familiebanden, overtuigingen, cultuur en religie, staat vaak haaks op zijn/haar Goddelijke bestemming. Alhoewel deze bestemming een paradoxale karakter heeft. Zoals Paulus in het boek Korintiërs zegt: “De eerste mens Adam was een levende ziel, de laatste Adam een levendmakende geest. De eerste mens is uit de aarde, stoffelijke, (maan) de tweede, geestelijke, uit de hemel (zon). Maar het stoffelijke en natuurlijke lichaam komt eerst, dan het geestelijke”. Wat in wezen wil zeggen dat de ziel/jiva door alle aardse gebieden en ervaringen heengaat om het Goddelijke in zich tot realisatie te brengen.

Indra.

In de loop der tijd heeft de God Indra vele betekenissen gekregen. Oorspronkelijk is hij één van de belangrijkste Goden die zorg dragen in de ordening van de manifestatie/ schepping. De hoogste Goden zijn een directe emanatie van het Goddelijke en vertegenwoordigen Zijn directe werking op bepaalde gebieden.
Indra, Yama, Varina, Kever zijn de vier Goden die regeren over de vier richtingen: oost, zuid, west, noord. Indra wordt heden ten dagen genoemd als de godheid van de regen en de wateren. Dat is maar ten dele waar. In wezen is hij de godheid van de eerste nevelen. Het eerste leven van wat men “chaos” noemt, bij het ontstaan van het heelal. Hij brengt orde en scheidt het stoffelijke heelal en de eerste hemel, gesymboliseerd door de lucht/wolken. Daarom wordt hij ook beschouwd als de God van het luchtruim.

Krishna.

Krishna is een Avâtara. Avâtara is een zelfstandig naamwoord en afgeleid uit een samenstelling van twee woorden, ava wat betekent “neer” en tri “oversteken”, “doorgaan”. Ava-tri betekent dus neerdalen. Ava-tri wordt manifest in de Gurû. Gu is duisternis, ru betekent Licht. De Gurû verdrijft de duisternis in de zoekende ziel/jiva. Een Avâtara is de directe belichaming van Vishnu. In mijn vorige artikelen heb ik geprobeerd de aard van Vishnu te beschrijven. Kort samengevat, Brahmâ Vishnu en Shiva zijn de eerste manifestaties, “grondleggers” van een gehele Manvantara. Brahmâ is afgeleid van het woord brie wat o.a. betekent “uitbreiden” en Vishnu betekent “doordringen”. Shiva “vormgever en de vernietiger van dat wat de Goddelijke manifestatie niet meer dient”. Dit lijkt een tegenstelling maar is het niet, alles dient tijdelijk tot het voertuig van het Allerhoogste. Brahmâ en Brahman zijn twee verschillende dingen. Brahman is Het Absolute, Onkenbare, Onpersoonlijk Beginsel; TAT. Dat waarover geen enkele speculatie mogelijk is.

Een Avâtara is dus een directe belichaming van het Goddelijke in manifestatie. Hij is de Gurû: Parabrahma, welke door het “voertuig” van Vishnu naar de aarde komt en zich manifesteert als Shiva/Shakti (zie voorgaande artikelen)
Iedere Yuga wordt belichaamd door een “groot principe” dat de weg opent voor de manifestatie van het Allerhoogste. Dit wordt belichaamd door verschillende Avâtaras en dit “principe” wordt gerealiseerd door verschillende heiligen, yogi’s en hun discipelen, waarvan de meesten in het verborgene werken. Avâtaras komen om de mensheid, wanneer het verval van dharma (S, rechtschapenheid) dreigt, om het bewustzijn van de mensheid te verhogen. Dit door directe en levende lering. Niet door dogma’s, rituelen en de dorre letters van geschriften. Deze levende kennis komt d.m.v. ervaringen welke leiden tot bewustwording. De mens wordt zich gaandeweg bewust van zijn Goddelijke Oorsprong. Hierdoor kan de mens zich bevrijden van samsara, de golven van leven en dood. Door samsara lijdt de ziel/jiva onder het juk van Maya: onwetendheid.

Wordt vervolgd.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in