DELEN
De nul

Geschreven door Diana van Doorn.

Diana van Doorn heeft enkele jaren gelden een serie artikelen geschreven met als titel: “Is Yoga de weg?” voor het magazine Ayurveda Actueel waarvan zij ook redactielid is. De artikelen zijn geïnspireerd door de spirituele kennis die zij in haar leven heeft opgedaan. Het is een synthese van de oosterse en westerse spirituele filosofie die zij vanuit haar eigen inzichten beschrijft. De artikelen zijn verkort en bewerkt speciaal voor de Nieuwetijdskind website. Drie bewerkingen hebben eerder op de website gestaan met als titel: Karma, De Liefde en India/Bharat.

De vier grote cycli: Yuga’s

Deel 2: De koning van Babel en Daniël

God (TAT) slaapt in het mineraal
TAT droomt in de plant
TAT ontwaakt in het dier
En realiseert zich in de mens.

–Djelal-oed-din Roemi-

Over het gedichtje het volgende,

De term God heb ik vertaald in TAT. Dit is een woord uit het Sanskriet voor het Onnoembare Beginsel (TAT) waaruit één ondeelbaar kosmisch beginsel ontsprong (vergelijk: DAT in het Nederlands. De geopenbaarde kosmos benoemde de Vedische wijzen en schrijvers van de Veda”s, IDAM wat DIT betekent. Dus DAT en DIT……….

In het artikel zal ik een S plaatsen bij woorden uit de Sanskriet taal, omdat deze taal veelal een diepere en meer omvattende betekenis heeft. Sanskriet is een van de oudste talen waarin de vier Veda’s, Heilige boeken, geschreven zijn.

In het vorige deel schreef ik over de droom van de koning van Babel, genaamd Nebukadnessar en de yuga’s(S). Die yuga’s geven tijdsperioden aan in de planetaire evolutie. Ik ben toen ingegaan op de betekenis van de droom en de yuga’s. Daniël legde de droom uit aan de koning van Babel. De betekenis van die droom kun je dus nalezen in het vorige deel.

In dit deel wil ik de koning van Babel en Daniël toelichten in hun betekenis.

Maar eerst nog even dit voor de volledigheid.

Zoals ik ook al heb aangegeven kun je het verhaal op verschillende manieren lezen. In de horizontale lijn van tijd en ruimte, het causale, of op de verticale lijn die van het hier en nu, het a-causale. Alles wat hier in het leven zichtbaar wordt, vindt zijn oorsprong uit de Goddelijke Bron (Tat). Uit deze Bron komen de Monaden (Sanskriet) voort. Een Monade is een geestelijke – substantiële entiteit die ondeelbaar is en eeuwig. Zelfbewust en oneindig in verschillende graden. Zij zijn de elementen van het heelal. Men moet dit niet verwarren met de atomen. Atomen stellen de stoffelijke natuur voor en zijn wel deelbaar. Een Monade is het geestelijk zaad die weer vele andere zaden voortbrengt en toch in essentie dezelfde blijft.

Tegenover de monade staat alles wat tot leven komt, zoals een zonnestelsel, goden, mensen, dieren, planten, dat alles heeft bijvoorbeeld een historie. Niet alleen in causaliteit, oorzaak en gevolg (tijd), maar ook in het hier en nu. Als je deze tegenstelling wilt begrijpen, is verdieping nodig. Verdiepen is doordringen in de betekenis van de verborgenheid die het zichtbare Leven je openbaart.

Er zijn wel parallellen tussen het innerlijke en uiterlijke leven. Het onzichtbare Leven openbaart zich aan en door jou. Beide kanten van het leven komen in de mens tot verzoening.

Nu terug naar het verhaal. De koning van Babel is de mens die het innerlijke leven verdrongen heeft. Hij leeft in verwarring, dat is Babel. De toren van Babel staat symbool voor de aard van de mens die in zijn hoogmoed denkt te kunnen doorbouwen tot in de hemel. De ongebreidelde groei van het ego welke door eenzijdigheid tot verwarring leidt. Men spreekt dan wel in alle talen, dat is de kennis van de causale wereld en denkt daarmee het leven te kunnen beheersen. Van de plaatsnaam Babel is het woord babbelen afgeleid. Babbelen is een manier van spreken. Iemand met een babbel is een mens die inhoudsloos praat; praten om te praten. De koopman die je met een vlotte babbel zijn waren aan wil smeren of een politicus die jou van zijn standpunten wil overtuigen. Een gelikte babbelaar!

Het innerlijke openbaart zich door de droom aan de koning en deze raakt in paniek. Zijn ziel dringt zich op om hem iets duidelijk te maken. Als de mens zijn innerlijke leven verloochent dan probeert dit zich toch op allerlei manieren kenbaar te maken. De droom is daar één van. Maar als je het innerlijke leven niet meer verstaat dan komt de verwarring en men zoekt hulp. Men slikt antidepressiva, loopt naar de psychiater of andere hulpverleners. En dan hoop je dat zij het antwoord geven en je leven weer gladstrijken.

De koning is in verwarring en in paniek. Hij probeert het te verklaren binnen de wetten van causaliteit. Alle wijzen, magiërs en wetenschappers roept hij op. Maar deze kunnen de droom niet verklaren. De koning wil hun ter dood brengen in zijn razernij. Razernij is een symptoom van diepe onmacht. De mens denkt het leven in de hand te hebben en te beheersen, maar dan komt er en droom of ramp of verlies, ziekte. De mens heeft dan in veel gevallen eerdere (innerlijke) signalen genegeerd. Vervolgens worden er onorthodoxe kosmische middelen gehanteerd om de mens tot inzicht te brengen. Maar tijdens de verwarring en onmacht zoekt men naar middelen die niet baten of beschuldigt anderen of het leven zelf. Men zoekt een zondebok. De koning krijgt géén antwoord vanuit deze wereld. Niemand kan hem helpen.

Toch is er voor hem hulp uit een onverwachte hoek. Niet de grote geleerden en magiërs van zijn rijk, maar een hoveling genaamd Daniël. De naam Daniël betekent: God die de schat kan openbaren. Het is Daniël die de droom kan duiden. Door zijn zuivere leven en het contact met de Goddelijke wereld krijgt hij het inzicht. De vrienden waar hij samen mee bidt, zijn de hogere beginselen in de mens die in Daniël grotendeels tot ontwikkeling zijn gebracht.

Deze beginselen zijn in ieder mens aanwezig. Pas als de mens zich naar binnen keert en bijvoorbeeld de weg van yoga betreedt, kunnen die tot ontwikkeling worden gebracht. De mens is een mutant, zijn huidige staat van manifestatie betreft een overgangs type. Aan het einde van de Manvantara’s zal de mens de Goddelijke Natuur volledig openbaren.

In ieder tijdsvak komen verlichte en gerealiseerde zielen tot incarnatie om de mensheid te onderwijzen, te verheffen en hun tot inzicht en uiteindelijk verlichting te brengen. Hier kom ik later op terug.

Er zijn zeven beginselen (sommige schrijvers spreken over 9 of 12) in de mens die met iedere Manvantara (tijd van openbaring in deze yuga’s, zie vorige artikel) tot manifestatie worden gebracht. Men spreekt over vier “lagere” en drie “hogere” beginsels. Dat heeft niets met de kwalificatie goed of slecht te maken, alleen met trilling, energie.

De drie hogere “beginsels” zijn:

Âtmân (S) betekent het Zuivere Bewustzijn, Paramâtman (S). Ondeelbaar, het Goddelijke Zelf in westerse termen. Âtmân manifesteert zich door middel van het tweede beginsel: Buddhi (S). Ook wel Jivâtma (S) genoemd. Dat betekent: Verlichten, Het Kennen. Het orgaan in de mens dat hem het vermogen geeft tot Zuiver weten, niet aangetast door de dualiteiten.

Als beeld: Het Licht in een lamp (Buddhi) brandt door elektriciteit (Âtmân). De kracht van het licht wordt bepaald door het vermogen van de lamp.

Het derde beginsel heet Manas (S). Dit zal in deze Manvantara volledig tot ontwikkeling gebracht zal worden. Manas betekent overpeinzing, beschouwing. Het Mentale Bewustzijn.

Manas is het beginsel dat voortkomt uit Buddhi. In zijn hogere beginsel noemt men het Arûpamanas (S). Dit laatste is vormloos en abstract en behoort tot de hogere ethers (Âkâsha (S)). De “tragiek” is dat Manas wordt vertroebeld door de vier lagere werelden van manifestatie. Men spreekt over de lagere- en hogere Manas. Om dit te begrijpen zal ik eerst de vier lagere manifestaties van uitdrukking benoemen. Het woord Rûpa (S) betekent kleed, voertuig voor manifestatie.

Dat zijn:

  • Rûpamanas (S): Het element is vuur. Het gebied van het concrete denken en intellectuele overwegingen,
  • Kâmamanas (S): Het element is lucht. Het emotionele denken dat zich hecht aan de vorm kant van het leven. Het dierlijke, instinctmatige in de mens. Daar waar begeerte wordt gewekt,
  • Lingâ /Kâma (S): Het element is water. Het is de tegenhanger van het fysieke lichaam. Het fijnstoffelijke lichaam, Lingasharîra (S). Dit zorgt voor het voortbrengen van de prâna’s (S) of levenstromen,
  • Stûla (S): Het element is aarde. Dit is het fysieke lichaam als uitdrukking van het waakbewustzijn.

Manas, ook wel de mens genoemd in zijn zuivere vorm, is enerzijds een gevangene in de vier lagere manifestaties van het leven. Anderzijds draagt hij de mogelijkheid tot bevrijding (Zelfrealisatie). Als dat plaats vindt, ontstaat er de mogelijkheid om zich te bevrijden van de lagere beginsels van de onwetendheid en deze te transformeren (Integrale Yoga).

De vrienden in het verhaal hebben een metafysische betekenis, zij vertegenwoordigen het hogere beginsel in de mens: Âtmâ-Buddhi.
Het Atma als de onveranderlijke universele eenheid. Buddhi, als de zuivere wijsheid, de sluier van Atma. Zij worden niet aangetast door de elementen van manifestatie. Zij vertegenwoordigen het eeuwige, ondeelbare en Goddelijk Zijn.

Omdat de “vrienden” van Daniël de hogere beginselen in de mens/Atma-Buddhi zijn, kunnen ze niet verbranden in de oven, kunnen ze niet worden aangetast door de elementen van tijd en ruimte. Ze zijn eeuwig, ondeelbaar en worden niet aangetast door de dualiteit.

In het volgende deel: De weg van de ziel/jiva.

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in