DELEN
adhd

(het is een niet wetenschappelijk verhaal) door Stephanie Seneff

1. Introductie

De laatsten decennia is er sprake van een alarmerende toename in het aantal gevallen van verscheidene syndromen die fysieke en psychische schade geeft aan kinderen en volwassenen, vooral in de Verenigde Staten. Het betreft de vetzucht epidemie, het stofwisselingssyndroom, de alarmerende toename van autisme, de geleidelijke toename van voedselallergie bij kinderen en de toename van een nieuwe hersenziekte met de naam “aandachtstekort hyperactiviteit stoornis (ADHD)”.  Om te begrijpen wat mogelijk de oorzaak hiervan kan zijn, moeten we kijken naar kleine veranderingen in de levensstijl  tussen de laatste veertig jaren en de voorafgaande veertig jaren.

Twee gelijktijdige veranderingen in levensstijl zijn opmerkelijk aan het einde van de jaren 1970 en dat zijn het vermijden van vetrijk voedsel en het vermijden van blootstelling aan de zon. Deze praktijken zijn sterk ondersteund en bevestigd door de regering en medische experts en heeft ertoe geleid dat er een onwrikbaar geloof  bij de bevolking is ontstaan dat het vermijden van vetrijk voedsel en vermijding van blootstelling aan zon, gezonde keuzes zijn. Ik ben ervan overtuigd dat het in feite ongezonde keuzes zijn en dat het de onderliggende veroorzaker is van de hierboven genoemde ziektes.

Terwijl mensen foutief blijven geloven dat vetrijk eten tot vetzucht leidt, ben ik tot de conclusie gekomen van het tegenovergestelde: het niet eten van genoeg vet, leidt tot vetzucht. Ik heb mijn argumenten uitgebreidt uiteengezet in een recente blog bij: “obesity epidemic”, en de daaraan verbonden stofwisselingssyndroom in Amerika, waar ik beweer dat voedingstekorten zoals van vitamine D, calcium en vetrijk eten de meeste van de symptomen van het stofwisselingssyndroom veroorzaken. Recentelijk heb ik argumenten ontwikkeld over de alarmerende toename van autisme in Amerika die ook toe te schrijven is aan voedseltekorten bij de moeder, vooral als de zwangere vrouw zeer gedisciplineerd volhardt in haar pogingen om dun te blijven ondanks de verleiding/ vraag van het lichaam naar voedsel. In deze verhandeling ontwikkel ik de theorie dat ADHD, een ziekte die nauwelijks voorkwam voor 1970 maar die zich nu gestadig verspreidt in de Verenigde Staten, zich mogelijk ook voordoet door onvoldoende vetrijk voedsel met een mogelijke bijdrage daarin voor de rol van een tekort van vitamine D.

De gevestigde medische orde in Amerika blijft agressief vetarm voedsel promoten, terwijl de omvang van het lichaam van Amerikanen blijft toenemen en autisme epidemische vormen aanneemt. Door het vermijden van vetrijk voedsel gaan Amerikanen over tot het eten van overdadige hoeveelheden koolhydraatrijk – en volledig gefabriceerd voedsel (= kant-en-klaar  maaltijden) die snel verteren (= snel weer een honger gevoel geven) en de bloedsuikerspiegel een kortdurende overbelasting geven. Het leidt uiteindelijk naar insuline resistentie en Diabetes type II. Ondertussen leidt onvoldoende vetrijk eten tot een instabiele brandstofvoorziening voor het hart en instabiele vetvoorziening voor de hersenen. De hersenen gebruiken alleen glucose als brandstof, maar vetzuren zijn essentieel om zenuwverbindingen te leggen.

In deze verhandeling, geef ik een uiteenzetting van mijn theorie dat de toename van ADHD in Amerika een direct gevolg is van vetvermijdend voedsel en het vermijden van blootstelling aan zon. Mijn theorie is een uiteenzetting van vele observaties met betrekking tot ADHD waaronder:

  1. Waarom komt er meer ADHD voor bij jongens dan bij meisjes,
  2. Waarom hebben kinderen met ADHD vaker groeiachterstand,
  3. Waarom leiden kinderen met ADHD aan slaapstoornissen,
  4. Waarom zijn kinderen met ADHD hyperactief,
  5. Waarom verlicht het geneesmiddel Ritalin deze symptomen?

Ik verklaar ook waarom ik denk dat het wijdverspreide gebruik van het geneesmiddel Ritalin onder kinderen, terwijl het duidelijk het kortdurende leren effectief stimuleert, het leidt tot een aantal onheilspellende crisissen op de lange termijn, waaronder medicijn misbruik bij kinderen zonder ADHD en ernstige gezondheidssituaties op latere leeftijd zoals hartkwalen en de ziekte van Parkinson.

2. Mogelijke oorzaken van ADHD

Ondanks dat er vele theorieën zijn onderzocht, blijft ADHD een mysterie. Geen van de resultaten van de experimenten leidde naar een duidelijke en overtuigende uitkomst. Een voedingstekort van enige omvang blijft hoog op de lijst met mogelijke oorzaken staan voor voedingstheorieën voor ADHD. Potentiële tekortkomingen in enkele vitamines en metalen zoals zink, magnesium, ijzer en vitamine B6 zijn verondersteld maar tijdens controlestudies konden supplementen niet bijdragen tot een duidelijke verbetering. Het feit dat ADHD met name voorkomt in Amerika suggereert dat het iets te maken heeft met verschillen in het dieet in Amerika in vergelijking tot het dieet in andere landen. Voor mij is het duidelijkste verschil de Amerikaanse obsessie voor vetloos eten. Vandaag de dag is het bijna onmogelijk om volle yoghurt in een Amerikaanse supermarkt te kopen, en vetvrije – of vetloze producten hebben in aantal de volvette gelijksoortige producten overtroffen in de winkels. De marketing van de onderneming is trots op het feit dat de producten minder of nog beter geen vet bevatten.

De voedingstheorie voor ADHD die de meeste aandacht kreeg, is dat ADHD mogelijk veroorzaakt wordt door een tekort of een onbalans van vetzuren. Het zijn omega-3 en omega-6 vetten, die aanwezig zijn in vlees, vis en eieren. Mensen zijn niet in staat deze vetten te fabriceren vanuit andere voedsel bronnen. Terwijl omega-6 vetten ook voorkomen in plantaardige olie, komen omega-3 vetten hoofdzakelijk alleen voor in dierlijk vet, vooral in koud water vissen (o.a. makreel en zalm). Experimenten waarbij kinderen met ADHD omega-3 supplementen kregen, hebben bemoedigende resultaten. Ik stel echter niet zonder meer voor om een omega-3 pil naast een Ritalin tablet te verstrekken. Ik pleit ervoor dat een ontbijt met graan en afgeroomde melk wordt vervangen door een ontbijt bestaande uit eieren met spek; en dat de dieet coca cola ’s middags, wordt vervangen door een glas volle melk en dat de magere kalkoenborst in de boterham wordt vervangen door een boterham met tonijn, pindakaas of leverworst (een gezondere keuze die bijna geheel van de planken in de supermarkt verdwenen is).

Een andere theorie suggereert dat ADHD mogelijk veroorzaakt wordt door geraffineerde suiker [16]. Deze theorie klinkt logisch want de vrijwel totale afwezigheid van vet gekoppeld aan een overdadige hoeveelheid koolhydraten, leidt tot een instabiele voedingsaanvoer in het bloed. Direct na de maaltijd is dan de glucosespiegel extreem hoog en veroorzaakt een scherpe toename van de insuline voorraad, waardoor de alvleesklier overhaast glucose gaat aanmaken. Echter, zolang als de concentratie insuline in het bloed hoog blijft, blijven vetten ontoegankelijk in de cellen zitten en komen ze niet vrij in het bloed. Veel lichaamscellen kunnen gebruikmaken voor hun brandstof van ofwel glucose ofwel vet. Alleen de hersenen kunnen voor hun brandstofvoorziening geen gebruik maken van vetten, maar hebben vet nodig als grondstof voor de constructie van het zenuwnetwerk. Dit is vooral van belang voor kinderen waarbij de hersenen zich nog moeten ontwikkelen. Hersenen hebben gelijktijdig voldoende hoeveelheden glucose en vet nodig. Iets wat moeilijk te bereiken is wanneer vetten niet meer aanwezig zijn in de voeding en koolhydraatrijk voedsel in overmaat aanwezig is.

Voorafgaande uitgevoerde experimenten om te testen of teveel suiker ADHD veroorzaakt, betreffen de vervangende calorieloze suiker “aspartaam” [32]. Het heeft mij niet verrast dat deze experimenten faalden omdat aspartaam met argumenten bekleed wordt als meer schadelijk dan suiker: de zoete smaak op de tong maakt dat het lichaam insuline gaat afgeven, maar er is geen suiker aanwezig voor deze insuline om af te breken. Het gevolg is dat de insuline langer in het bloed blijft hangen en het vrijkomen van vet uit de vetopslag erdoor wordt onderdrukt.

Er is een sterke genetische component met betrekking tot ADHD omdat het voornamelijk voorkomt in bepaalde families [8]. Het betekent niet dat de oorzaak genetisch bepaald is. In plaats daarvan leiden deze genetische factoren tot het ontwikkelingen van alternatieve strategieën bij deze individuen om met deze voedingstekorten om te gaan en het leidt tot een andere, misschien evenveel schade aanrichtende gezondheidskwesties. Ik wil beargumenteren dat in het geval van ADHD de genen bepalen hoe het lichaam omgaat met de homeostase (onderling op elkaar afgestemde processen waardoor het vitale evenwicht bewaard blijft) in het zicht van overmatige koolhydraten met gelijktijdige vetzuur tekorten. (met respect naar voedsel, homeostase refereert aan het onderhouden van een stabiele voorraad van glucose en vetzuren in het bloed tijdens afwisselende voedselopname). Onderzoeken om te bepalen welke genen betrokken zijn bij ADHD laten honderden genen zien die een rol spelen, maar elke geen heeft slechts een beperkte invloed op ADHD, waardoor de relatie tot genen uiterst complex is.

3. Mijn theorie over oorzaken van ADHD

Het komt mij voor dat er minstens twee elkaar aanvullende randvoorwaarden ontwikkeld zijn in verschillende segmenten van de populatie inzake het aanpassen van de stofwisseling voor tekorten van vetrijk voedsel. Een van deze mechanismen – beschreven in mijn verhandeling over vetzucht, betreft de opslag van een voortdurende vergroting van de vetreserve in het lichaam. Het alternatieve mechanisme, waarvan ik vermoed dat kinderen met ADHD deze hebben aangenomen, is het uitvoeren van een vet beschermingsmodus. Dit is een manipulatie van de energiebehoefte van het lichaam met betrekking tot de voorkeur voor glucose of vet, terwijl er gelijktijdig onvolledige groei en overeenkomstige hersenontwikkeling is.

Terwijl mijn verhandeling beargumenteerd dat de mens met vetzucht lijdt aan een verstoorde glucosestofwisseling in de spieren, lijkt het dat kinderen die lijden aan ADHD precies het tegenovergestelde probleem hebben, namelijk een erg efficiënte glucosestofwisseling. Insuline is noodzakelijk voor de stofwisseling van glucose. Als de insuline niveaus hoog zijn kunnen de vetcellen hun vet niet loslaten zoals de figuur aantoont (beeld laat zien een “no go” voor Gluconeogenesis, glucogenolysis, lipolysis, ketogenesis en protelysis en een “go voor glucose naar spieren, glycolysis, protein synthesis en het opnemen van ionens K+ en PO4 -3)  [lipolysis = afbraak van vet cellen]. Ik stel me voor dat vetzucht beschermend is. Door een techniek die bekend staat als de “diffusion tensor imaging” (DTI), kunnen wetenschappers de hersenen van kinderen onderzoeken met of zonder de diagnose van ADHD (verschillen in hersenen bij ADHD, beeld geeft aan dat er minder cellen zijn in bep. Delen van het hoofd dan bij de controlegroep)[5].  Ze vonden meerdere verschillen waarvan de meest opmerkelijke is, het verschil in volume van witte stof die de frontale hersenschors verbindt met de basale zenuwknoop, hersenstam en de kleine hersenen. Deze gebieden hebben betrekking op de hogere niveaus van denken en redeneren, aandacht, impulsief gedrag en motorische activiteiten. Niet gemedicaliseerde kinderen met ADHD hebben beduidend minder witte stof in deze gebieden in vergelijking tot kinderen die zijn behandeld met medicijnen zoals Ritalin.

Witte stof bestaat uit een massief netwerk van met elkaar verbonden zenuwvezels, die elk afzonderlijk een bekleding hebben met een vettige myelineschede welke de boodschap geïsoleerd houdt (de boodschap blijft intact) en de transmissiesnelheid verhoogt. Om de aandacht gefocust te houden, laten de hersenen het hormoon dopamine los vanuit het midden van de hersenen en de dopamine ontvangers versturen de signalen over een lange afstand naar de frontale hersenschors, de basale zenuwknoop, hersenstam en de kleine hersenen zoals de figuur laat zien (figuur laat zien waar deze delen zich net boven het achterhoofdsgat bevinden). Dopamine is een essentieel hormoon dat de hersenfuncties organiseert en de aandacht kan vasthouden voor een taak én om nieuwe kennis te verwerven. Een verstoord gebruik van dopamine wordt wijdverspreid ervan verdacht van het spelen van een rol in ADHD [36]. Een slechte kwaliteit van witte stof bij deze lange afstandsverbindingen, ten gevolge van niet voldoende vet voorziening via het bloed, heeft een hoge implicatie op de mogelijkheid om aandacht vast te houden en nieuwe feiten eigen te maken.

Een erg opmerkelijke onderzoeksrichting is onlangs ondernomen om de vraagstelling over de ontwikkeling van de hersenen te onderzoeken [31]. 223 kinderen met ADHD werden hierbij vergeleken met 223 kinderen zonder ADHD. Het onderzoek gebruikte hiervoor magnetische resonantiescans om de dikte van de hersenschors te bepalen op meer dan 40.000 punten op verschillende plaatsen van de hersenoppervlakte. Typisch was het feit dat naar voren kwam dat de dikte toeneemt in de jeugd en afneemt gedurende de puberteit. Met voorbeelden over een periode van zeven jaar kunnen wetenschappers precies in de tijd vertellen wanneer de hersenschors het dikst is. De resultaten van het onderzoek zijn opmerkelijk: kinderen met ADHD bereiken hun hoogste dichtheid later (op een gemiddelde leeftijd van 10,5 jaar oud) dan kinderen zonder ADHD (op een gemiddelde leeftijd van 7,5 jaar oud). De grootste vertraging laat zich zien in delen van de voorkwab (te zien in de figuur) (je ziet dan het gebied boven de ogen en achter het voorhoofdsbeen) waar de aandacht en de motorische activiteiten geregeld wordt. Deze vertraging in ontwikkeling kan een goede beschermingsstrategie zijn voor wanneer er onvoldoende vetrijke voeding is.  Door het vertragen van de ontwikkeling van de hersenschors is er minder vraag naar vetvoorziening, welke noodzakelijk is voor de groei van neuronen en myeline zenuwvezels.  Het lichaam krijgt een groeiachterstand (een karakteristiek voor kinderen met ADHD) en kan ook een bijkomend effect zijn voor een vertraagde ontwikkeling van de hersenen. Het verlagen van de concentratie van groeihormonen kan gevolgen hebben voor de hersenen én het lichaam en leiden tot een bestaande vertraging van de ontwikkeling over de gehele linie.

6. Het managen van homeostase zonder vetrijk voedsel

Vetten zijn een evenwichtigere energiebron dan koolhydraten. Suikers en zetmeelrijk voedsel, vooral in de vorm met een hoog glycemische index GI (een getal wat aangeeft hoe sterk de glucosespiegel in het bloed omhoog gaat na het eten van een voedingsmiddel. Hoe lager het getal hoe beter.) oftewel lege koolhydraten worden snel opgenomen in het bloed en veroorzaken een enorme piek van de bloedsuikerspiegel. Dit veroorzaakt op haar beurt een hoeveelheid insuline in het bloed door de alvleesklier om de opname van glucose in de lichaamscellen te bevorderen. Koolhydraten die zonder vetten worden ingenomen, worden sneller geabsorbeerd dan wanneer ze met vet worden ingenomen, omdat vet het stofwisselingsproces vertraagt. Vetten verteren langzamer waardoor ze beschikbaar zijn als alternatieve brandstofvoorziening op het moment dat koolhydraten uitgeput raken. Maar dit is alleen het geval bij voldoende vetopname tijdens een maaltijd.

Erg weinig overdaad aan glucose kan in het lichaams worden opgeslagen voor gebruik op een later moment, tenzij het eerst wordt omgezet tot vet. De lever kan een kleine buffer aan glucose opslaan in de vorm van glycogeen in de grootte van 5% van haar totale omvang. Als deze capaciteit overschreden wordt, wordt glucose omgezet in vet dat in de cellen wordt opgeslagen.

Een dun kind met een voedingspatroon dat hoofdzakelijk bestaat uit lege koolhydraat cyclussen – eetpatroon tussen een feestmaaltijd en hongersnood met betrekking tot glucose voorziening – lijdt een chronisch tekort aan vetten. Het veroorzaakt stress in het homeostase systeem omdat er een grote onbalans is tussen glucose en vet voor de externe brandstofvoorziening. Een oplossing voor dit probleem kan worden bereikt door vetopslag in het lichaam, met uitzondering dat vetopslag een aanvullende energiebehoefte introduceert en deze strategie een sneeuwbaleffect veroorzaakt wat leidt tot vetzucht.

De persoon met ADHD die in plaats van een voortdurende opeenhoping van vetopslag en programmering van spieren die vet verbruiken, stel ik dat hun lichamen een vet beschermingsstrategie aannemen. De spieren worden geprogrammeerd om glucose te prefereren boven vet en de lichaamsomvang wordt verkleind door vermindering van vetopslag, vertraging van het ontwikkelingsproces en groeiachterstand. Het gevolg van een verminderde behoefte van het lichaam aan vet, meer vet (maar nog steeds niet voldoende) is beschikbaar voor de ontwikkeling van de hersenen en het maken van een myeline schede om het netwerk van zenuwvezels uit te breiden.

7. De rol van ketonen

Ik word er steeds meer van overtuigd dat onderdelen van ketonen (een organische verbinding met een of meer CO-groepen aan koolwaterstoffen gebonden) een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling van ADHD. Onderdelen van ketonen zijn een alternatieve brandstofbron voor de hersenen die steeds belangrijker wordt naarmate de glucose bloedwaardes laag zijn [12]. Zoals reeds eerder opgemerkt, zijn de hersenen niet in staat om vetzuren te gebruiken als brandstof. Ze kunnen echter wel deeltjes van ketonen gebruiken en dus vormt hun aanwezigheid een beschermingsmechanisme voor de hersenen wanneer er een tekort is in de voorraad glucose. Onderdelen van ketonen worden door de lever aangemaakt als een bijproduct van de vetstofwisseling. Als er een tekort is aan vetten in het voedsel, worden er minder ketonen gemaakt; het lichaam verkrijgt meer ketonen van vet uit voedsel dan van inwendig geproduceerde vetten [38]. Verder is het heel opmerkelijk dat enkele gespecialiseerde cellen in de hersenen met de naam astrocyten (steuncellen in de zenuwbaan die liggen tussen een bloedvaten een zenuwcel) ook beschikbaar zijn om vuil te verwijderen van vrije vetzuren van het bloed en er ketonen van te maken. Er wordt veronderstelt dat ketonen in de hersenen kunnen optreden als een “cellulair aftreksel, waarbij de neurologische synaptische functie (contactplaats tussen zenuwcellen waar overdracht van prikkels plaatsvindt) behouden blijft alsmede de structurele stabiliteit.”  ([12], uittreksel/excerpt). Ik veronderstel dat deze astrocyten in staat zijn om ketonen op te slaan die zowel kunnen dienen als brandstof voor de hersenen in tijden van te weinig glucose, alsmede voor het zekerstellen van de transmissie van belangrijke signalen als dopamine langs de synaptische knooppunten. Onvoldoende vetrijke voeding leidt tot een duidelijke afname van de beschikbaarheid van deze kritische voedingsbron.

8. De verklaring van het geslachtelijke vooroordeel bij ADHD

Het is opmerkelijk dat de gevolgen van ADHD groter is voor jongens dan voor meisjes. Sommige schattingen zeggen dat de verhouding tussen jongens en meisjes die gediagnosticeerd ADHD hebben, zich verhoudt als 10:1. In ogenschouw nemende de theorie dat ADHD veroorzaakt wordt door onvoldoende vet, wat zijn dan de factoren die bijdragen aan de bescherming van meisjes?

Ten eerste, de vet-spier verhouding bij meisjes is hoger dan bij jongens. Bij eenzelfde lichaamsomvang en gewicht hebben meisjes meer onderhuids vetweefsel in tegenstelling tot een hogere spier-vet verhouding bij jongens. Dit impliceert dat de voorraad lichaamsvetten beduidend groter voor meisjes is dan voor jongens.

Ten tweede, en bovendien heel belangrijk is dat het vrouwelijke hormoon oestrogeen een belangrijk wapen is voor een verhoogde vetstofwisseling. Hoe dit proces zich precies voltrekt is niet geheel duidelijk, maar er wordt veronderstelt dat oestrogeen dit effect bereikt door het stimuleren van zowel het groeihormoon als de adrenaline. Het groeihormoon laat zien dat het de vetzuren kan mobiliseren vanuit het lichaamsvet [30], en het is gevoeglijk bekend dat adrenaline dit ook doet [24]. Het groeihormoon gaat de insulineproductie tegen en reduceert insuline en maakt een begin ter verbetering van de kansen om de insuline niveaus doelmatig te onderdrukken en vet te mobiliseren.

Verschillende onderzoekers hebben geslachtelijke verschillen onderzocht in plasma vrije vetzuren in antwoord op de taak en hebben kunnen aantonen dat vrouwen eindigen met beduidend hogere niveaus van vetzuren in het bloed na een gelijke hoeveelheid oefeningen dan hun mannelijke tegenhangers [2].

Dus de extra hoeveelheid aan vetcellen, de verhoogde mobilisatie van vet uit de vetcellen in zijn algemeenheid en het verhoogde effect van de taak om vet los te laten, dragen allen bij aan een beduidend verminderd vermogen van meisjes om ADHD te ontwikkelen dan voor een jongen.

9. Dopamine

Dopamine is een ongelooflijk belangrijk hormoon dat wordt losgelaten vanuit de zwarte massa in het midden van de hersenen en dat prikkels overdraagt  aan andere delen van de hersenen met behulp van drie zenuwbanen; het nigrostriatale systeem vanuit de kleine hersenen dat de lichaamshouding en beweging reguleert, het mesolimbische systeem dat ons beloont en zetel is van o.a. de emotie en het mesocorticle systeem dat invloed heeft op de prefrontale hersenschors en dat de redenering en planning reguleert. Deze drie systemen zijn een onderdeel van de witte stof dat in omvang gekrompen is in de hersenen van kinderen met ADHD. Door een slechte transportsnelheid en de onmogelijkheid om het signaal op sterkte te houden, verliezen deze slecht geïsoleerde systemen de boodschap die de dopamine tracht te verzenden.

Een recente studie van Dr. Nora Volkow vergeleek de hersenen van 53 niet gemedicaliseerde volwassenen met ADHD met die van 44 gezonde volwassenen zonder ADHD gedurende de periode van 2001 tot 2009, waarbij gebruik werd gemaakt van positronemissietomografie (PET) om de hersenen in beeld te brengen (een een radioactieve isotoop (een radionuclide) wordt daartoe ingebracht bij de patiënt)[36]. De studie richtte zich op de dopamine ontvangers die het signaal versturen naar verafgelegen delen van de hersenen en dopamine transporteurs die overdadige dopamine recyclen nadat het signaal is uitgezonden. Het resultaat van de studie is dat zowel de ontvangers als de transporteur in aantal verminderen in de hersenen met ADHD in vergelijking tot normale. Het aantal ontvangers wordt mogelijk verminderd als gevolg van een vertraagt en inefficiënt transport langs het netwerk. De transporteurs zijn op hun beurt in aantal verminderd om het proces te vertragen dat de dopamine terugstuurt naar de opslag. Dit stelt de dopamine in staat om langer in de synaps te blijven. Ritalin bereikt een gelijksoortig effect en dit veronderstelt dat het de belangrijkste reden is waarom het effectief is.

Onderzoek bij ratten heeft aangetoond dat het vrijkomen van dopamine ernstig verhindert wordt bij afwezigheid van insuline [9]. Dit kan een bewust ontwerp zijn als bescherming tegen het vrijkomen van dopamine wanneer er onvoldoende glucose aanwezig is om als brandstof te dienen voor hersenactiviteiten. Het kind met ADHD echter die een efficiënte glucose stofwisseling heeft, moet zich ontdoen van een overdaad aan insuline voordat vetten uit vetopslag kunnen worden vrijgegeven. Ondertussen raakt de dopamine voorraad uitgeput, terwijl er getracht wordt om signalen over gebrekkige netwerken te versturen en de vrijkoming van vetten gebeurt te laat om effectief te kunnen zijn.

De hersenen hebben vetten én glucose nodig om nieuwe kennis op te kunnen doen – om opnieuw de zenuwverbindingen samen te stellen en te versterken. Het kind met ADHD zit gevangen in een “lus-22”, omdat om vetopslag te verkrijgen de insuline niveaus laag moeten zijn, maar als de insuline niveaus laag zijn moet ook de glucose laag zijn (omdat insuline zo efficiënt is) en ook omdat het vrijkomen van dopamine onderdrukt wordt.

Een kind dat vetarm eet heeft en een erg efficiënte glucose stofwisseling zal niet gelijktijdig voldoende dopamine, vet en glucose in de bloedcirculatie hebben. Zodra het insuline niveau voldoende laag is om vet in los te kunnen laten is dan reeds de glucose en dopamine uitgeput. Terwijl een klein beetje vet in de voedselvoorziening en de verarming van – en insuline onderdrukte vetcellen, is het moeilijk voor te stellen waar de vetopslag voor de hersenen vandaan moet komen.

10. Groeiachterstand en een gebrek aan vitamine D en calcium

In mijn publicatie over vetzucht beargumenteer ik dat een gebrek aan calcium een belangrijke rol speelt, omdat calcium noodzakelijk is voor het vrijkomen van insuline vanuit de alvleesklier en voor het opnemen van glucose door de spieren. Vetzucht wordt sterk geassocieerd met zowel een tekort aan calcium en een insuline resistentie en ik beargumenteer dat de vetcellen dit compenseren met het toevoegen van een energieverbinding aan zichzelf. Zij hebben de taak op zich genomen om glucose om te zetten in vet en de spieren te programmeren in het prefereren van vet boven glucose als energiebron. Tijdens het proces leggen zij een voorraad aan van calcium en vitamine D en veroorzaken meetbare tekorten van deze voedingsstoffen in het bloedserum.

Het is mogelijk dat sommige kinderen met ADHD ook leiden aan dit calciumgebrek, hoofdzakelijk ten gevolge van vitamine D tekorten, een syndroom dat epidemische proporties aanneemt in de Verenigde Staten (Epidemie van het vitamine D tekort). Waarschijnlijk is de meest in het oog springende functie van vitamine D de mogelijkheid om zowel de absorptie van calcium via de darmwand te bevorderen en te transporteren via de membramen, een proces dat erg belangrijk is voor de vele aspecten van de stofwisseling en het functioneren van de hersenen. Kinderen met ADHD hebben de neiging tot groeiachterstand en hun niveaus van groeihormoon zijn abnormaal laag. Het verlengen van de lengte van de botten vereist een enorme hoeveelheid aan calcium. Dus door de botten kort in lengte te houden, kan het calcium dat anders voor de groei van botten gebruikt zou worden, aangewend worden voor een adequate voorraad insuline en een efficiënte glucose opname in de spieren en vetweefsel.

Het kan ook zijn dat kinderen met ADHD eveneens calcium niveaus opofferen  in de hersenen om zich te vergewissen van voldoende calcium voor een efficiënte stofwisseling van glucose, wat uitzonderlijk noodzakelijk is als het lichaam voornamelijk berust op glucose als energiebron. Het is duidelijk geworden dat calcium het geheugen kanaliseert in de hersenen door het verrassende resultaat van een studie met 1.268 mensen die behandeld werden tegen hoge bloeddruk (calcium remmers en geheugen). Dit onderzoek toonde aan dat mensen die een calcium remmers innemen om de bloeddruk te verlagen slechter scoren in geheugentesten dan mensen die andere medicijnen innemen om de bloeddruk te verlagen. Onderzoeken in het gebruik van Magnetische Resonantie Beelden (MRI) vergeleken hersenschade aan de witte stof van de hersenen van mensen die calcium remmers gebruikten.

Als kinderen met ADHD een tekort aan calcium in de hersenen hebben, zijn ze hoogstwaarschijnlijk ook minder in staat om ketonen te gebruiken als energiebron voor de hersenen. Deze conclusie volgt indirect vanuit onderzoeken met betrekking tot patiënten met Alzheimer. Hierbij werd in de hersenen van patiënten met Alzheimer een tekort aangetroffen in het vermogen om glucose als brandstof te gebruiken en het resulteert in het feit dat regulerende controle mechanismen leiden tot een verhoging van de calciumvoorraad in de hersenen, wat een belangrijke rol speelt in de stofwisseling van ketonen [13]. Dit stelt hen in staat om een efficiënt gebruik te maken van ketonen in plaats van glucose als bron van brandstof. Het omgekeerde effect van deze observatie is dat een vermindering van calcium in de hersenen tussen beide kan komen met de ketonen stofwisseling, waarbij de hersenen dan kwetsbaarder worden in situaties met een verminderde glucose niveau in het bloed.

Vitamine D speelt een belangrijke rol in het functioneren van de hersenen in aanvulling op de invloed van calcium zoals geïmpliceerd door het bestaan van een wijde verspreiding van vitamine D ontvangers in de hersenen [20] (Vitamine D en de hersenen). Vitamine D heeft ook een effect op de eiwitten in de hersenen die direct betrokken zijn bij het leren, het geheugen alsmede de motorische controle. Het is mogelijk dat voor sommige kinderen met ADHD onvoldoende vitamine D de belangrijkste oorzaak is voor hun symptomen.

11. ADHD en anorexia

Vetcellen zijn een onderdeel van het endocriene systeem en zoals hiervoor bediscussieerd, hebben zij de mogelijkheid de spiercellen te beïnvloeden zodat deze glucose prefereren boven vet als energiebron. Zij oefenen deze controle uit door het laten vrijkomen van twee signaal peptides (ketens van aminozuren):leptine en adiponectine. Adinoceptine bevordert de glucose consumptie in de spieren en beïnvloedt direct de vetcellen om hen aan te zetten glucose op te nemen en om te zetten in vet. Leptine daarentegen stimuleert de spieren om vetconsumptie te prefereren boven dat van glucose consumptie.

Statistisch gezien hebben kinderen met ADHD een abnormaal efficiënte glucose stofwisseling want voor dezelfde hoeveelheid insuline, gaat hun bloedsuikerwaarde sneller omlaag na een maaltijd dan bij andere kinderen. Deze observatie suggereert dat hun vetcellen een beslispunt zijn voor de verhouding van een grote hoeveelheid adiponectine tot leptine, waardoor de spieren glucose prefereren boven vet en vetcellen geneigd zijn tot het omzetten van glucose in vet. De glucose waardes dalen sneller omdat de spieren en vetcellen meer verbruiken.

Kinderen die aan anorexia leiden, die zichzelf express uithongeren staan erom bekend dat ze een extreem efficiënte glucose stofwisseling hebben met een neiging tot hypoglycemie en zij hebben ook een hoge verhouding tussen adiponectine en leptine concentraties [21]. Deze strategie maximaliseert de bruikbare vetzuren van het hart en de hersenen. Het is opmerkelijk dat anorexia vaker voorkomt bij meisjes terwijl ADHD vaker voorkomt bij jongens.

Onderzoekers aan de Harvard Medical School, U.S.A. verwachten dat er een samenhang is tussen anorexia en ADHD. Om deze hypothese te testen vergeleken ze meisjes zonder ADHD met een controle groep om te zien of de meisjes met ADHD vatbaarder waren voor anorexia (ADHD en anorexia). De resultaten lieten zien dat meisjes met ADHD 3,6 keer vaker dan de controlegroep een eetprobleem ontwikkelden. Ik ben op het punt gekomen dat ik geloof dat anorexia voor meisjes een aanvaardbare techniek is om ADHD te bevechten, waar jongens niet genoeg vetcellen hebben om deze taak op zich te nemen van het omzetten van glucose in vet. Ritalin is bekend om zijn vermindert hongergevoel, en langdurig gebruik kan leiden tot eenzelfde soort conditie als bij anorexia. Het kan gedeeltelijk werken omdat het een ultra dunne staat van zijn bereikt, waarbij het vetten bewaart door de consumptie van vet in cellen te minimaliseren, dan wat kan worden bereikt middels glucose.

12. ADHD en tekorten aan vetzuur

De gevolgen van deze symptomen die geassocieerd worden met de tekorten aan vetzuren, zoals:droog haar, een droge huid, buitensporige dorst en veelvuldig plassen, komen volgens waarnemingen vaker voor bij kinderen met ADHD dan bij andere kinderen [33]. Door velerlei onderzoekers is voorgesteld om kinderen met ADHD essentiële vetzuren en omega-3 vet supplementen voor te schrijven als onderdeel van hun behandelprogramma [29].

Een studie met 96 schooljongens in Indiana, U.S.A. waarvan 53 de diagnose ADHD hebben, bekeek de concentratie vetzuren in hun bloedplasma [4]. Bepalend was dat de groep van kinderen met ADHD beduidend lagere hoeveelheden essentiële vetzuren (omega-3 en omega-6 vetten) in hun bloed hadden in vergelijking tot de controlegroep. Verder bleek in de groep kinderen met ADHD dat 21 kinderen met vele symptomen van een tekort aan essentiële vetzure ook meer uitgeputte serum niveaus hadden dan de overige 32 kinderen met ADHD.

13. ADHD en slaapstoornissen

Een recente studie heeft aangetoond dat jong volwassenen met een ADHD diagnose vaker lijden aan slaapstoornissen zoals slapeloosheid, slaap verstoringen, nachtmerries en snurken in vergelijking tot de controlegroep. Ik heb het vermoeden dat de problemen tijdens de slaap komen door onvoldoende vetten. De hersenen zijn onvoldoende in staat om de nieuw verworven kennis en vaardigheden van de dag ervoor te integreren met het lange termijn geheugen, door een onvoldoende voorraad vetten om de myelineschede op te bouwen rondom de nieuw gemaakte zenuwvezels en versterkingen. Deze gebreken, aan grondstoffen nodig voor het slaapdoel, zijn een bron van enorme rusteloosheid, waakzaamheid en slaapverstoringen.

14. Nuttige effecten van hyperactiviteit

Een van de bekendste karakteristieken van kinderen met ADHD is dat ze ongedurig zijn. Wanneer ze hun best doen om zich te concentreren, zijn ze voortdurend in beweging en kunnen onmogelijk stil zitten en er wordt verondersteld dat deze beweegbaarheid hen in feite in staat stelt te denken. Toevallige bewegingen kunnen effectief zijn doordat er dopamine vrijkomt. Dopamine speelt een belangrijk rol in lichaamsbeweging: mensen met de ziekte van Parkinson zijn niet in staat een beweging te initiëren en lijken volledig verlamd, tenzij ze behandeld worden met de dopamine voorloper te weten, L-dopa. Ik veronderstel dat door onwillekeurige bewegingen van de ledenmaten de kinderen met ADHD het vrijkomen van dopamine kunnen stimuleren en dus hun levensmogelijkheden vergroten voor de andere belangrijke rollen in het leven als aandacht en leerstof tot je nemen.

Een andere belangrijk voordeel van willekeurige bewegingen is dat ze de anaërobe stofwisseling van glucose, die de glucose uit de opslag in de spieren ophaalt, melkzuur afgeeft aan de bloedstroom. Melkzuur werd lang gezien als een afvalproduct, maar recentelijk is ontdekt tot ieders verbijstering dat het hart in staat is om melkzuur direct om te zetten en te gebruiken als een alternatieve bron van energie [6]. Dit heeft als effect dat er spaarzaam wordt omgegaan met vetzuren die het hart anders zou gebruiken.  Vervolgens en ook heel verrassend, de hersenen kunnen ook melkzuur als bron van energie gebruiken [27]. De hersenconsumptie van glucose vermindert substantieel na een intensieve anaërobe stofwisseling omdat het ook de melkzuur dat in het bloed wordt opgebouwd kan gebruiken als een bijproduct van anaërobe stofwisseling van glucose.

Ten derde, het opraken van glucose in de spieren wordt gevolgd door aanvulling van de privé opslag van die spieren die insuline voor het proces gaan gebruiken. Dit voltooid het belangrijke doel van het drukken van de insuline niveaus opdat vetcellen en de lever meer vet kunnen afgeven aan het bloed.

Ten slotte en mogelijk de meest belangrijkste, de oefeningen stimuleren het vrijkomen van adrenaline van het sympathische zenuwstelsel. Adrenaline is het belangrijkste hormoon om vet los te laten uit de vetcellen zelfs bij aanwezigheid van een overdaad aan insuline [24].

Al deze bijdragen zoals de productie van melkzuur dat kan worden gebruikt als brandstof voor het hart, het opraken van insuline en de activering van adrenaline, welke actief bijdraagt aan het vrijkomen van vetten, het draagt allemaal bij aan een verhoging van de vetvoorraad die voor de hersenfunctie beschikbaar moet zijn.

15. De werkzaamheid van Ritalin

Een populair medicijn in de Verenigde Staten om ADHD te behandelen is Ritalin. Geschat wordt dat 10% van alle kinderen in de Verenigde Staten Ritalin gebruiken of een andere stimulans. [3], en de Verenigde Staten gebruiken 90% van alle Ritalin dat wereldwijd wordt geproduceerd. Sinds het feit bekend is dat kinderen met ADHD lijden aan een verminderd aantal dopamine ontvangers in de hersenen [36], wordt er veronderstelt dat Ritalin een effectieve werking heeft omdat het de heropname van dopamine voorkomt en het in staat stelt in de intercellulaire ruimte te blijven voor langere tijd.

Ritalin heeft een kalmerend effect op kinderen met ADHD. Dat is niet verwonderlijk omdat Ritalin de beschikbaarheid van dopamine vergroot en de werking van het vermogen van insuline om vet los te laten uit de reserves, onderdrukt. Het volbrengt dezelfde twee doelen die onwillekeurige bewegingen trachten te bewerkstelligen. Echter, kinderen die Ritalin gebruiken klagen erover dat het leidt tot het in eerste instantie vrijkomen van een toevloed aan energie met hartkloppingen, gevolgd door een periode van fysieke uitputting ([3], p. 112). De toevloed van energie wordt vergeleken met die van een toevloed van adrenaline en de uitputting is mogelijk een gevolg van uitgeputte voorraden van zowel vet als glucose, die de Ritalin heeft verbruikt.

Dopamine is een voorbode van adrenaline, het zogenaamde vecht of vlucht hormoon. Als dopamine in staat gesteld wordt om langer rond te hangen en beschikbaar te blijven door het effect van Ritalin, dan gaan de adrenaline niveaus omhoog. Adrenaline is een krachtig hormoon met vele effecten voor het lichaam, hoofdzakelijk bedoeld om de brandstofvoorziening te verhogen in het bloed op de korte termijn, c.q. te acteren in een staat van crisis.

Een belangrijk effect van adrenaline is dat het, het onderdrukkende effect van insuline op vetcellen onmogelijk maakt [24]. Dit stelt hen in staat om vet los te laten, zelfs als de insuline niveaus hoog zijn. Ritalin stelt zodoende de hersenen in staat om gelijktijdig te worden voorzien van glucose voor brandstof, vet voor zenuwweefsel opbouw, dopamine om de aandacht vast te houden en het geheugen te bevorderen inzake het aanleren van nieuwe kennis.

Door het effect van het verhogen van het adrenaline niveau onderdrukt Ritalin het hongergevoel. In de vecht of vlucht reactie wordt het spijsverteringsysteem stilgelegd om energie te bewaren die anders gebruikt zou worden voor de spijsvertering. Bijna alle kinderen met ADHD die Ritalin gebruiken, verliezen gewicht en velen van hen worden na verloop van tijd gevaarlijk mager. Een positief effect van verminderde eetlust is dat het waarschijnlijk de stroming van glucose verbruik en vetbehoud verhoogd, zoals ik beargumenteerd in mijn onderdeel over anorexia. Echter, op lange termijn zal de verbruikte vetreserve het oorspronkelijke probleem van onvoldoende vetvoorraad verergeren.

16. De gevaren van het gebruik van Ritalin

Het blijkt zeer gemakkelijk om Amerikanen te overtuigen met een opgeblazen designer pil, als antwoord voor bijna elk probleem. Er is grote ironie echter over het feit dat veel kinderen in Amerika verteld wordt aan de ene kant dat ze nee moeten zeggen tegen “drugs/medicijnen” en aan de andere kant dat ze een “drug/medicijn” moeten innemen die op velerlei manieren het equivalent is van amfetamines zoals speed and cocaïne. Steeds meer vrienden van kinderen die ADHD hebben, gebruiken dit medicijn (Ritalin) en snuiven het op of spuiten het in zoals ze anders met cocaïne zouden doen om een “high” te beleven (Ritalin misbruik). De kinderen reageren vaak naïef over de gevaren van Ritalin en denken dat als een dokter het voorschrijft aan jonge kinderen, het dan wel een onschuldig medicijn moet zijn.

Dr. Peter Breggin is een sterke voorstander geworden van het idee dat het wijdverspreide gebruik van Ritalin in Amerika meer slecht dan goed doet. Zijn boek “Talking back to Ritalin”, [3] presenteert het steekhoudende argument dat ondanks alle overtuigende verklaringen van artsen dat het een veilig medicijn is, Ritalin een erg nabij familielid is van amfetamines en alle gevaarlijke eigendommen in zich draagt, die leiden tot verslaving en misbruik. Hij citeert een studie uit 1998 [18] dat aantoont dat het gebruik van een jeugdige stimulans zoals Ritalin “een beduidende en overtuigende bijdrage levert aan het beginnen van roken, het dagelijks roken als jong volwassene en in het afhankelijk worden van cocaïne en vervolgens het niet meer af kunnen komen van cocaïne of een andere stimulans.”

Hij wijst er ook op dat Ritalin geclassificeerd wordt met amfetaminen in termen van zijn medische effecten. Ritalin wordt bestempeld als “Schedule II” bij zowel “het DEA” als de “International Narcotics Control Board”. Schedule II betekent voor een voorgeschreven medicijn dat het de hoogst mogelijk potentie heeft voor misbruik. Een onderzoek dat Ritalin vergelijkt met cocaïne stelt dat “Methylphenidate [Ritalin], evenals cocaïne, de synaptische dopamine verhoogt bij een verminderde dopamine heropname, het heeft vergelijkbare versterkende effecten op hen die cocaïne gebruiken en bij intraveneus gebruik produceert het een vergelijkbaar “high” worden als bij cocaïne” [37].

Behalve het potentiële gevaar van misbruik en het gevaar om andere medicijnen te gaan misbruiken later in het leven, leidt een lange termijn gebruik van Ritalin zoals voorgeschreven, tot enkele andere schadelijke gezondheidsproblemen. Het afsluiten van het spijsverteringssysteem onderdrukt de eetlust met gewichtsverlies tot gevolg en verminderde groei. Het stimuleren van de vecht en vlucht reactie verhoogd zowel de bloeddruk als de hartslag [1], en kan andere nog onbekende schade toebrengen aan het hart. In maart 2000 viel de 14 jarige jongen Matthew Smith van zijn skate board en overleed plotseling. De daaropvolgende autopsie toonde ernstige hartschade aan, waarvan de lijkschouwer vermoedde dat het hartfalen het gevolg was van het gebruik van Ritalin sinds hij zes jaar oud was. Dit heeft een behoorlijke discussie opgeleverd tussen ouders van kinderen met ADHD over de veiligheid van het gebruik van Ritalin op de lange termijn (Matthew Smith Ritalin Discussion). Ouders wordt op het hart gedrukt om hun kinderen vooraf te controleren op de conditie van het hart wanneer ze overwegen om Ritalin als een behandelmethode te gebruiken.

Nog onheilspellender is dat het overwerkt raken van het dopamine systeem kan leiden tot de ziekte van Parkinson veel later in het leven. Het is aangetoond dat medicijnen die het dopamine systeem beïnvloeden de ziekte van Parkinson kunnen veroorzaken. Bevolkingsonderzoek jaren daarvoor heeft de samenhang tussen amfetaminen en de ziekte van Parkinson later in het leven aangetoond [10].

Adderall, een ander populair medicijn om ADHD mee te behandelen is een amfetamine, en Ritalin is daar familie van. In 1983, kwam op de ondergrondse markt van San Francisco het gebreken vertonende straatmedicijn “synthetische heroïne” beter bekend als “China White”, een aantal verslaafden werden de onfortuinlijke slachtoffers van deze fout en kregen ernstige en onomkeerbare staat van de ziekte van Parkinson na slechts de inname van één dosis, ten gevolge van het giftige zenuwmiddel MPTP wat per ongeluk in het medicijn terecht kwam. Dit dramatische en onmiddellijke effect wordt niet verwacht dat het bij Ritalin gebeurt, maar het is onmogelijk om de lange termijn effecten te voorspellen. Ik hoop dat ik fout ben maar ik geloof stellig dat we hoogst waarschijnlijk zullen zien dat een geleidelijke verhoging van het aantal mensen met de ziekte van Parkinson op latere leeftijd voorkomt bij de hedendaagse Ritalin of Adderall gebruikers.

17. Mijn aanbevelingen voor de behandeling van ADHD

In dit onderdeel presenteer ik mijn eigen ideeën over hoe kinderen met ADHD in de tijd hun hersenfunctie kunnen verbeteren en hun afhankelijkheid van Ritalin kunnen verminderen. Ten eerste wil ik u eraan herinneren dat ik geen arts ben. Mij doctoraal MIT is die voor elektrotechniek. Echter mijn promotieonderzoek betreft een auditief model voor menselijke spraakverwerking en heeft dus een groot literatuuronderzoek over de zenuwen in de hersenen omvat. Mijn bachelor graad van MIT was voor biologie, met een minor voor etenswaar en voedingswaarde. Ik profiteer van de vele ideeën over voedingswaarde waaraan ik ben blootgesteld voordat de gekte over verminderd vet eten, de nationale bevolking in zijn greep kreeg.

De eerste stap naar gezond worden, is het loslaten van het idee dat vetten ongezond zijn. Ik beveel de volgende boeken aan die het onderwerp uitgebreid beschrijven: “Good Calories Bad Calories” door deNew York Times verslaggever, Gary Taubes [35], “Fat and Cholesterol are Good For You, “door Uffe Ravnskov, een Zweedse doctor (M.D., Ph.D. )[28], en “Trick and Treat: How ‘Healthy Eating’ is Making us Ill”, door de Britse wetenschapper en schrijver, Barry Groves [11].

Door de Amerikaanse medische gemeenschap worden we geacht te geloven dat veel vet eten leidt tot hart- en vaatziekten en dat een verhoogde voedingsconsumptie van fruit en groenten een goede keuze is voor ons hart en onze gezondheid. Echter een recente (2009) lange termijn bevolkingsonderzoek in Zweden heeft geconcludeerd dat fruit en groenten geen gezondheidsbevorderend effect hebben voor het hart en de gezondheid, tenzij ze consequent gegeten worden met vetten [14]. De onderzoekers namen intensieve interviews af met enkele duizenden mensen op het platteland van Zweden over hun voedingsgewoonten en volgden hun hart en gezondheid heel precies gedurende 12 jaren. Verrassend genoeg vonden ze geen associatie tussen hart- en vaatziekten en de consumptie van vlees en volkoren brood en geen associatie met de consumptie van fruit en groenten bij hen die al weinig vet aten of weinig melk gebruikten. Het enige duidelijke voordeel dat ze konden vinden was een combinatie van veel fruit en groente én de consumptie van volle melkproducten. Zij veronderstelden dat de volle melk noodzakelijk was om de absorptie te bewerkstelligen van vitaminen en mineralen uit het fruit en de groenten. Echter, bij het eten van zowel veel vet als fruit en groenten, worden er hoogstwaarschijnlijk ook lege koolhydraten gegeten. Het resultaat dat hieruit voortvloeide is dat een persoon die vet vermijdt mogelijk een tekort heeft aan vitaminen en mineralen, zelfs als ze veel fruit en groenten eten.

Wanneer de moeder niet langer bang is voor vetrijk voedsel kan ze beginnen met een andere samenstelling van het voedsel van haar kind met als doel een correctie van het vetzuur tekort door een dieet met veel vet en weinig calorieën. Een verhoging van de consumptie van vlees, vis en eieren moet worden gebalanceerd met een verlaging van de consumptie van suiker en zetmeel. Voedsel dat transvetten bevat moet vermeden worden. (Transvet is een onverzadigd vet dat nog slechter is voor de gezondheid dan verzadigd vet. Het merendeel van transvet in eten ontstaat in de fabriek.) Verbetering van het voedingspatroon is mogelijk niet zo dramatisch maar het duurt geruime tijd voor een kind om de slecht voorziene zenuwvezels te repareren die geleden hebben onder een te korte voorziening van vet. Ik ben niet in staat om te zeggen hoe snel of hoe compleet een kind kan herstellen die geleden heeft onder een tekort aan vetrijke voeding, wanneer eenmaal verbetert voedingspatroon is ingezet. Natuurlijk is de beste remedie om het probleem niet te laten ontstaan en te beginnen bij de zwangere moeder.

Het is uitermate belangrijk voor de moeder om een grote hoeveelheid omega-3 en omega-6 vetten te eten wanneer ze zwanger is en dit voort te zetten nadat het kind geboren is om voldoende hoge kwaliteit van melk te  kunnen geven aan het kind. Een recente analyse van gegevens van de “Nurses’ Health Study”, een veel belovende lange termijn onderzoek onder 19.000 nonnen heeft aangetoond dat vetrijk eten geassocieerd werd met verhoogde vruchtbaarheid. Vrouwen die zeiden dat ze magere melk producten gebruikten, verhoogden het risico van onvruchtbaarheid met 85%, terwijl vrouwen die voortdurend volle melkproducten gebruikten het risico verkleinden met 27% [7]. Vruchtbaarheid is een indicatie voor de graad die een lichaam nodig heeft om een foetus te ondersteunen. Moedermelk heeft een aanzienlijk hoog vetgehalte en dat is hoger dan dat van koeienmelk. Het lijkt dan een logisch gevolg dat wanneer moedermelk vervangen wordt door het voedsel op de tafel, deze voeding ook veel vet moet bevatten.

Ik vind Ritalin een verontrustend medicijn, vooral omdat het een synthetisch medicijn is en omdat het nog maar kort op de markt is. We weten nog niet wat er na 40 of 50 jaar gaat gebeuren met kinderen die momenteel Ritalin innemen. Er zijn al alarmbellen gaan rinkelen inzake mogelijke verslaving en misbruik, eetlustgebrek en daaropvolgend slechte voeding en verminderde groei en nadelige effecten voor het hart.

Andere stimulantia die in de natuur voorkomen zijn al voor honderden jaren in gebruik bij mensen en schijnen veiliger te zijn dan Ritalin als ze dezelfde doelen kunnen bereiken. Hierbij denk ik aan cafeïne, chocolade en zelfs aan nicotine. Het is mogelijk dat nicotine niet beter is dan Ritalin met zijn bekendheid inzake de mogelijkheid voor verslaving en verhoogde risico’s voor hartziekten en longkanker. Maar een nicotinepleister – die de blootstelling van teer aan de longen, wat kan leiden tot longkanker, moet vermijden – is tenminste een alternatief dat in overweging genomen moet worden in plaats van Ritalin.

Vooral koffie is een attractieve keuze want het product is heel goed onderzocht en lijkt weinig tot geen slechte neveneffecten te hebben. Het is aangetoond dat koffie het geheugen verbetert en het werkt in dit kader vanwege de toevoeging dat het de adrenaline niveaus verhoogd en direct handelt om de insuline onderdrukking om vet los te laten, onmogelijk te maken [23], iets wat ik beschouw als een van de belangrijkste doelen van een medicijn voor ADHD. Chocolade is een stimulans dat kinderen erg aantrekkelijk vinden en chocolademelk gemaakt van volle melk is een goede methode om het te introduceren.

18. Conclusie

ADHD is een syndroom dat zich vooral manifesteert door hyperactiviteit en onoplettendheid. Het betreft 10% van de jongens in de Verenigde Staten en ongeveer 3% van de meisjes. Gewoonlijk worden de kinderen in hun eerste schooljaren gediagnosticeerd, maar er wordt verondersteld dat ze er al aan lijden sinds hun geboorte. Behandeling van ADHD is in toenemende mate het voorschrijven van het geneesmiddel Ritalin, een medicijn dat heeft aangetoond dat het een kalmerend effect heeft en hun aandacht gedurende een bepaalde tijdspanne verhoogd, wat kan leiden tot betere schoolresultaten. Bij de eerste uitgave in 1968 van de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders), het officiële wereldwijde statistische standaardwerk voor mentale ziekten,werd het syndroom niet genoemd maar wel in de tweede uitgave in 1980. In de tussenliggende periode kwam voor het eerst de mededeling dat vetrijk voedsel schadelijk zou zijn [17].

Ik ben het eens met de psychiater Dr. Peter Breggin die in zijn boek “Talking back to Ritalin” stelt dat langdurig gebruik van Ritalin hoogstwaarschijnlijk leidt tot vele extreme consequenties verderop in de tijd. Echter, hij stelt ook dat ADHD een onechte ziekte is, verzonnen door de directies van de farmaceutische industrie om hun eigen zakken te vullen. Ik probeer me voor te stellen hoe het moet zijn als ouder van een kind met ADHD om te moeten lezen dat de ziekte wordt veroorzaakt door sociale invloeden—dat de onoplettendheid en hyperactiviteit het gevolg zijn van een disfunctioneel familieleven en/of een niet stimulerende school omgeving.

Ik word aan de tijd herinnerd dat autisme werd toegeschreven aan slecht ouderschap. Een moeder die alles had gedaan wat in haar mogelijkheden lag om een stimulerende omgeving te creëren, maar geen vooruitgang zag in de symptomen van haar kind, moet zich erg aangevallen, gefrustreerd en ontmoedigt voelen.

Ik geloof persoonlijk dat ADHD een echt syndroom is met een sterke genetische component. Ik heb echter beargumenteerd dat het genetische aspect zich manifesteert als een grotere waarschijnlijkheid voor het slecht functioneren van de hersenen als gevolg van onvoldoende vetten in het eten. Het omvat zowel het eten van het kind, als het eten van de zwangere vrouw en ten tijde van de borstvoeding. Ik geloof dat op termijn de symptomen zullen verbeteren als de voeding van het kind wordt gewijzigd en de voeding meer vlees, vis, eieren en volle melkproducten bevat met een gelijktijdige verminderen van het eten van lege koolhydraten (zitten vooral in snoep, koek, gebak en frisdrank).

Helaas betwijfel ik of de symptomen ooit volledig weg zullen gaan vooral als het kind reeds een tiener is wanneer de veranderende voedingsgewoonten worden geïntroduceerd. Ik weet niet in hoeverre de schade in de zenuwverbindingen in de hersenen en het zenuwstelsel hersteld kunnen worden nadat kritieke fasen in de ontwikkeling zijn afgesloten. Hoewel, de hersenen van kinderen vertonen opmerkelijke veerkracht na hersenschade, zodat we kunnen hopen dat zich opmerkelijke verbeteringen op termijn voordoen. Natuurlijk is voorkomen beter dan genezen. Een ieder die overweegt om een gezin te beginnen, zou het beste zijn dieet kunnen aanpassen als voorbereiding op de aankomende zwangerschap – Stop met je zorgen te maken over de misopvatting dat dierlijke vetten ongezond zijn en ga over op volvette melk, vlees, vis en eieren in plaats van drank die overladen is met grote hoeveelheden suiker en zetmeelrijk voedsel.

Voor mij is het onmogelijk om de moeder de schuld te geven—ze voert alleen de verheven en onomwonden berichten uit, die stellen dat vetrijk voedsel ongezond is en dat het zal leiden tot vetzucht en hart- en vaatziekten. Ze doet haar best haar kind te voorzien van gezonde voeding volgens het dringende advies van zowel de regering van de Verenigde Staten als het gevestigde medische Amerikaanse establishment. Ik verwacht daarom dat ADHD onverminderd zal voortgaan totdat de autoriteiten eindelijk hun fout herkennen en erkennen en hun toon veranderen met betrekking tot vetrijk voedsel. Het is verontrustend te denken hoeveel jaren het mogelijk gaat duren voor hen om deze grote misopvatting te bekennen die hun bepleiting van een vetarm dieet en de enorme beklemming die het heeft veroorzaakt.

Dankbetuiging

Ik bedank met name Jody Caraher, Victor Zue, en Michael McCandless, die kritisch mijn voorafgaande concepten hebben doorgespit en vele suggesties hebben aangedragen. Deze gezamenlijke bijdrage heeft dit document aanzienlijk verbetert.

Referenties

[1] J.E. Ballard, R.A. Boileau, E.K. Sleator, B.H. Massey and R.L. Sprague, “Cardiovascular responses of hyperactive children to methylphenidate.”JAMA (1976) Dec 20;236(25):2870-4.
[2] F.K. Blatchford, R.G.Knowlton, and D.A. Schneider (1985) “Plasma FFA responses to prolonged walking in untrained men and women,”European Journal of Applied Physiology (1985), Vol. 53, pp. 343-347.
[3] P. R. Breggin, M.D., Talking Back to Ritalin: What Doctors aren’t Telling you about Stimulants and ADHD , revised edition, Da Capo Press, Cambridge, MA, 2001.
[4] J.R. Burgess et al., “Essential fatty acid metabolism in boys with attention deficit-hyperactivity disorder,” American Journal of Clinical Nutrition 1995; 62, pp. 761-68.
[5] F.X. Castellanos et al., “Developmental trajectories of brain volume abnormalities in children and adolescents with attention deficit hyperactivity disorder,” JAMA (2002), Vol. 288, NO. 14, pp. 1740–1748.
[6] J. C. Chatham, “Lactate: The Forgotten Fuel,” J. Physiol. (2002) Vol 542(2), p. 333.
[7] Jorge Chavarro, Walter C. Willett, and Patrick J. Skerrett, The Fertility Diet, McGraw Hill, 2008.
[8] D. Coghill and T. Banaschewski, “The genetics of attention-deficit/hyperactivity disorder,” Expert Rev Neurother (2009) Oct, Vol. 9 No. 10, pp. 1547-65.
[9] B. Garcia, Y. Wei, J.A. Moron, R.Z. Lin, J.A. Javitch and A. Galli, “AKT is essential for insulin modulation of amphetamine- induced human dopamine transporter cell surface redistribution,” Molecular Pharmacology (2005); DOI: 10.1124/mol.104.009092
[10] E.R. Garwood, W. Bekele, C.E. McCulloch and C.W. Christine, “Amphetamine Exposure is Elevated in Parkinson’s Disease,”NeuroToxicology, Vol. 27, No. 6, December 2006, Pages 1003-1006.
[11] Barry Groves, Trick and Treat: How ‘Healthy Eating’ is Making us Ill, Hammersmith Press, 2008.
[12] M. Guzmán and C. Blázquez, “Ketone body synthesis in the brain: possible neuroprotective effects.” Prostaglandins Leukot Essent Fatty Acids (2004) Mar, Vol. 70, No. 3, pp. 287-92.
[13] E. Heininger, “A unifying hypothesis of Alzheimer’s disease. IV. Causation and sequence of events,” Rev Neurosci. (2000) Vol. 11 Spec No:213-328.
[14] S. Holmberg, A. Thelin and E.-L. Stiernström, “Food Choices and Coronary Heart Disease: A Population Based Cohort Study of Rural Swedish Men with 12 Years of Follow-up,” Int. J. Environ. Res. Public Health (2009) Vol. 6, pp. 2626-2638; doi:10.3390/ijerph6102626.
[15] G. Hornstra, “Essential fatty acids in mothers and their neonates,”Am. J. Clin Nutr. (2000) Vol 71 (5 suppl), pp. 1262S-1269S.
[16] M. Kinsbourne, “Sugar and the hyperactive child,” New England Journal of Medicine, (1994) Feb 3, pp. 355-356.
[17] A. F. La Berge, “How the Ideology of Low Fat Conquered America,”Journal of the History of Medicine and Allied Scien

Wordt ADHD veroorzaakt door onvoldoende vet in het voedsel? door Stephanie Seneff heeft een licensie onder Creative Commons Attribution 3.0 United States License.

http://people.csail.mit.edu/seneff/adhd_low_fat_diet.html

Vertaald door Pauline Laumans

I would be delighted to give you permission!  Thanks so much for taking the effort to translate them. It’s much appreciated. Stephanie, seneff@csail.mit.edu

1 REACTIE

  1. Een raar artikel.
    ik beweer
    ik denk
    ik stel me voor
    ik raak er steeds meer van overtuigd
    ik veronderstel
    ik hoop
    ik geloof stellig
    ik vind
    ik beschouw

    Mevrouw Seneff schrijft dit artikel omdat ze denkt dat er een relatie is tussen ADHD en onvoldoende vetrijk voedsel. Dat is leuk,en 17 stukjes literatuur aanhalen ook maar wetenschappelijk gezien schiet dat natuurlijk niet echt op. Als ik wil kan ik net zo’n geloofwaardig artikel schrijven over wat dan ook en daar relevante artikelen bij zetten. Onderzoeken, resultaten en conclusies op basis van die resultaten wil ik zien.

    “Ik word aan de tijd herinnerd dat autisme werd toegeschreven aan slecht ouderschap”

    Grappig, zeker gezien de situatie in Nederland. Het aantal moeilijk definieerbare aandoeningen is de laatste jaren in NL gigantisch gestegen. Eerst was dit ADHD, maar op dit moment is dyslexie de grote boosdoener. Zijn er ook nog grappige dingetjes als discalculie, dyspraxie en ga zo maar door. ADHD en dyslexie lijken een beetje op elkaar in een zeker opzicht.

    Dyslectici worden op dit moment voor het grootste deel gewoon gemaakt. Dat leest u goed, die worden gemaakt. Toen de kapitein in groep 3 zat kregen kinderen die niet goed waren in lezen bijles. De leesmoeders (dat waren mammas die elke week met 3-4 kindjes een boekje gingen lezen) namen die kinderen apart en gaven oefenden wat extra.
    Wat gebeurd er nu als je kind niet goed kan lezen? Men doet een dyslexietestje en uiteraard komt hier uit dat het kind dyslectisch is. Vervolgens krijgen pappa en mamma een pak papier thuis met hierin de rechten van het kind, waarvoor ze geld en uitzonderingen kunnen krijgen enzovoorts. Op school hoeft niet veel extra aandacht meer worden besteed aan het kind, die heeft immers dyslexie dus wat intensiever lezen gaat niet helpen, sommige dingen krijgen ze gewoon op een cd’tje en kunnen ze afluisteren, etc.
    De grootste dyslexie stimulans zijn ouders. Waarom? Het is akelig om toe te moeten geven dat je kind niet de slimste is. Als je kind dyslexie heeft kan je zeggen dat hij alles op zich wel kan maar dyslexie houdt hem tegen. Hierbij komt ook nog eens dat dyslectici in hun latere schoolcarrière allemaal leuke voordeeltjes kunnen krijgen. Zoals het niet hoeven volgen van een extra vreemde taal en de mogelijkheid om het eindexamen op een laptop te maken, uiteraard MET spellingscontrole terwijl er op spelfouten wordt afgerekend. Ouders zien dit en wie wil nu niet het beste voor zijn kind?

    ADHD ging destijds ook op een dergelijke manier, al ging het hier niet alleen om schoolprestaties maar vooral om het gedrag (die vervolgens weer enorme invloed heeft op de schoolprestaties).

    “Voor mij is het onmogelijk om de moeder de schuld te geven”

    Het is voor ouders ook onmogelijk om zichzelf de schuld te geven. Er zijn daadwerkelijk kinderen met een gedragsstoornis maar dit zijn er slechts een handvol. Het overgrote deel is het gevolg van gebrekkige opvoeding en ouders die hier blind voor zijn. Helaas is het aantal mensen dat hier notie van kan maken slechts zeer beperkt, denk hierbij bijvoorbeeld aan de leraar op de basisschool (zoals, jawel, ikzelf!).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in