DELEN
Noord en Zuidpool zelfrealisatie

Geschreven door Diana van Doorn.

Diana van Doorn heeft enkele jaren gelden een serie artikelen geschreven met als titel: “Is Yoga de weg?” voor het magazine Ayurveda Actueel waarvan zij ook redactielid is. De artikelen zijn geïnspireerd door de spirituele kennis die zij in haar leven heeft opgedaan. Het is een synthese van de oosterse en westerse spirituele filosofie die zij vanuit haar eigen inzichten beschrijft. De artikelen zijn verkort en bewerkt speciaal voor de Nieuwetijdskind website. Drie bewerkingen hebben eerder op de website gestaan met als titel: Karma, De Liefde en India/Bharat.

De vier grote cycli: Yuga’s

  1. deel 1
  2. deel 2
  3. deel 3
  4. deel 4
  5. deel 5
  6. deel 6
  7. deel 7
  8. deel 8

Yuga’s deel 9 – Het Hogere Zelf

Geloof brengt mij nader
maar enkel tot de poort.
Alleen door volledig op te gaan
in Uw mysterie
zal ik binnengaan.
(Hakim Samai)

Het moment dat het Hogere Zelf naar voren komt is als een bliksemflits die de uiterlijke mens doet sidderen en als een aardbeving zijn status-quo begint af te breken. Paulus schrijft in Kort. 4:20: “Het Koninkrijk Gods bestaat niet uit woorden maar uit kracht.” Het ego dat zich leven na leven heeft opgebouwd en een krachtige alleenheerser is geworden, moet zijn terrein met vesting opgeven. De (ego) dood is onvermijdelijk. De dood is de voleinder van alle tijdelijke en er niet meer toe doende zaken in de uiterlijke wereld. Als in de ziel de Goddelijke Vonk neerdaalt en Zijn troon plaatst in het Hart ervan, zal het ego langzaam sterven aan zijn gehechtheden en dienaar worden van het Allerhoogste.

Het moment dat Jezus aan de rijke jongeling vroeg zijn rijkdom op te geven, aarzelde de jongeling en keerde teleurgesteld om. Hij, de jongeling, was er van overtuigd dat hij een juist moreel leven leidde door de geboden van zijn religie te volgen. “Niets mis mee”, zou men op het eerste gezicht zeggen. Maar het waren zijn gehechtheden en overtuigingen, de status-quo, die hem in de weg stonden om tot bevrijding te komen. Want het ego deinst terug als het cruciale moment van omkering komt en de Gurûdeva je uitnodigt (zie vorige deel over de Gurû).

Ik heb zelf, in een andere setting, een soortgelijke ervaring gehad. Toen de Gurûdeva voor het eerst, symbolisch gesproken, op mijn netvlies verscheen, moest ik er niets van hebben en keerde ik mij om. Het duurde tien jaar alvorens ik mijzelf ervoor opende en “ja” zei, en “toen waren de rapen gaar” om met een gezegde dit proces te omschrijven.

Het is een lange weg alvorens de volledige Zelfrealisatie plaats kan vinden en vele beproevingen en misleidingen kunnen de ziel/jiva deelachtig worden. Dit heeft tot “doel” om hem/haar te testen op het uithoudingsvermogen, zowel fysiek, emotioneel als mentaal en om de groeiende kwaliteiten de kans te geven om te integreren en te rijpen. Dit kan de ziel/jiva alleen doorstaan als hij/zij begeleiding/onderricht van een Gurûdeva ontvangt, of in zeldzame gevallen direct contact heeft met zijn Hogere Zelf.

Vooraf gebeurt het dat hij/zij mensen ontmoet die de weg al een stuk hebben afgelegd en hem/haar hun ervaringen kunnen vertellen en misschien raad en opheldering kunnen geven bij bepaalde moeilijkheden. Maar grotendeels is ieders weg uniek. Uitgedrukt in het smalle pad: de Sushumnâ (Groot Geluk), gelegen tussen de twee rivieren Jumna (Brahmâputra = zoon van Brahmâ, Zon zijde) en Ganges, Padma (Lotus, Maan zijde).Dit zijn respectievelijk de (energetisch) ruggengraat en de linker- en rechter energie banen; Pingalâ, zon, en de Idâ, maan. Hier kom ik op terug in een volgend artikel over de kundalini.

In de Joods–Christelijke mystiek zijn dat de rivieren de Pison, goud (Zon) en Gichon, uitbreidend (Maan). Gelegen in het Hof van Eden (plaats van Harmonie)

Een Gurûdeva, Goddelijke leraar, is iemand die je leidt op de innerlijke gebieden van het bestaan. Deze zijn talrijk en kunnen heel misleidend zijn. De begoocheling is daar het grootst, vooral op de astrale gebieden; kâma loka’s (S) met hun hellen en hemelen en allerlei tussengebieden. Daarom is onderscheidingsvermogen (Viveka) tussen werkelijkheid en onwerkelijkheid het eerste wat de leerling leert. Dit door het elimineren of transformeren van de eigenschappen en hoedanigheden die hem/haar, bewust of onbewust, met die gebieden verbindt. De belangrijkste eigenschappen die de leerling nodig heeft zijn oprechtheid, moed, een zekere koppigheid om vol te houden en heel veel geduld.

Hoe lang duurt “de weg”? Geen duur nog ruimte is bepalend voor dit pad. Maar onmiskenbaar is het feit dat er geen weg meer terug is. Men wordt het pad zelf! Voor deze wereld ben je niet meer interessant want alle ambitie, welke ten dienste staat ter verheerlijking van het ego, sterft af. De karmische rollen beginnen af te kalven.

Het volgende verhaal heb ik op een vrije manier bewerkt. Er was geen bron vermelding … maar het komt wel uit “De” Bron.

Er was eens een Yogi die al geruime tijd onder de levensboom zat te mediteren. Zijn leven(s) had(den) vele wegen gekend in zijn zoektocht naar Zelfrealisatie. Vele tempels had hij bezocht, pelgrimstochten ondernomen. Rituelen uitgevoerd en vele geschriften gelezen omtrent Zelfkennis en het Goddelijke Bewustzijn. Hij had gevast en zich onthouden van allerlei aardse geneugten. De markt van de spirituele aanbiedingen afstruinend waar allerlei meesters en pseudoleraren te vinden waren, had hij een grote schat aan kennis en ervaringen opgedaan. Maar al die kennis bracht hem geen innerlijke vrede, noch verlichting.

Zo besloot hij op een goede dag dat hij zich zou plaatsen onder een Yogi-boom, die hij op een van zijn reizen was tegengekomen. Hij besloot net zolang onder deze boom te verblijven en te mediteren totdat hij Zelfrealisatie bereikt had. Hij zat daar al een geruime tijd, zijn haren en baard waren zo lang geworden dat ze zijn lichaam bedekten. Op een zeker moment vroeg hij zich af hoelang het nog zou duren alvorens zijn wens vervuld zou worden.

Op een zekere dag kwam er een Gurûdeva zijn richting op lopen. Gurûdeva stopte voor de yogi en vroeg, ”Wat wil je?” De yogi boog diep voor de voeten van de Meester en vroeg: “Hoeveel levens heb ik nog nodig alvorens ik de eindbestemming heb bereikt?” De Meester antwoordde, “Zoveel levens als de bladeren die bloeien in de kruin van deze boom.” Na zijn antwoord liep de Meester door. De yogi keek omhoog en zag tot zijn ontsteltenis een enorme gevulde bladerenkroon. De moed zakte hem, figuurlijk gesproken, in de schoenen. Maar hij herstelde zich van zijn moedeloosheid en besloot zijn innerlijke pad verder te vervolgen. Op dat moment kwam er een hevige windvlaag die een groot deel van de bladeren van de takken blies. De yogi keek omhoog en zijn hart werd vervuld met blijdschap en hij dankte de Gurûdeva.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
vul je naam in